wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

woordenschat 3 brugklas

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent typisch?

a)

natuurlijk

b)

logisch

c)

kenmerkend

2.

Wat betekent oorspronkelijke?

a)

oudste

b)

vanzelfsprekend

c)

beginnen te bestaan

3.

Wat betekent modern?

a)

nieuw

b)

interessant

c)

van deze tijd

4.

Wat betekent bruikbaar?

a)

nuttig

b)

handig

c)

sterk en fit

5.

Wat betekent wegkapitein?

a)

iemand die de weg kent en voorop fiest

b)

de baas van de weg

c)

een bestuurder

6.

Wat betekent animo?

a)

beslist

b)

zin om iets te doen

c)

iets tot stand brengen

7.

Wat is een tegenstelling?

a)

een woord dat hetzelfde betekent

b)

een snelle verandering

c)

het tegenovergestelde

8.

Wanneer gebruik je een grondwoord?

a)

om het meervoud te vinden in het woordenboek

b)

om in het woordenboek de betekenis van een woord te kunnen vinden

c)

om de woorden te kunnen verkleinen

9.

Welke trap van vergelijking is fout?

a)

groot- groter- grootst

b)

weinig- minder- minst

c)

goed- goeder- best

d)

veel- meer- meest

10.

Wat is een obstakel?

a)

een voorwerp dat je in de bouw gebruikt

b)

iets dat in de weg staat

c)

een apparaat

11.

Wat betekent deze samenstelling: grondstof

a)

grond waarin je een bepaalde stof vindt

b)

materiaal dat de basis is voor een nieuw produkt

c)

stof dat op de grond ligt

12.

Wat betekent broos?

a)

sterk en fit

b)

ongelukkig

c)

zwak, slecht