wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Grote Geniale Nederlands-quiz

Total questions: 52

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer is de eerste Nederlandse zin ooit geschreven?

a)

Rond de 8e eeuw na Christus

b)

In de 17e eeuw

c)

300 jaar voor Christus

d)

5000 voor Christus

2.

Welke zin is juist?

a)

Het meer is bevrozen.

b)

Het haardvuur brande hard.

c)

Ik heb de school gebeld.

d)

Hij heeft het niet slecht bedoelt.

e)

Hij besluitte om morgen uit te slapen.

3.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

Dirk Bracke

b)

Marc de Bel

c)

Stephenie Meyer

d)

Patrick Lagrou

4.

Kies de zinnen met een WWG.

a)

Roodborstjes willen geen andere mannetjes in hun tuin!

b)

Ik heb lang aan vechtsport gedaan.

c)

De zon schijnt de hele dag.

d)

Het is helemaal niet moeilijk, hoor!

5.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

J.K. Rowling

b)

Roald Dahl

c)

Stephenie Meyer

d)

Dirk Bracke

6.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

Paul Van Loon

b)

Roald Dahl

c)

Marc de Bel

d)

Dirk Bracke

7.

Welke zin is juist?

a)

Je hebt telang tv gekeken.

b)

De wedstrijd is afgelast.

c)

Had ik maar opgelet...

d)

Zij wilt geen bijles!

e)

Ben toch niet zo'n watje.

8.

Zoek het correcte bord.

a)
b)
c)
d)
9.

Welke taal is niet ontstaan uit het Nederlands?

a)

Fries

b)

West-Vlaams

c)

Afrikaans

d)

Duits

10.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

Paul van Loon

b)

Suzanne Collins

c)

Stephenie Meyer

d)

Mirjam Mous

11.

De volgende werkwoorden zijn koppelwerkwoorden...

a)

geweest, blijken, worden

b)

werven, leven, zwemmen, springen

c)

zijn, worden, hebben, blijken

d)

scheen, lijken, zouden

12.

Zoek het correcte bord.

a)
b)
c)
d)
13.

In welk land is Nederlands geen officiële taal?

a)

Suriname (werelddeel Zuid-Amerika)

b)

Congo (continent Afrika)

c)

Curaçao (Caribisch eiland)

d)

Sint-Maarten (Caribisch eiland)

e)

Nederland (Europa)

14.

Kies de zinnen met een NWG.

a)

Hier is ooit een Afghaanse naakthond geweest!

b)

Ik heb het moeilijk met deze vragen.

c)

De examens schijnen lastig te zijn.

d)

Hij zei dat ik tijdens de quiz gezweet zou hebben?!

15.

Zoek het correcte bord.

a)
b)
c)
d)
16.

De buurvrouw gaat in de mooie auto weg.

a)

Het zelfstandige naamwoord is 'buurvrouw'.

b)

Het zelfstandige naamwoord is 'mooie'.

c)

Het zelfstandige naamwoord is 'auto'.

d)

Het zelfstandige naamwoord is 'weg'.

17.

Wij lopen snel en struikelend het bos in.

a)

Persoonsvorm: wij

b)

Persoonsvorm: lopen

c)

Persoonsvorm: snel

d)

Persoonsvorm: struikelend

18.

Mijn oren ........ van de herrie. (verleden tijd - suizen)

a)

suizden

b)

suisden

c)

suisde

d)

suizde

19.

De jongens .... de bal over het hek. (verleden tijd - gooien)

a)

gooide

b)

gooiden

c)

gooite

20.

De dozen ................ ik op en neer. (verleden tijd - schudden)

a)

schude

b)

schudde

c)

schudden

21.

Hij ............................... naar de hond. (verleden tijd - fluiten)

a)

Floot

b)

Fluitte

c)

Flootte

22.

Mijn moeder ... haar haar. (verleden tijd - verven)

a)

Verfde

b)

Vervte

c)

Verfte

d)

Verfden

23.

Hij .................................... de cola. (tegenwoordige tijd - schudden)

a)

Schud

b)

Schut

c)

Schudt

24.

............................... je een kaars? (tegenwoordige tijd - branden)

a)

Brand

b)

Brandt

c)

Brant

d)

Brande

e)

Brandde

25.

Ik .... er niet goed van. (tegenwoordige tijd - worden)

a)

Wort

b)

Wordt

c)

Word

26.

Ik heb hem een kaart.......... (VD - sturen)

a)

gestuurd

b)

gestuurt

c)

gestuurdt

27.

Heb jij dat al ......... (VD - horen)

a)

Gehoort

b)

Gehoord

c)

Gehoordt

28.

