wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1kgt Talent hoofdstuk 3 (lezen, woorden, grammatica en spelling)

Total questions: 25

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De zin met de belangrijkste informatie van de alinea noem je

a)

een toelichting

b)

een kernzin

c)

een voorbeeld

d)

een uitleg

2.

Hoofdzaken geven

a)

minder belangrijke informatie

b)

de belangrijkste informatie over het onderwerp van de tekst

3.

In de hoek van het lokaal zat een muis, die ik daar de vorige dag ook al had gezien. Waarnaar verwijst daar?

a)

in de hoek

b)

een muis

c)

in de hoek van het lokaal

d)

het lokaal

4.

Ik heb dat boek gelezen, omdat ik in de mediatheek was en het daar toevallig zag liggen. Waarnaar verwijst het?

a)

de mediatheek

b)

dat boek

c)

ik

d)

daar

5.

Wat betekent afgunstig?

a)

vereerd, trots

b)

zenuwachtig

c)

jaloers

d)

het maakt je bang

6.

Wat betekent het vermogen?

a)

het kunnen van iets, de kracht

b)

de angst

c)

de reden, de oorzaak

d)

maken

7.

Wat betekent hoewel?

a)

ook al

b)

toch, namelijk

c)

zo gauw als

d)

ondertussen

8.

Wat is het tegenovergestelde van goed?

a)

beter

b)

slecht

9.

Wat is het tegenovergestelde van geven?

a)

schenken

b)

nemen

10.

Welke vraag moet je stellen om het lijdend voorwerp in een zin te vinden?

a)

wie of wat + o?

b)

wie of wat + pv?

c)

wie of wat + wg?

d)

wie of wat + wg + o?

11.

Wat is lv in de zin: Voor haar verjaardag kreeg mijn tante een lekkere taart.

a)

kreeg

b)

mijn tante

c)

een taart

d)

een lekkere taart

12.

Wat is lv in de zin: Een klas gaat op schoolreisje naar Vlieland.

a)

er is geen lv

b)

een klas

c)

schoolreisje

d)

naar Vlieland

13.

Wat is lv in de zin: In de zomer eet ik graag een ijsje bij La Venetia.

a)

In de zomer

b)

een ijsje

c)

bij La Venetia

d)

eet

14.

Wat is het onderstreepte zinsdeel?

Het brutale aapje heeft de chocoladereep van het meisje afgepakt.

a)

persoonsvorm

b)

lijdend voorwerp

c)

onderwerp

d)

werkwoordelijk gezegde

15.

Wat is het onderstreepte zinsdeel?

Het meisje probeerde de chocoladereep terug te pakken van het brutale aapje.

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

persoonsvorm

d)

werkwoordelijk gezegde

16.

Wat is het onderstreepte zinsdeel?

Het brutale aapje at de chocoladereep helemaal op.

a)

persoonsvorm

b)

werkwoordelijk gezegde

c)

lijdend voorwerp

d)

onderwerp

17.

De verleden tijd van verliezen is

a)

verloren

b)

verliesden

18.

De verleden tijd van vallen is

a)

vielen

b)

valden

19.

Bij sterke werkwoorden in de verleden tijd verandert

a)

de klank

b)

de laatste letter

20.

drijfden is de verleden tijd van drijven

a)

goed

b)

fout

21.

Het meervoud van het bed is

a)

de beden

b)

de bedden

22.

Het meervoud van de kat

a)

de katten

b)

de katen

c)

de poezen

23.

Het meervoud van de boef is

a)

de boeven

b)

de boefen

24.

Het meervoud van het rapport is

a)

de raporten

b)

de rapportten

c)

de rappoorten

d)

de rapporten

25.

Het meervoud van het kantoor is

a)

de kantoors

b)

de kantooren

c)

de kantoren

d)

de kantorren