NEW
Font size
Worksheets1kgt Talent hoofdstuk 3 (lezen, woorden, grammatica en spelling)
Total questions: 25
Worksheet time: 10mins
De zin met de belangrijkste informatie van de alinea noem je
een toelichting
een kernzin
een voorbeeld
een uitleg
Hoofdzaken geven
minder belangrijke informatie
de belangrijkste informatie over het onderwerp van de tekst
In de hoek van het lokaal zat een muis, die ik daar de vorige dag ook al had gezien. Waarnaar verwijst daar?
in de hoek
een muis
in de hoek van het lokaal
het lokaal
Ik heb dat boek gelezen, omdat ik in de mediatheek was en het daar toevallig zag liggen. Waarnaar verwijst het?
de mediatheek
dat boek
ik
daar
Wat betekent afgunstig?
vereerd, trots
zenuwachtig
jaloers
het maakt je bang
Wat betekent het vermogen?
het kunnen van iets, de kracht
de angst
de reden, de oorzaak
maken
Wat betekent hoewel?
ook al
toch, namelijk
zo gauw als
ondertussen
Wat is het tegenovergestelde van goed?
beter
slecht
Wat is het tegenovergestelde van geven?
schenken
nemen
Welke vraag moet je stellen om het lijdend voorwerp in een zin te vinden?
wie of wat + o?
wie of wat + pv?
wie of wat + wg?
wie of wat + wg + o?
Wat is lv in de zin: Voor haar verjaardag kreeg mijn tante een lekkere taart.
kreeg
mijn tante
een taart
een lekkere taart
Wat is lv in de zin: Een klas gaat op schoolreisje naar Vlieland.
er is geen lv
een klas
schoolreisje
naar Vlieland
Wat is lv in de zin: In de zomer eet ik graag een ijsje bij La Venetia.
In de zomer
een ijsje
bij La Venetia
eet
Wat is het onderstreepte zinsdeel?
Het brutale aapje heeft de chocoladereep van het meisje afgepakt.
persoonsvorm
lijdend voorwerp
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
Wat is het onderstreepte zinsdeel?
Het meisje probeerde de chocoladereep terug te pakken van het brutale aapje.
onderwerp
lijdend voorwerp
persoonsvorm
werkwoordelijk gezegde
Wat is het onderstreepte zinsdeel?
Het brutale aapje at de chocoladereep helemaal op.
persoonsvorm
werkwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
onderwerp
De verleden tijd van verliezen is
verloren
verliesden
De verleden tijd van vallen is
vielen
valden
Bij sterke werkwoorden in de verleden tijd verandert
de klank
de laatste letter
drijfden is de verleden tijd van drijven
goed
fout
Het meervoud van het bed is
de beden
de bedden
Het meervoud van de kat
de katten
de katen
de poezen
Het meervoud van de boef is
de boeven
de boefen
Het meervoud van het rapport is
de raporten
de rapportten
de rappoorten
de rapporten
Het meervoud van het kantoor is
de kantoors
de kantooren
de kantoren
de kantorren
