wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

PAF periode 11

Total questions: 83

Worksheet time: 1hrs 23mins

Name
Class
Date
1.

Welk element hoort niet bij het bewegingsapparaat?

a)

Gewrichten

b)

Spieren

c)

Zenuwen

d)

Botten

2.

Welke cel zorgt voor botopbouw?

a)

Osteocyten

b)

Osteoclasten

c)

Osteofyten

d)

Osteoblasten

3.

Wat is de juiste benaming van nr. 2 op de afbeelding?

a)

Diafyse

b)

Epifyse

c)

Sponsachtig botweefsel

d)

Mergholte

4.

Welk proces is het meest kenmerkend voor artrose?

a)

Verlies van bot

b)

Verlies van kraakbeen

c)

Verharding van kraakbeen

d)

Ontsteking van het gewricht

5.

Het ontstaan van osteofyten past bij artrose?

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Bij welk geslacht komt artrose vaker voor?

a)

Mannen

b)

Vrouwen

c)

Beide evenveel

7.

Veel sporten gedurende het leven is de belangrijkste beïnvloedbare risicofactoren voor het ontstaan van artrose.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Wat is geen veelvoorkomende klacht bij artrose?

a)

Pijn in rust

b)

Startstijfheid

c)

Pijn

d)

Bewegingsbeperking

9.

Mevrouw Zwart komt bij de huisarts. Zij heeft last van pijn en stijfheid bij het opstarten van bewegingen in haar rechterknie. De knie is wat gezwollen, maar niet warm of rood. De huisarts denkt aan artrose. Wat heeft de huisarts, behalve de anamnese, nodig om de diagnose te kunnen stellen?

a)

Lichamelijk onderzoek

b)

Bloedonderzoek

c)

Röntgenfoto’s

d)

Alle bovenstaande

10.

Waar is de systemische medicamenteuze therapie bij artrose vooral op gericht?

a)

Vermindering gewrichtsslijtage

b)

Vermindering stijfheid

c)

Pijnstilling

d)

Ontsteking remmen

11.

Overgewicht is de belangrijkste beïnvloedbare risicofactor voor het ontstaan artrose.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Aan Reumatoïde artritis ligt een ontstekingsreactie door… ten grondslag.

a)

Het lichaam zelf

b)

Een virus

c)

Een bacterie

d)

Kristalopening

13.

In welk gewricht komt de chronische pijn bij Reumatoïde artritis het minst vaak voor?

a)

Gewrichten in de handen

b)

Gewrichten in de voeten

c)

Knieën

d)

Polsen

14.

Bij de behandeling van Reumatoïde artritis kan ter pijnstilling gestart worden met paracetamol. Wanneer dit onvoldoende werkt, kunnen NSAID’s worden voorgeschreven. NSAID’s hebben een ontstekingsremmend effect.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Voor de gewrichtsklachten bij patiënten met reuma worden verschillende adviezen gegeven. …..heeft over het algemeen een gunstig effect op de ochtendstijfheid

a)

Warmte

b)

Koud

16.

Wat is er met de botten aan de hand bij osteoporose?

a)

Er wordt meer bot afgebroken dan aangemaakt

b)

Er wordt meer bot aangemaakt dan afgebroken

17.

Wat is vaak het eerste probleem bij osteoporose?

a)

Gewrichtspijn

b)

Botpijn

c)

Botbreuken

d)

Moeheid

18.

Bij een patiënt boven de 50 jaar met een botbreuk en verdenking op osteoporose met verder onderzoek worden gedaan. Wat is na anamnese en lichamelijk onderzoek nu GEEN logische vervolgstap?

a)

Botdichtheidsmeting

b)

Bloedonderzoek

c)

Rongenfoto van de wervelkolom

d)

MRI scan

19.

Welke afwijkingen worden gevonden in de spieren en/of gewrichten bij patiënten met fibromyalgie?

a)

Kraakbeenverlies

b)

Spierontstekingen

c)

Bontontkalking

d)

Geen van deze afwijkingen

20.

Een vrouw van 40 jaar heeft fibromyalgie. Welk van onderstaande lokale symptomen is waarschijnlijk NIET aanwezig.

a)

Pijn

b)

Gezwollen gewrichten

c)

Stijfheid van spieren

d)

Stijfheid van gewrichten

21.

