wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Emoties les 1

Total questions: 12

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Het begrip emoties komt van het Lantijnse woord..........

a)

E morere

b)

E movere

c)

E movile

d)

E vincire

2.

Een emotie heeft vier kenmerken. Waarbij begint het ontstaan van een emotie?

a)

Fysiek/Fysiologische reactie

b)

Psychologische reactie

c)

Stimulus

d)

Actietendens

3.

Wanneer Lorenz een spin ziet, begint hij te trillen.

Onder welk van de vier kenmerken van een emotie valt 'trillen'?

a)

Stimulus

b)

Psychologische reactie

c)

Fysieke/ Fysiologische reactie

d)

Actietendens

4.

Elize krijgt te horen dat haar vriend niet meer met haar wil samen zijn. Ze gooit haar GSM op de grond en begint te schreeuwen. Onder welk van de vier emotie-kenmerken kunnen we 'GSM op de grond gooien' & 'schreeuwen' plaatsen?

a)

Actietendens

b)

Fysieke/ fysiologische reactie

c)

Stimulus

d)

Psychologische reactie

5.

Wanneer Anuna hoort dat er vanaf 2020 meer groene energie in Vlaanderen wordt geproduceerd, denkt zij bij zichzelf: "Super dat men eindelijk werk maakt voor een beter milieu".

a)

Stimulus

b)

Fysieke/fysiologische reactie

c)

Psychologische reactie

d)

actietendens/ gedrag

6.

Voor het ontstaan van emoties is '.............' nodig

a)

langdurige blootstelling aan prikkels

b)

relatief korte blootstelling aan prikkels

c)

geen blootstelling aan prikkels

7.

In welke drie subgroepen kunnen we psychologische reacties onderverdelen?

a)

Affectief, kwalitatief, subjectief

b)

Cognitief, affectief, conatief

c)

Assertief, cognitief, conatief

8.

Vul de definitie van Frijda verder aan:

emoties zijn.............. die ontstaan op grond van een gebeurtenis die betekenis heeft voor de belangen van de persoon

a)

Stimulus

b)

Lichamelijke reacties

c)

Belevingen

d)

Psychologische reacties

9.

Vul de definitie van Frijda verder aan:

"Deze reacties uiten zich in gedrag, in fysiologische voorbereiding van dit gedrag en in........................"

a)

lichamelijke reacties

b)

Belevingen

c)

subjectieve beleving

d)

psychologische reacties

10.

We kunnen psychologische reacties onderverdelen in 3 groepen (affectief, cognitief en conatief)

Wat wordt er met conatief bedoeld?

a)

Wat ik voel

b)

Wat ik weet/denk

c)

Wat ik ga doen/ van plan ben te doen

11.

Tijdens de loopwedstrijd zegt Lize tegen haarzelf: "Ik weet dat ik goed getraind heb, ik ga in de top 3 staan !" Is dit een voorbeeld van een cognitieve, affectieve of conatieve psychologische reactie?

a)

Affectief

b)

Conatief

c)

Cognitief

12.

Tijdens de loopwedstrijd zegt lize tegen zichzelf: "Ik moet winnen, ik moet bij de top drie staan!"

Is dit een voorbeeld van een conatieve, cognitieve of affactieve psychologische reactie?

a)

Cognitief

b)

Conatief

c)

Affectief