wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wat levert het op? (H5) economie

Total questions: 16

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

" Alles wat bedrijven doen om hun product te verkopen" , noem je ook wel:

a)

commercie

b)

marketing

c)

omzet

d)

afzet

2.

Wat is een Markt?

a)

een plaats waar iets wordt verkocht

b)

een plaats waar iets wordt gekocht

c)

een plaats waar iets wordt verkocht en gekocht

3.

Alles wat producenten en winkeliers te koop aanbieden

a)

aanbod

b)

vraag

4.

Alles wat mensen willen kopen

a)

aanbod

b)

vraag

5.

" Het totaal van alle woningen die te koop staan en alle mensen die op zoek zijn naar een woning". Dit is de ....

a)

energiemarkt

b)

woningmarkt

c)

marktplaats

d)

aandelenmarkt

6.

"De prijs die een winkelier betaalt voor een product dat hij later wil verkopen", dit is de ....

a)

verkoopprijs

b)

inkoopprijs

c)

omzet

d)

afzet

7.

"Het bedrag dat een winkelier bij de inkoopprijs optelt zodat hij zijn product voor meer geld verkoopt", is de .....

a)

brutowinstmarge

b)

inkoopwaarde

c)

bedrijfskosten

d)

nettowinst

8.

"De verkoopopbrengst. Het totale bedrag dat een bedrijf ontvangt door de verkoop van producten". Dit is de ....

a)

afzet

b)

omzet

9.

Het ezelsbruggetje om het verschil tussen afzet en omzet te onthouden is:

a)

afzet is in euro's, omzet in stuks

b)

afzet is in stuks, omzet is in euro's

10.

Wat betekenen de letters BTW?

a)

bruto toegevoegde winst

b)

belasting toegevoegde waarde

c)

bruto toegevoegde waarde

d)

belasting toegevoegde winst

11.

Welke twee BTW tarieven zijn er op dit moment?

a)

6 % en 21%

b)

9% en 21%

12.

De prijs inclusief BTW noem je ook wel de ......

a)

inkoopprijs

b)

verkoopprijs

c)

consumentenprijs

13.

Wat betekent "inkoopwaarde"?

a)

De kosten om een winkel te laten functioneren

b)

Het totale bedrag dat een winkelier betaalt voor de inkoop van producten

c)

Het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde

d)

De winst die uiteindelijk overblijft nadat alle kosten zijn betaald

14.

Het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde

a)

netto winst

b)

bruto winst

c)

bedrijfskosten

15.

Je hebt een winkel. Wat zijn voorbeelden van bedrijfskosten?

a)

loonkosten personeel

b)

huur dat je betaalt voor de winkel

c)

inkoopkosten

d)

BTW

e)

reclamekosten

16.

Hoe noem je de winst die uiteindelijk overblijft als alle kosten eraf zijn getrokken?

a)

bruto winst

b)

netto winst

c)

nutowinst

d)

bretto winst