Waar moet aan voldaan zijn voordat de diagnose fibromyalgie gesteld mag worden?

a)

Andere diagnoses moeten uitgesloten zijn

b)

Er moeten antistoffen in het bloed aangetoond zijn

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

22.

Wat is de belangrijkste pijler van de behandeling van fibromyalgie?

a)

Medicatie

b)

Voorlichting

c)

Fysiotherapie

d)

Ergotherapie

23.

Wat is jicht?

a)

Infectieziekte van het kraakbeen

b)

Ontsteking van de gewrichten

c)

Een andere naam voor rugpijn

d)

Vergroeiing van de lumbale wervelkolom

24.

Wat is kenmerkend voor een jichtaanval?

a)

Pijnlijke gewrichten

b)

Hoge koorts

c)

Buikkrampen

d)

Opstartpijn

25.

Welk onderzoek is nodig om de diagnose jicht te bevestigen?

a)

CT-scan

b)

Röntgenfoto

c)

PET-scan

d)

Gewrichtspunctie

26.

Waarop is de behandeling van een acute jichtaanval vooral gericht?

a)

Het aanpakken van de oorzaak

b)

De (pijn)klachten snel verlichten

c)

De vorming van tofi tegengaan

d)

De beschadiging van het gewricht tegengaan.

27.

Waardoor wordt de ziekte van Bechterew gekenmerkt?

a)

Ontstekingen van de gewrichten in het bekken en de wervelkolom

b)

Ophoping van urinezuurkristallen in alle gewrichten

c)

Slijtage van de gewrichten van de knieën en de heupen

d)

Ontstekingen van de urinewegen, de ogen en de gewrichten

28.

Hoe wordt bursitis ook wel genoemd?

a)

Peesontsteking

b)

Peesslijtage

c)

Slijmbeursontsteking

d)

Slijmbeursslijtage

29.

Welke klachten geeft een bursitis?

a)

Pijn en gevoelsverlies

b)

Pijn en stijfheid

c)

Geen pijn, wel gevoelsverlies

d)

Geen pijn, wel stijfheid

30.

Mevrouw Blokker heeft een bursitis in de schouder welke door rust niet overgaat. Welke behandeling kan eventueel gegeven worden?

a)

Paracetamol

b)

Morfine

c)

Ontstekingsremmers

d)

Gips

31.

Waar is RSI een verzamelnaam voor?

a)

Uiteenlopende klachten van pijn en bewegingsbeperking

b)

Uiteenlopende klachten van pijn en stijfheid

c)

Uiteenlopende klachten van tintelingen en bewegingsbeperking

d)

Uiteenlopende klachten van tintelingen en stijfheid

32.

De precieze oorzaak van RSI is onbekend. Er wordt wel aan een bepaalde oorzaak gedacht. Welke oorzaak is dit?

a)

Eenmalig verkeerde beweging

b)

Ontsteking

c)

Chronische onderbelasting

d)

Chronische overbelasting

33.

Meneer van den Putten heeft RSI in de pols. De klachten verdwijnen in rust. Van welke fase van RSI is er waarschijnlijk sprake bij meneer van den Putten?

a)

Eén

b)

Twee

c)

Drie

d)

Vier

34.

Waaruit bestaat de behandeling van RSI?

a)

Fysiotherapeutische oefeningen

b)

Corticoïdinjecties

c)

Rust nemen

d)

Spoelen door middel van een operatie

35.

Hoe wordt een epicondylitis lateralis ook wel genoemd?

a)

Golferselleboog

b)

Tenniselleboog

c)

Hockeyelleboog

d)

Cricketelleboog

36.

Wat is het probleem bij een epicondylitis?

a)

Chronische peesontsteking bij de aanhechting van de elleboog

b)

Chronische spierontsteking van de elleboog

c)

Acute peesontsteking bij de aanhechting van de elleboog

d)

Acute spierontsteking van de elleboog

37.

Welke symptomen treden er op bij een epicondylitis?

a)

Zeurende pijn met uitstraling naar de bovenarm en de schouder

b)

Zeurende pijn met uitstraling naar de onderarm en de hand

c)

Stekende pijn met uitstraling naar de bovenarm en de schouder

d)

Stekende pijn met uitstraling naar de onderarm en de hand

38.

Wat is de behandeling van een epicondylitis?

a)

Ontstekingsremmers

b)

Operatie

c)

Immobilisatie

d)

Er is geen behandeling die de genezing versnelt

39.

