wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formuleren

Total questions: 41

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Ik eet veel fruit en groenten, ....... ik leef erg gezond.

a)

dus

b)

want

c)

maar

d)

omdat

2.

............ het regent, wordt mijn jas nat.

a)

Omdat

b)

Doordat

c)

Want

d)

Maar

3.

Ik mag nu naar huis, ........ er lesuitval is.

a)

maar

b)

want

c)

omdat

d)

terwijl

4.

............ de boot vertrekt, begint mijn vakantie

a)

Omdat

b)

Zodra

c)

Want

d)

Doordat

5.

Zodra ik naar huis fiets zet ik mijn playlist aan.

a)

Zodra, ik

b)

ik, naar

c)

zet, ik

d)

fiets, zet

6.

De wedstrijdbal van vandaag, ..... wordt aangeboden door Jumbo.

a)

die

b)

dit

c)

dat

7.

het shirt .... daar hangt vind ik mooi, maar ... hier staat me niet.

a)

dat, deze

b)

dat, dit

c)

die, dit

d)

die, deze

8.

Deze oude pen mag je wel gebruiken, maar ..... nieuwe leen ik niet uit.

a)

die

b)

dat

9.

Hij heeft een conflict met zijn buurman, ..... is ontstaan door zijn hond.

a)

die

b)

dat

10.

Eerst, dan, vroeger en uiteindelijk zijn signaalwoorden bij

a)

een opsommend verband

b)

een chronologisch verband

c)

een reden

d)

een toelichting

11.

als....dan, indien en tenzij horen bij een

a)

voorwaarde

b)

reden

c)

tegenstelling

d)

opsomming

12.

Welke zijn signaalwoorden?

Vroeger ging ik graag skeeleren, maar nu schaats ik liever.

a)

Vroeger

b)

graag

c)

maar

d)

nu

e)

liever

13.

Welke zijn signaalwoorden?

Ik houd van zwemmen en dansen. Daarnaast vind ik paardrijden leuk. Bovendien ga ik ook nog vaak hardlopen.

a)

en

b)

daarnaast

c)

vind

d)

bovendien

e)

ook

14.

Ik houd van Italiaanse gerechten ..... spaghetti, pizza en lasagne.

a)

dus

b)

zoals

c)

om te beginnen

d)

kortom

15.

Wij vervelen ons nooit, ........ die klas wel.

a)

dus

b)

terwijl

c)

maar

d)

want

16.

Omdat de universiteit(v) minder geld krijgt, neemt .... minder studenten aan.

a)

hij

b)

ze

17.

Als dit aanbod je niet bevalt kun je ..... beter niet accepteren

a)

hem

b)

het

c)

haar

18.

Het vogeltje zingt ..... eigen lied.

a)

zijn

b)

haar

19.

Dit tijdschrift is opgeheven, omdat .... veel abonnees verloren heeft.

a)

hij

b)

zij

c)

het

20.

Heeft deze onderneming(v) ........ werknemers een bonus gegeven?

a)

zijn

b)

haar

21.

Als je het bod op je auto te laag vindt, accepteer .... dan niet.

a)

het

b)

hem

22.

Hij heeft vorig jaar net zo veel geld verdiend ..........

a)

als ik

b)

dan ik

c)

als mij

d)

dan mij

23.

Je weet toch dat ik mijn werk beter doe ............

a)

dan haar

b)

dan zij

c)

als zij

d)

als haar

24.

Rick gelooft dat ie harder studeert ........

a)

als hem

b)

dan hem

c)

dan hij

d)

als hij

25.

Mijn teamgenoten geven lang niet zo veel geld uit in de kantine ............

a)

als mij

b)

dan mij

c)

dan ik

d)

als ik

26.

Speelt Messi net zo goed ....... Ronaldo?

a)

als

b)

dan

27.

Het stadion van sc Heerenveen is veel groter en mooier .......... van Cambuur.

a)

dan deze

b)

dan die

c)

als die

d)

als dat

e)

dan dat

28.

Fors - forser - forst

a)

juist

b)

onjuist

29.

dwaas - dwaaser- meest dwaas

a)

juist

b)

onjuist

30.

sober - soberer - soberst

a)

onjuist

b)

juist

31.

enthousiast - enthousiaster - meest enthousiast

a)

juist

b)

onjuist

32.

Bungeejumpen is het spannendste .... ik ooit heb gedaan.

a)

wat

b)

dat

33.

De leerling had al zijn boeken vergeten, ..... de docent vreemd vond.

a)

wat

b)

dat

34.

Is er nog iets ...... ik vergeten ben uit te leggen?

a)

wat

b)

dat

35.

Is 'Fright night' het mooiste boek ..... je ooit gelezen hebt?

a)

dat

b)

wat

36.

Ik zal ....... die brief vandaag nog sturen.

a)

hun

b)

hen

37.

De burgemeester reikte de prijs aan ..... uit.

a)

hun

b)

hen

38.

Wij hebben deze koekjes speciaal voor .... gebakken.

a)

hun

b)

hen

39.

Ik heb ...... gister niet gezien.

a)

hun

b)

hen

40.

Moeten we nu echt de hele middag op ........ wachten?

a)

hun

b)

hen

41.

........ gaan volgende week op vakantie naar Italië.

a)

Hun

b)

Hen

c)

Zij