wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 3 Hoofdstuk 2 Elektriciteit

Total questions: 50

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de functie van het weekijzeren juk?

a)

stroom geleiden

b)

magneetveld versterken

c)

stroom geleiden EN magneetveld versterken

d)

de spoelen vasthouden

2.
Een transformator heeft primair 80 en secundair 3000 windingen. De primaire spoel wordt aangesloten op een spanning van 5 V. Bereken de secundaire spanning.
a)
37,5 V
b)
187,5 V
c)
0,13 V
d)
0,027 V
3.
Een transformator zet de spanning van het stopcontact om in 19 V. De secundaire spoel heeft 200 windingen. Bereken het aantal windingen van de primaire spoel.
a)
12
b)
2421
c)
2105
d)
17
4.
Een transformator heeft primair 50 en secundair 800 windingen. Door de primaire spoel loopt een stroom van 0,7 A. Bereken de stroomsterkte door de secundaire spoel.
a)
11,2 A
b)
0,044 A
c)
0,014 A
d)
35 A
5.
Een transformator zet 6 V om in 120 V. Primair loopt een stroom van 1,6 A. Bereken de secundaire stroomsterkte.
a)
0,08 A
b)
32 A
c)
1,6 A
d)
0,27 A
6.
Een transformator werkt op .........
a)
wisselspanning
b)
gelijkspanning
c)
beide soorten spanning
7.

Welke bewering is juist?

a)

Er stroomt door een elektriciteitsdraad gelijkstroom als de elektronen in één en dezelfde richting lopen.

b)

Er stroomt door een elektriciteitsdraad gelijkstroom als er evenveel elektronen heen als terug lopen.

8.

In de aardlekschakelaar zit een schakeling die de uitgaande stroom met de ingaande stroom vergelijkt.

Welke bewering is waar?

a)

De ingaande stroom is altijd wat lager dan de uitgaande stroom omdat er altijd wat lek optreedt. Is het verschil groter dan 0,01 Ampère dan schakelt de aardlekschakelaar zichzelf uit.

b)

De uitgaande en de ingaande stroom moeten aan elkaar gelijk zijn anders schakelt de aardlekschakelaar zichzelf uit.

c)

De uitgaande stroom is altijd wat lager dan de ingaande stroom omdat de stroom altijd iets toeneemt door warmteontwikkeling. Is het verschil groter dan 0,01 Ampère dan schakelt de aardlekschakelaar zichzelf uit.

9.

Een strijkijzer is aangesloten op een spanning van 230 Volt en heeft een weerstand van 57,5 Ohm.

Hoe groot is het vermogen van dit strijkijzer?

a)

4 Watt

b)

12,1 Kilowatt

c)

13,75 Kilowatt

d)

920 Watt

10.

Als je met een wollen doek over een ballon wrijft, dan:

a)

Komen er negatieve ladingen vrij op de ballon.

b)

Komen er positieve ladingen vrij op de ballon.

c)

Komen er positieve en negatieve ladingen vrij op de ballon die elkaar aantrekken.

11.

De eenheid van elektrische stroom werd door ................opgesteld

a)

André Marie Ampere

b)

Nikola Tesla

c)

Edison

d)

Current Blake

12.

In een parallelschakeling vloeit overal de zelfde spanning.

a)

Waar

b)

Niet waar

c)

In sommige speciale gevallen

13.

AC is gelijkstroom

a)

Ja

b)

Nee

14.

De aarding in een huisinstallatie moet...

a)

altijd geel/groen zijn

b)

enkel geel/groen zijn in vochtige ruimtes

c)

Ik mag blauw ook gebruiken als aarding

15.

Er zit een mol in de klas

a)

Ja

b)

Nee

16.

Wat zijn thermische centrales?

a)

Een elektriciteitscentrale waar elektriciteit wordt opgewekt met stoom van water dat verhit wordt door verbranding van aardgas, steenkool of aardolie.

b)

Een elektriciteitscentrale waar elektriciteit wordt opgewekt met waterkracht.

c)

Een elektriciteitscentrale waar elektriciteit wordt opgewekt met stoom van water dat verhit wordt door resten van planten (houtresten, groenteafval, tuinafval etc.)

17.