Wat is er met het gewrichtskapsel aan de hand bij een frozen shoulder?

a)

Verdund

b)

Verdikt

c)

Gescheurd

d)

Ontstoken

40.

Er zijn diverse fases te onderscheiden bij een frozen shoulder. Wat kenmerkt de verstijvende fase?

a)

De beweeglijkheid neemt toe

b)

De beweeglijkheid neemt af

c)

De beweeglijkheid blijft stabiel

d)

De beweeglijkheid varieert van dag tot dag

41.

Hoe kan het herstelproces van een frozen shoulder bevorderd worden?

a)

Pijnbestrijding

b)

Fysiotherapie

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

42.

Wat houdt een zweepslag in?

a)

Scheurtje in de pees

b)

Scheurtje in de spier

c)

Pees afgescheurd van het bot

d)

Pees afgescheurd van de spier

43.

Wat is de meest voorkomende locatie voor een zweepslag?

a)

Tibialis anterior

b)

Kuitspier

c)

Hamstring

d)

Quadriceps

44.

Wat wordt er bij een zweepslag gevoeld?

a)

Langzaam opkomende, zeurende pijn

b)

Langzaam opkokende, scherpe pijn

c)

Plotse, zeurende pijn

d)

Plotse, scherpe pijn

45.

Hoe dient er gehandeld te worden bij een zweepslag van de kuit?

a)

Koelen, been laten afhangen

b)

Koelen, been hoog houden

c)

Verwarmen, been laten afhangen

d)

Verwarmen, been hoog houden

46.

Wat is een red flag van een zweepslag?

a)

Het dunner worden van het been na enkele weken

b)

Elke dag toename van de pijn

c)

Na een dag nog niet op de teken kunnen staan

d)

Na een week nog nauwelijks verbetering merken

47.

Meneer Franse heeft een enkeldistorsie waarbij zijn voet naar binnen is geklapt. Hij voelt nu een scherpe pijn.

Stelling: Meneer Engelse voelt de scherpe pijn aan de binnenkant van de enkel.

a)

Juist

b)

Onjuist

48.

Bij rusteloze benen (restless legs) heeft de zorgvrager een onbedwingbare ontrust in de benen. Het lukt niet om de benen stil te houden. Deze onrust wordt veroorzaakt door een vervelend gevoel van tintelingen of kriebel in de onderbenen. Wanneer ontstaat dit vervelende gevoel?

a)

Na het slapen

b)

Na lang zitten

c)

Na beweging

d)

Komt spontaan op

49.

Bij een enkeldistorsie dient de enkel zo snel mogelijk…te worden

a)

Gekoeld

b)

Hoog gelegd

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

50.

Een distorsie wordt ook wel een…genoemd

a)

Ontwrichting

b)

Ruptuur

c)

Verstuiking

d)

Luxatie

51.

Een distorsie van de enkel kan tot gevolg hebben dat de enkelband…

a)

Inscheurt

b)

Uitrekt

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

52.

Wat is een red flag van een enkeldistorsie?

a)

Het is niet mogelijk om zonder steun vier stappen te lopen

b)

De pijn en/of zwelling is na vier dagen niet afgenomen

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

53.

Bij een luxatie schiet het gewricht uit de kom

a)

Juist

b)

Onjuist

54.

Wat lukt niet meer bij een achillespeesruptuur?

a)

Ontspannen van de kuitspier

b)

Aanspannen van de kuitspier

c)

Ontspannen van de achillespees

d)

Aanspannen van de achillespees

55.

Hoe wordt een luxatie ook wel genoemd?

a)

Verstuiking

b)

Distorsie

c)

Ruptuur

d)

Ontwrichting

56.

Wat past niet bij een jichtaanval?

a)

Zeer pijnlijke gewrichten

b)

Hevige rugpijn

c)

Misselijkheid

d)

Rode, gezwollen gewricthten

57.

Een medicijn heeft een ontstekingsremmend, pijnstillend en koortsverlagend effect. Dit medicijn is hoogst waarschijnlijk een...

a)

Corticosteroid

b)

DMARD

c)

NSAID

d)

Biological

58.

Bij artrose is er sprake van een onsteking in een gewricht

a)

Juist

b)

Onjuist

59.

Wat is geen voorbeeld van een NSAID?

a)

Aspirine

b)

Paracetamol

c)

Diclofenac

d)

Ibuprofen

60.

