wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mavo/vmbo Hoofdstuk 5

Total questions: 10

Worksheet time: 3hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Waarom is de btw een indirecte belasting?

a)

Omdat je de btw meteen betaalt als je iets koopt.

b)

Omdat je de btw niet meteen betaalt als je iets koopt.

c)

Omdat je de btw rechtstreeks aan de overheid betaalt.

d)

Omdat je de btw via de winkelier aan de overheid betaalt.

2.

In Borculo wordt een nieuw restaurant geopend. Wat neemt er toe?

a)

De vraag

b)

Het aanbod

c)

De vraag en het aanbod

d)

Geen van beide

3.

Sep koopt een nieuw spel. De prijs van het spel is € 25,99 (exclusief btw) Hoeveel moet Sep in de winkel betalen?

a)

€ 21,48

b)

€ 31,45

c)

€ 27,55

d)

€ 30,50

4.

Jildou koopt bij de MC Donalds een bigmag menu voor € 6,95. Het btw percentage is 9%. Wat is de prijs exclusief btw?

a)

€ 6,38

b)

€ 5,74

c)

€ 7,37

d)

€ 8,41

5.

Voor een bezoek aan de kapper betaalde Jelle in 2018 € 17,95 (incl. 6%) In 2009 is de btw verhoogd naar 9%. Hoeveel betaald hij nu bij de kapper?

a)

€ 19,57

b)

€ 18,49

c)

€ 18,46

d)

€ 17,46

6.

Livia verkoopt aardbeien voor € 3,50 per bakje. Ze heeft deze ingekocht voor € 2,20 per bakje. Ze verkoopt in een week 103 bakjes. Bereken de brutowinstopslag in procenten van de inkoopprijs.

a)

159,1%

b)

37,1%

c)

62,9%

d)

59,1%

7.

Afzet= 1.265 producten per maand. Verkoopprijs =€8,50 per product. Inkoopprijs = €3,50 per product. Bedrijfskosten = €1.210,- loonkosten en €1.090,- overige kosten. Bereken de brutowinst

a)

€ 6.325,-

b)

€ 8.452,50

c)

€ 4.025

d)

€ 2.127,50

8.

De gemiddelde inkoopprijs van een broek is € 48,- De brutowinstopslag is 60%. De winkelier verkoopt 120 broeken per week. De totale kosten zijn € 1.260,- per week. Bereken de nettowinst.

a)

€ 7.956

b)

€ 2.196

c)

€ 3.456

d)

€ 4.500

9.

Juist of onjuist: De inkoopprijs + btw is de consumentenprijs

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Verkoopprijs zak chips in week 1=€ 2,10 per zak.

Afzet week 1 = 84.

In week 2 verlaagt hij de verkoopprijs met 20%. In week 2 verkoopt hij 12 zakken chips meer. Bereken hoeveel zijn omzet deze week meer of minder is dan de vorige week.

a)

€ 15,12 minder

b)

€ 25,20 meer

c)

€ 25.20 minder

d)

€ 4,56 meer