Wat is de betekenis van bovenstaande afbeelding?

a)

Je kan aan dit label zien hoeveel energie een elektriciteitscentrale produceert.

b)

Je kan aan dit label zien hoe duurzaam een elektriciteitscentrale is.

c)

Dit label geeft informatie over hoe duurzaam een apparaat is.

d)

Dit label geeft informatie over het energieverbruik van een apparaat.

18.

Hoe noemt een grote toren bij een kerncentrale

a)

Turbine

b)

Stoomtoren

c)

Koeltoren

d)

Schouw

19.

Welke energie-omzetting gebeurt er bij de stoomketel

a)

chemische <> Beweging

b)

Chemische <> Thermische

c)

Beweging <> Elektrische energie

d)

Geen van de 3

20.

Welk van deze stopcontacten heeft penaarde?

a)
b)
21.

Wat is (tegenwoordig) de kleur van de LIVE / FASE ader?

a)

Bruin

b)

Blauw

c)

Geel-Groen

d)

Zwart

22.

Je hebt drie metalen staafjes. 1,2 en 3. Staafjes 1 en 2 trekken elkaar altijd aan, ongeacht hoe je ze tegen elkaar houdt. Staafjes 2 en 3 oefenen geen kracht op elkaar uit, welke uitspraak is zeker juist?

a)

1 en 2 zijn magneten, 3 niet

b)

1 en 2 zijn niet allebei magneten

c)

2 en 3 zijn geen magneten, 1 wel

d)

1 kan 3 niet aantrekken

23.
Hoeveel batterijen van 1,5 Volt zijn er nodig om een spanning te maken van 9 Volt?
a)
4
b)
5
c)
6
d)
7
24.

Wanneer is een transformator ‘ideaal’?

a)

als het primaire vermogen groter is dan het secundaire vermogen

b)

als het primaire vermogen kleiner is dan het secundaire vermogen

c)

als het rendement 100% is

d)

als het rendement groter is dan 100%

25.

Elk woonhuis heeft een verbinding met het elektriciteitsnet. Via dat net ‘bezorgt het energiebedrijf aan huis’. Tijdens het vervoer van elektriciteit van de centrale naar jouw huis wordt de spanning verschillende keren omhoog of omlaag getransformeerd.

Welke transformatie vindt plaats in een transformatorhuisje bij jou in de wijk?

a)

van 400 000 V naar 10 000 V

b)

van 10 000 V naar 400 000

c)

van 400 000 V naar 230 V

d)

van 230 V naar 400 000 V

e)

van 10 000 V naar 230 V

26.

Hoe groot is het vermogen van het lampje bij een spanning van 6,0 V? Maak gebruik van de grafiek.

a)

0,08 W

b)

2,9 W

c)

4,8 W

d)

6,5 W

27.

Welke bewering is waar?

a)

Een elektrische auto gebruikt elektrische energie.

b)

Bij een elektromotor komt elektrische energie vrij.

c)

Een elektromotor zet elektrische energie om in bewegingsenergie.

d)

Een elektrische auto geeft geen belasting voor het milieu.

28.

De mp3-speler van Erik heeft een vermogen van 2 W en werkt op een spanning van 5 V. Hoe groot is de stroomsterkte door deze speler?

a)

10 A

b)

2,5 A

c)

0,4 A

29.

Serah kan haar auto niet starten. Zij komt er achter dat haar autoradio het ook niet doet. Welke twee dingen zouden er met de auto aan de hand kunnen zijn?

a)

de dynamo is defect

b)

de auto heeft geen brandstof

c)

de startmotor is defect

d)

de accu is leeg

30.

Welke spanningsbronnen leveren een wisselspanning?

a)

accu

b)

batterij

c)

dynamo

d)

generator

e)

zonnecel

31.

Welke bewering is niet waar?

a)

Gelijkspanning kan makkelijk worden omgezet in een hogere of lagere spanning.

b)

Er loopt geen stroom van de primaire naar de secundaire spoel.

c)

De energie in een transformator wordt vervoerd door een veranderend magneetveld.

32.

In een kroonluchter zitten zes spaarlampen met elk een vermogen van 12 W. Per dag branden de lampen gemiddeld twee uur. Hoeveel elektrische energie verbruikt de kroonluchter per jaar (365 dagen)?

a)

26,3 kWh

b)

52,6 kWh

c)

26280 kWh

d)

52560 kWh

33.