Mevrouw Ivy heeft het niet meer ......... om nog een stunt uit te halen. (VD - aandurven)

a)

aantedurven

b)

aangedurft

c)

durfde aan

d)

aangedurfd

29.

De wilde dieren .......... gewoon uit de rivier. (drinken)

a)

dronken

b)

drinkden

c)

drinken

d)

drinkten

30.

Het kledingstuk........... omdat het te heet gewassen werd. (krimpen)

a)

krimpte

b)

krimpde

c)

kromp

d)

krimptte

31.

Het water wor... heel heet. (tegenwoordige tijd)

a)

t

b)

d

c)

dt

32.

De rust keer.. weer.

a)

de

b)

dde

c)

dden

33.

's Morgens vroeg heb je een ....

a)

kerstontbeitje

b)

kerstontbijtje

c)

kersontbijtje

d)

kerstonbijtje

34.

Mijn tante zet al het eten op een lange tafel en noemt dat het ...

a)

paasbuffet

b)

paasbufet

c)

paasbuffee

d)

paasbuffett

35.

In welke volgorde wordt een brief geschreven?

a)

afzender - groet - tekst

b)

afzender - groet - inleiding - kern - slot

c)

groet - afzender - kern - slot

d)

groet - afzender - inleiding - tekst - doei

36.

Hoe sluit je een zakelijke brief goed af?

a)

M.v.g.

b)

Met vriendelijke groet

c)

xoxo

d)

Dag

37.

Wat is de juiste afkorting van ‘’bijvoorbeeld’’?

a)

BV

b)

bv.

c)

vb.

d)

bv

e)

VB

38.

Wat is het hoofddoel?

a)

informeren

b)

ontroeren

c)

instructies geven

d)

activeren

39.

5 seconden later ging de bel!

a)

1 woord

b)

Zin

c)

Woordgroep

d)

Persoonsvorm

e)

Onderwerp

40.
Welke zin is correct geformuleerd?   
a)
Ze hebben daar veel meer recht op als wij.
b)
Ze hebben daar veel meer recht op als ons.
c)
Ze hebben daar veel meer recht op dan wij. ·
d)
Ze hebben daar veel meer recht op dan ons.
41.
Kies de juiste schrijfwijze:  
a)
doe-het-zelfzaak
b)
doe-het-zelf-zaak
c)
doe-het-zelf zaak
d)
doe het zelf zaak  
42.

Wat is de juiste schrijfwijze van 15 328?

a)

Vijftien duizend driehonderdachtentwintig

b)

Vijftienduizenddriehonderdachtentwintig

c)

Vijftienduizend driehonderd achtentwintig

d)

Vijftienduizend driehonderdachtentwintig

43.

Welke leesmanier hoort er niet bij?

a)

Kritisch lezen

b)

Noodzakelijk lezen

c)

Ontspannend lezen

d)

Zoekend lezen

44.

Hoe achterhaal je de betekenis van een woord?

a)

Vragen aan Alexa, Siri, of Google assistant.

b)

Gewoon doorlezen en hopen dat het niet belangrijk was

c)

In het woord zelf, in de context, zoek de betekenis op, vraag de betekenis

45.

Wat zijn andere woorden voor 1. feiten en 2. meningen?

a)

1. Meningen en 2. feiten

b)

1.Subjectief en 2. objectief

c)

1. Objectief en 2. subjectief

d)

1. waarheid en 2. onzin

46.

Wat is het verschil tussen het onderwerp en de hoofdgedachte?

a)

Er is geen verschil.

b)

Een hoofdgedachte is een samenvatting van de tekst, een onderwerp is het thema van een tekst.

c)

Het onderwerp vertel je in een woord of een kort zinnetje, de hoofdgedachte vertel je in 1 of 2 zinnen

d)

Het onderwerp vertel je in 1 of 2 zinnen en de hoofdgedachte vertel je in een woord of een kort zinnetje

47.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

Jeff Kinney

b)

Suzanne Collins

c)

Stephenie Meyer

d)

J.K. Rowling

48.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

Paul Van Loon

b)

Roald Dahl

c)

Marc de Bel

d)

Dirk Bracke

49.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

J.K. Rowling

b)

Susanne Collins

c)

Stephenie Meyer

d)

Rachel Renee Russel

50.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

J.K. Rowling

b)

Susanne Collins

c)

Stephenie Meyer

d)

Rachel Renee Russel

51.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

J.K. Rowling

b)

Susanne Collins

c)

Stephenie Meyer

d)

Rachel Renee Russel

52.

Wie is de schrijver van dit boek?

a)

Roald Dahl

b)

Susanne Collins

c)

Jeff Kinney

d)

Rachel Renee Russel