Een jichtaanval wordt gekenmerkt door spierkrampen.

a)

Juist

b)

Onjuist

61.

Bij artrose komen vaak botbreuken voor.

a)

Juist

b)

Onjuist

62.

Reumatische ziekten zijn grofweg in te delen in drie categorieen: artrose, onstekingsreuma en wekedelenreuma. Welk proces is kenmerkend voor ontstekingsreuma?

a)

Ontstekingen in de weke delen

b)

Ontstekingen in de gewrichten

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

63.

De ziekete van Bechterew wordt gekenmerkt door onstekingen van de gewrichten in het bekken en de wervelkolom.

a)

Juist

b)

Onjuist

64.

Jicht is een ontsteking van ...

a)

De gewrichten

b)

Het ruggenmerg

c)

De ogen

d)

De darmen

65.

Bij osteoporose wordt er meer bot afgebroken dan aangemaakt.

a)

Juist

b)

Onjuist

66.

Een vrouw van 40 jaar heeft fibromyalgie. Een van de klachten die zij meest waarschijnlijk ondervindt zijn ontstekingen in de gewrichten.

a)

Juist

b)

Onjuist

67.

Er wordt geadviseerd om een verhoogde toiletpot te plaatsen wanneer de toiletgang bij patienten met reuma moeizaam gaat.

a)

Juist

b)

Onjuist

68.

Wat is geen veelvoorkomende botbreuk bij osteoporose?

a)

Pols

b)

Heup

c)

Scheenbeen

d)

Wervelinzakking

69.

Wat is geen goed leefstijladvies voor patienten met reuma?

a)

Belast de gewrichten niet in de uiterste rand

b)

Gebruik zoveel mogelijk de kleine gewrichten

c)

Voer activiteiten zo dicht mogelijk bij het lichaam uit

d)

Gebruik hulpmiddelen die het bewegen makkelijker maken

70.

Wat is geen advies wanneer de toiletgang moeilijk gaat bij patienten met reuma?

a)

Gemakkelijk zittende kleding dragen

b)

Een verlaagde toiletpot plaatsen

c)

Beugels bij het toilet plaatsen

71.

Bij afwezigheid van reumafactoren kan de patient nog steeds reumatoide artritis (RA) hebben.

a)

juist

b)

onjuist

72.

Een veelgebruikte groep medicijnen bij osteoporose zijn bisfosfonaten. Wat is het werkingsmechanisme van bisfosfonaten?

a)

Remmen van botafbraak

b)

Stimuleren van botopbouw

c)

Behouden van de huidige botmassa

d)

Remmen van de botopbouw

73.

Een vrouw van 70 jaar heeft artrose. Welke symtomen is/zijn, behalve pijn, het meest waarschijnlijk aanwezig?

a)

Bewegingsbeperking

b)

Startstijfheid

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

74.

Gewicht verliezen tot een BMI van 18-20 draagt vaak bij aan het verhelpen van de klachten van RA

a)

juist

b)

onjuist

75.

Fysiotherapie draagt vaak bij aan het verlichten van de klachten van RA

a)

juist

b)

onjuist

76.

Spieren maken deel uit van het bewegingsapparaat

a)

juist

b)

Onjuist

77.

Welk element behoort tot het gewricht?

a)

Synovia

b)

Kapsel

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

78.

Wat is de functie van het gewrichtskapsel?

a)

Zorgen dat de botten soepel over elkaar heen glijden

b)

Zorgen voor stabiliteit van het gewricht

c)

Beide bovenstaande

d)

Geen van bovenstaande

79.

Wat is, naast pijn, de belangrijkste klacht bij reumatische ziekten?

a)

Bloeding

b)

Zwelling

c)

Stijfheid

d)

Vervorming

80.

Reumatische aandoeningen komen op alle leeftijden voor.

a)

Juist

b)

Onjuist

81.

Wat loopt vooral schade op bij een luxatie?

a)

Botten

b)

Kapsel en banden van het gewricht

c)

Spieren rondom het gewricht

d)

Pezen rondom het gewricht

82.

Hoe kunnen de klachten van restless legs enigszins verminderd worden?

a)

Koffie drinken voor het slapen

b)

Overdag zoveel mogelijk rusten

c)

Slaapmedicatie

d)

Stoppen met roken

83.

In welke richting klapt de voet bij een enkeldistorsie meestal?

a)

Buiten

b)

Binnen

c)

Voren

d)

Achteren