Wanneer schakelt een aardlekschakelaar de stroom uit?

a)

als deze boven een bepaalde waarde uitkomt

b)

als er ergens stroom 'weglekt'

c)

bij overbelasting

d)

bij kortsluiting

34.

Een magnetron is samen met de verlichting in de keuken aangesloten op dezelfde groepszekering. Deze groep is beveiligd met een smeltveiligheid. Op welke plaats in de tekening moet de smeltveiligheid worden geplaatst?

a)

plaats 1

b)

plaats 2

c)

plaats 3

35.
bij de omzetting van energie in een elektriciteitscentrale wordt een deel van de energie ook omgezet in niet nuttige energie...
a)
lichtenergie
b)
bewegingsenergie
c)
warmte energie
36.
Als in een elektriciteitscentrale chemische energie wordt omgezet in 40% elektrische energie en 60% afvalwarmte dan heeft de centrale een rendement van...
a)
40%
b)
60%
37.

Wat is de bron van onze elektriciteit die wordt opgewekt in een elektriciteitscentrale?

a)

Water.

b)

Stoom.

c)

Vuur.

38.

Wat gebeurt er met de batterij van je gsm als je de helderheid van je scherm minder hoog zet?

a)

Je batterij gaat sneller leeg.

b)

Er verandert niets.

c)

Je batterij gaat minder snel leeg.

39.
In een energiecentrale kan ........ worden gebruikt als brandstof om water in een ketel te verwarmen. 
Wat moet er op de plaats van .... staan?
a)
Olie
b)
Elektriciteit
c)
Dynamo
d)
Hoogspanningsmasten
40.
Stoom komt tegen sloepen op een ...... aan die daardoor gaat draaien.
Wat moet er op de plek van .....?
a)
Olie
b)
Stoom
c)
Dynamo
d)
Hoogspanningsmasten
41.
Voordat de stroom de huizen ingaat wordt de spanning kleiner gemaakt. Waarin gebeurt dat?
a)
In de fabriek.
b)
In de meterkast
c)
In een transformatorhuisje
d)
In de accu
42.
Waardoor weet je welk apparaat het meeste stroom gebruikt.
a)
Door het voltage
b)
Door het wattage
c)
Door de kleur
d)
Door het aantal mogelijkheden van het apparaat.
43.
Door vaker de fiets te nemen in plaats van de auto zorg je voor...
a)
Het minder gebruik maken van fossiele brandstoffen.
b)
Het minder gebruik maken van duurzame energiebronnen
c)
Geen van beiden.
44.
Wat is een voordeel van kernenergie.
a)
Je kunt grote hoeveelheden energie maken zonder dat de lucht of het water wordt vervuild.
b)
Er blijft helemaal geen afval achter bij het maken van kernenergie.
45.
In een elektriciteitscentrale staan generatoren. Generatoren zijn:
a)
Supergrote dynamo's 
b)
Grote zonnepanelen 
c)
Turbines 
d)
Ketels
46.
Stroom wordt vanuit de elektriciteitscentrales naar steden en dorpen vooral vervoerd met:
a)
Kabels onder de grond
b)
Draadloos via de lucht
c)
Hoogsmanningsmasten
d)
Vrachtwagens 
47.
Stroomverbruik wordt aangegeven
a)
PMS
b)
Volt
c)
minuten
d)
Watt
48.
Stroom is elektriciteit. Wat er stroomt zijn kleine deeltjes elektriciteit. Deze deeltjes noemen we:
a)
Protonen
b)
Elektronen
c)
Voltage
d)
Wattage
49.

welke van de 4 heeft alleen spanningsbronnen?

a)

batterij, dynamo, lamp

b)

batterij, accu, dynamo

c)

batterij, accu, HDMI kabel

d)

batterij, playstation,toaster

50.

De lampen in de lokaal werken op een spanning van 230 V. Als alle lampen aanstaan is de totale stroomsterkte 2 A.


Hoe groot is het vermogen van alle lampen bij elkaar?

a)

460 W

b)

115 W

c)

230 W

d)

2 W