wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets thema 6

Total questions: 41

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.
Waaruit bestaat het centrale zenuwstelsel?
a)

hersenzenuwen
b)

hersenen en ruggenmerg
c)

wervels en ruggenmerg
d)

grote en kleine hersenen
2.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
3.
Wat zijn zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, huid, handen
b)
ogen, mond, oren, huid, neus
c)
ogen, oren, mond, huid, neus, voeten
d)
ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel
4.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
5.

In de zintuigen wordt van een prikkel een

a)

taak gemaakt

b)

afdruk gemaakt

c)

impuls gemaakt

d)

een kopie gemaakt

6.
Een impuls gaat door je zenuwen naar
a)
je zintuigen
b)
je botten
c)
je spieren
d)
je hersenen
7.
Zenuwen zitten
a)
nergens in je lichaam
b)
overal in je lichaam
c)
ergens in je lichaam
d)
ergens buiten je lichaam
8.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
9.
Je neemt pas waar als de impulsen
a)
in je hersenen zijn aangekomen
b)
onderweg zijn naar je hersenen
c)
in je ruggenmerg zijn aangekomen
d)
in je spieren zijn aangekomen
10.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
11.
Wat is een juist voorbeeld van een prikkel?
a)
licht
b)

zien

c)

horen

d)
stoten
12.

Welk nummer is de zweetklier

a)

6

b)

3

c)

8

d)

5

13.

nummer 2 is?

a)

tastknopje

b)

bloedvat

c)

zenuw

d)

zintuig

14.
Het bovenste laagje van je huid bestaat uit dode cellen.
a)
Juist
b)
Onjuist
15.
Beschermen tegen uitdroging is een van de functies van de huid.
a)
Juist
b)
Onjuist
16.
In welke laag van de huid vind je de zweetkliertjes?
a)
Opperhuid
b)
Lederhuid
c)
Onderhuids bindweefsel
17.

Bij welke decibel kun je gehoorschade oplopen?

a)

80 dB

b)

60 dB

c)

70 dB

18.
Wat is nummer 10
a)
oorgang
b)
trommelvlies
c)
buis van eustachius
d)
oorzenuw
19.

Welke nummer is de gehoorgang?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

20.
welk nummer is het slakkenhuis?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
21.

......... houden het trommelvlies soepel?

a)

oorgang

b)

oorschelp

c)

trommelvlies

d)

oorsmeerkliertjes

22.

Waarvoor dient de buis van Eustachius?

a)

vocht verdeling

b)

het is een extra route waarop geluid de gehoor zintuigcellen kan bereiken

c)

zo blijft de druk aan weerszijde van het trommelvlies gelijk

d)

het heeft geen speciale functie

23.

Wat komt het eerst?

a)

gehoorgang

b)

trommelholte

c)

buis van eustachius

d)

slakkenhuis

24.

Waar zitten de zintuigcellen van de oren?

a)

gehoorgang

b)

gehoorzenuw

c)

slakkenhuis

d)

gehoorschelp

25.
Wimpers zorgen ervoor dat het zweet niet in je ogen loopt.
a)
Juist
b)
Onjuist
26.
Met dit deel van het oog kan je scherp zien.
a)
Iris
b)
Pupil
c)
Harde oogvlies
d)
Lens
27.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
28.
Langs welke weg gaat het licht van het oog-zintuig?
a)
Hoornvlies-pupil-lens-glasachtige lichaam-netvlies
b)
Glasachtige lichaam-netvlies-pupil-lens-hoornvlies
c)
Hoornvlies-lens-netvlies
d)
Lens-pupil-hoornvlies-netvlies-glasachtige lichaam
29.
Met deze vlek kan je niets zien.
a)
Gele vlek
b)
Blinde vlek
c)
Lege vlek
d)
Zenuw vlek
30.
De pupil is eigenlijk een opening in plaats van een zwart gedeelte.
a)
Juist
b)
Onjuist
31.

Welke definitie past bij reflex.

a)

Een reflex is een sleutelprikkel

b)

Een reflex is een snelle, bewuste reactie.

c)

Een reflex is een snelle, onbewuste reactie.

d)

Een reflex is een snelle reactie.

32.

Wat is de functie van hormonen?

a)

Hormonen regelen de werking van weefsels en organen die er gevoelig voor zijm

b)

Hormonen zorgen voor de voeding van veel hormoonklieren

c)

Hormonen verwerken de impulsen die afkomstig zijn van zenuwcellen

33.

De hormonen insuline en glucagon hebben beiden invloed op het glucosegehalte in het bloed. Is de invloed van deze hormonen hetzelfde of tegengesteld?

a)

De invloed is hetzelfde

b)

De invloed is tegengesteld

34.

Alle smaakknopjes op de tong kunnen alle smaken doorseinen naar de hersenen

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

Wat is de functie van de pupilreflex?

a)

De hoeveelheid licht regelen die op het netvlies valt

b)

Ervoor zorgen dat er steeds een scherp beeld op het netvlies valt

36.

Welk gedeelte van het zenuwstelsel wordt tijdens een refelxbeweging overgeslagen?

a)

Hersenen

b)

Schakelzenuwcellen

c)

Bewegingszenuwcellen

d)

Gevoelszenuwcellen

37.

Stelling 1. hormonen worden geproduceerd door hormoonklieren

Stelling 2. hormonen worden via het zenuwstel verspreid

a)

Stelling 1 is juist

b)

Stelling 2 is onjuis

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

38.

Is het hoornvlies een voortzetting van het harde oogvlies of van het vaatvlies? Is het hoornvlies doorzichtig of gekleurd? Het hoornvlies is een voortzetting van .....

a)

Het vaatvlies en doorzichtig

b)

Het vaatvlies en gekleurd

c)

Het hoornvlies en doorzichtig

d)

Het hoornvlies en gekleurd

39.

Een rommelende maag is een uitwendige prikkel

a)

Juist

b)

Onjuist

40.

Gedrag is..

a)

Alleen aangeleerd

b)

Alleen erfelijk

c)

Zowel erfelijk als aangeleerd

41.

Het zenuwstelsel bestaat uit:

a)

hersenen en zenuwen

b)

hersenen en ruggenmerg

c)

hersenen en perifere zenuwen

d)

hersenen, ruggenmerg en zenuwen