wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling STOEP

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welke eenheid heeft volume massa?

a)

Kg/cm

b)

Pond/euro

c)

Kg/m³

d)

Kg/m²

2.

De volume massa binnen 1 houtsoort kan erg verschillen, hoe komt dit?

a)

Vochtgehalte en duurzaamheid

b)

Branbaarheid en isolatie

c)

Transport en elasticiteit

d)

Klimaat en bodemgesteldheid

3.

Balsa heeft een volumemassa van 80

Pokhout heeft een volumemassa van 1250


Welk gevolg heeft dit voor het vervoeren van de boomstammen?

a)

Er kunnen meer boomstammen van balsa op de camion dan van pokhout

b)

Er kunnen minder boomstammen van balsa op de camion dan van pokhout

4.

20% vochtgehalte betekent

a)

De uitdrukking 20 % vochtgehalte betekent dat het hout een hoeveelheid water bevat die gelijk is aan 20% van het gewicht van de droge massa.

b)

De uitdrukking 20 % vochtgehalte betekent dat het hout een hoeveelheid vocht bevat die gelijk is aan 20% van het gewicht van de relatieve luchtvochtigheid

c)

De uitdrukking 20 % vochtgehalte betekent dat het hout een hoeveelheid hout bevat die gelijk is aan 20% van het gewicht van de vezelsverzadigingspunt

5.

Wat meet dit toestel

a)

De hygroscopiciteit van hout

b)

Het vezelverzadigingspunt

c)

Het vochtgehalte

6.

Een pas gevelde boom

a)

Bevat enkel nog gebonden water het vochtgehalte is rond de 20 %

b)

Bevat enkel nog vrij water vochtgehalte is rond de 80 %

c)

Bevat zowel vrij water als gebonden water het vochtgehalte is rond de 100 %

7.

Eens de stam in boolplanken is verzaagd kan het vrij water de boom verlaten

a)

Wanneer al het vrij water de stam heeft verlaten bereiken we het evenwichtsvochtgehalte

b)

Wanneer al het vrij water de stam heeft verlaten bereiken we het vezelverzadigingspunt.

8.

Wanneer hout verder uitdroogt dan het verzelverzadigingspunt...

a)

Gaat het krimpen

b)

Verlaat het gebonden water de celholtes en intercelluaire ruimtes

c)

Verlaat het vrij water de celholtes

d)

Verlaat het gebonden water de celwanden gaat het hout krimpen

9.

Hout wenst steeds zijn evenwichtvochtgehalte te bereiken

a)

Dit betekent dat het vocht zal afgeven wanneer het in een natte omgeving komt

b)

Dit betekent dat het hout vocht zal opnemen in een droge omgeving

c)

Dit betekent dat hout vocht zal afgeven wanneer het in een droge omgeving komt

d)

Dit betekent dat hout vocht zal opnemen wanneer het van de atelier naar een droge woonkamer verplaatst wordt.

10.

Hoeveel bedraagt de relatieve luchtvochtigheid in buitenlucht

a)

Tussen 30 % en 60%

b)

tussen 60 % en 80 %

c)

Tussen 50 % en 100%

d)

Tussen 60 % en 90%

11.

In welke richting zal hout het meest krimpen en zwellen?

a)

Axiale richting

b)

Radiale richting

c)

Tangentiale richting

12.

Krimp en zwel zijn een factor waarmee rekening moet worden gehouden. WANEER?

a)

Massieve delen van een houtconstructie

b)

Plaatmaterialen onderdelen van een houtconstructie

c)

Opslag van Pellets

d)

Aankoop van stammen

13.

Hout met relatief hoge waarden bij krimp en zwel

a)

Is stabiel hout

b)

Is onstabiel hout

14.

welke spanningen ontstaan bij deze balk?

a)

Trekspanning en drukspanning

b)

Trekspanning, drukspanning en afschuifspanning

c)

Trekspanning, drukspanning, afschuifspanning, zijwaartse spanning

d)

Trekspanning, drukspanning, afschuifspanning en loodrechte spanning

15.

Hout met een hoge elasticiteitsmodule is stijf hout, dit betekend

a)

Dat het hout niet gebruikt kan worden voor fineer

b)

Dat de volumemassa van dit hout heel sterk zal verschillen binnen éénzelfde boom

c)

Dat dit hout grote weerstand geeft tegen doorbuiging

16.

Welke factor heeft geen invloed op het natuurlijk droogproces?

a)

Relatieve luchtvochtigheid

b)

luchtdruk

c)

Intensiviteit van zonnewarmte

d)

Dikte van de gezaagde planken

e)

Bodemgesteldheid

17.

Welke productievorm van fineer wordt aangewend bij de productie van multiplex?

a)

Zaagfineer

b)

Snijfineer

c)

Afrolfineer

d)

wortelfineer

18.

Welke fineertekening is dit?

a)

Dosse hout

b)

Kwartiershout

c)

Halfkwartier

d)

Bloemtekening

19.

Welke tekening is dit?

a)

Gewaterde tekening

b)

Geaderde tekening

c)

Wortelfineer

d)

Kwartiershout

20.

Hoe wordt fineer best opgeslagen

a)

Binnen onder transparante folie liefst in een droge kamer

b)

Binnen onder zwarte folie liefst in een droge kamer

c)

Binnen onder zwarte folie liefst in een ruimte die niet te droog is

d)

Binnen onder roze folie liefst in een ruimte die niet te droog is