Font size
WorksheetsHerhaling leerstof 2e trimester Nederlands 1
Total questions: 85
Worksheet time: 1hrs 2mins
Het paard luistert goed naar ......... baas.
zijn
zij
Het cadeau is voor ............
jou
jouw
Het lijkt ........ een goed idee.
mijn
mij
Het is ........ idee.
mijn
mij
..... kan mijn schoenen nergens vinden.
ik
mijn
Het is ...........rommel.
jou
jouw
Wat vindt ....... er van?
haar
zij
Mag op op ......... stoel gaan zitten?
haar
zij
De mooie bos bloemen is van .......
mij
mijn.
Het is ......... bos bloemen.
mij
mijn
Mag ik .... wat vragen?
u
uw
Heb je een kaartje gekocht voor het concert?
"je" is een...
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
Je vader wil Henk niet naar het feest brengen.
"je" is een...
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Mag ik jouw geodriehoek even lenen?
"jouw" is een...
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
Mocht je bij hem achter op de fiets zitten? 'hem' is een ...
bezittelijk voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
Heb jij je oma al bedankt voor dat mooie cadeau? 'je' is een...
zelfstandig naamwoord
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
De spreekbeurt van Ahmet was erg interessant! 'Ahmet' is een...
bezittelijk voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Uw praatjes bevallen mij niet. 'Uw' is een...
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
zelfstandig naamwoord
Wijs het bezittelijk voornaamwoord aan in de zin:
"Waarom heeft hij jouw huiswerk gemaakt?"
hij
jouw
waarom
huiswerk
Wijs het bezittelijk voornaamwoord aan in de volgende zin:
"Volgens mij heb jij je toetsen aardig goed geleerd"
mij
jij
je
aardig
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Enkelvoudige of samengestelde zin?
Vergeet niet dat er in elke gemeente ook nog vuurwerkshows georganiseerd kunnen worden.
Enkelvoudige of samengestelde zin?
In de werkplaats las... de mannen de buizen aan elkaar.
(INF: lassen)
De buurman bemes... vroeger de tuin met kunstmestkorrels.
(INF: bemesten)
Doordat twee ramen tegenover elkaar openstonden, toch... het in het lokaal.
(INF: tochten)
Omdat ze belo... op tijd thuis te zijn, mochten de meisjes naar het schoolfeest.
(INF: beloven)
Was het maar zo, dat jij je altijd zo uitslo...
(INF: uitsloven)
Zeker een half uur wacht... we bij de bushalte tot onze bus eraan kwam.
(INF: wachten)
(Komen)
Gelukkig ... we juist op tijd.
(Haasten)
Toen moeder riep, ... we ons naar huis.
(Durven)
Het ongehoorzame kind ... niet binnen komen.
(Beantwoorden)
Het meisje ... die vraag ontzetten snel.
(Scheppen)
Moedig ... de matrozen het water overboord.
(Drijven)
De wrakstukken ... naar de kust.
(Dobberen)
Het schip ... op de golven.
(Zijn)
... jij ook daar?
(Antwoorden)
Ook slimme leerlingen ... soms verkeerd.
(Komen)
Gelukkig ... we juist op tijd.
(Haasten)
Toen moeder riep, ... we ons naar huis.
(Durven)
Het ongehoorzame kind ... niet binnen komen.
Duid de foute zin aan.
Hij antwoordde mij onmiddellijk.
Het knappe meisje leidde me naar het station.
Waarom zei ze niets?
Ze vraagde naar mijn naam.
Duid de foute zin aan.
Hij antwoorde mij onmiddellijk.
Het knappe meisje leidde me naar het station.
Waarom zei ze niets?
Ze vroeg naar mijn naam.
Duid de foute zin aan.
Hij antwoordde mij onmiddellijk.
Het knappe meisje leide me naar het station.
Waarom zei ze niets?
Ze vroeg naar mijn naam.
Superfoods schijnen gezond voor je te zijn.
Wat is de persoonsvorm: Ik loop naar school.
Ik
loop
naar school
Wat is de persoonsvorm: Wij fietsen op straat.
Wij
fietsen
op straat
Wat is de persoonsvorm: Gisteren was het mooi weer
gisteren
was
het
mooi weer
Wat is het gezegde: Wij zijn naar school gegaan.
wij
zijn gegaan
naar school
Wat is het gezegde: Wat ga jij vandaag doen?
Wat
ga doen
jij
vandaag
Wat is het gezegde: Wij zitten hier te wachten.
Wij
zitten
hier
zitten te wachten
Wat is het gezegde: Wij doen deze les goed mee!
Wij
doen mee
deze les
goed
Wat is het gezegde: Ik doe vandaag geen jas aan.
Ik
doe
geen jas
doe aan
Naamwoordelijk deel van de volgende zin:
melk drinken is altijd gezond
Januari bracht dit jaar veel regen.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Het spatbord was snel gerepareerd.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Hoelang is hij al populair?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Uiteindelijk is ook hij volwassen geworden.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
We hebben een jaar voor dit reisje gespaard.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Ajax leed een grote nederlaag.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Hij las het verslag aan het begin van de vergadering voor.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Evy is goed in voetballen, maar Eden Hazard is ...
beter
best
goed
Evy is jong. Nicolae is nog jonger, maar Hayfa is het ...
jonger
jongst
jong
De jongen is ...., maar de baby is nog kleiner.
klein
kleinst
kleiner
Dat meisje is timide, haar zus is timider, maar haar broer is ...
het timidest
het meest timide
