Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling H5 1BK

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Een klankvast werkwoord is een werkwoord dat in de verleden tijd verandert van vorm

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Als meer mensen het doen, gebruik ik in de verleden tijd meer letters

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

De kapper … (knippen) gisteren mijn haar

a)

knipte

b)

knipten

4.

De kappers … (knippen) alle klanten van de salon

a)

knipte

b)

knipten

5.

Jan en Pietje … (struikelen) over de stoeptegel

a)

struikelde

b)

struikelden

6.

Mijn vriendin … (verrassen) mij met een ijsje

a)

verrasste

b)

verrassten

c)

verraste

d)

verrasten

7.

De jongens … (rennen) heel snel tijdens gym

a)

rennde

b)

rennden

c)

rende

d)

renden

8.

In de verleden tijd enkelvoud doe ik: ik-vorm + te/de

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

… (gebruiken) jullie vroeger een vulpen?

a)

Gebruikte

b)

Gebruikten

10.

Hoe vaak … (poetsen) jullie de tanden van de hond?

a)

poetste

b)

poetsten

11.

Ik … (wandelen) erg graag door de duinen

a)

wandelde

b)

wandelden

12.

Bij verleden tijd meervoud doe ik: ik-vorm + te/de

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Youssef weigerde het boek te pakken

a)

Goed

b)

Fout

14.

Elife pakten haar boeken uit haar kluis

a)

Goed

b)

Fout

15.

De leerlingen klapte voor de acteur

a)

Goed

b)

Fout

16.

Kra...b/p...

a)

b

b)

p

17.

Hoe kun je erachter komen of je woorden met een d of een t op het eind schrijft?

a)

Door te gokken

b)

Er is geen truc voor

c)

Door er enkelvoud van te maken

d)

Door er meervoud van te maken

18.

Er is geen truc voor het gebruiken van een ij of ei

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Ik zet de map in de kast

a)

Goed

b)

Fout

20.

Mein moeder is 52 jaar oud.

a)

Goed

b)

Fout

21.

Wat een lekker ...ij/ei...sje

a)

ij

b)

ei

22.

Een spin maakt een we...p/b...

a)

p

b)

b

23.

Een octopus heeft er twee, een mens één. Ik heb het over een har...t/d...

a)

t

b)

d

24.

In de tuin heb ik geen zwemba...d/t...

a)

d

b)

t

25.

De sch...ij/ei...dstrechter geeft een rode kaart

a)

ij

b)

ei

26.

Ik vertel je een geh...ei/ij...m

a)

ei

b)

ij

27.

Omdat het honden is in het meervoud, is het hon...d/t... in het enkelvoud

a)

d

b)

t

28.

Een miljonair is erg r...ij/ei...k

a)

ij

b)

ei

29.

Ki...b/p...

a)

b

b)

p

30.

Ik bak op zondag altijd een lekker ...ij/ei...

a)

ij

b)

ei