wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formuleren: verwijswoorden

Total questions: 25

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Dat boek wil ik wel lezen, maar ... hier lijkt me niet zo spannend.

a)

deze

b)

die

c)

dit

d)

dat

2.

De patiënt, die nauwelijks nog kon lopen, bleek wel te kunnen fietsen en ... is heel opmerkelijk.

a)

deze

b)

die

c)

dit

d)

dat

3.

Wat vind je van deze taart? ... heeft mijn zusje van zes gebakken.

a)

Deze

b)

Die

c)

Dit

d)

Dat

4.

Ooit leefde hier veel wild, maar ... is verjaagd door de toeristen.

a)

deze

b)

die

c)

dit

d)

dat

5.

De politicus verwijt de burgerij dat ... alleen aan zichzelf denkt.

a)

hij

b)

zij

c)

het

6.

Ik vind de hondennaam Binky lelijk, maar ... is helemaal in.

a)

hij

b)

zij

c)

het

7.

Het leger werft meer personeel, omdat ... vaker wordt ingezet.

a)

hij

b)

zij

c)

het

8.

Dit product is erg populair, ondanks de bijwerkingen die ... heeft.

a)

hij

b)

zij

c)

het

9.

Voor de renovatie zal het museum ... deuren een maand sluiten.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

10.

Wist je dat de stichting dit jaar ... honderdjarig bestaan viert?

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

11.

De Nederlandse Spoorwegen willen ... dienstverlening verbeteren.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

12.

Het bewind van de dictator heeft ... langste tijd wel gehad.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

13.

Heb je het boek ... je gisteren zat te lezen, al uit?

a)

die

b)

dat

c)

wat

14.

In de krant las ik een artikel over de kwestie Irak, ... zeer kritisch was over de rol van de minister-president.

a)

die

b)

dat

c)

wat

15.

Hij hielp mij gisteren met mijn huiswerk, ... erg aardig vond.

a)

die

b)

dat

c)

wat

16.

De koning sprak de olympisch kampioen toe en gaf ... een lintje.

a)

hem

b)

haar

c)

hun

d)

hen

17.

De koning sprak de olympische kampioenen toe en gaf ... een lintje.

a)

hem

b)

haar

c)

hun

d)

hen

18.

De koning sprak de olympische kampioenen toe en gaf een lintje aan ...

a)

hem

b)

haar

c)

hun

d)

hen

19.

De koning sprak de regering toe en gaf ... een compliment.

a)

hem

b)

haar

c)

hun

d)

hen

20.

Vandaag maakten mijn buren veel lawaai, maar vandaag hoor ik ... helemaal niet.

a)

hem

b)

haar

c)

hun

d)

hen

21.

Carla's broer gaat vaker naar de film ...

a)

als haar

b)

dan haar

c)

als zij

d)

dan zij

22.

De meeste jongeren geven niet zo veel geld uit ...

a)

als jij

b)

dan jij

c)

als jou

d)

dan jou

23.

Zij kan lang niet zo goed hockeyen ...

a)

als mij

b)

dan mij

c)

als ik

d)

dan ik

24.

Mijn vader is vier keer zo oud ...

a)

als mij

b)

dan mij

c)

als ik

d)

dan ik

25.

Jullie kopen veel vaker nieuwe kleren ...

a)

als ons

b)

dan ons

c)

als wij

d)

dan wij