wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen 2 voedseltechnologie

Total questions: 31

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

De oplosbaar van eiwitten hangt af van het soort...

a)

Eiwit, de pH en de temperatuur

b)

glycogeen, de pH en de temperatuur

2.

Vetten zijn vaak een mengeling van allerlei stoffen. Je spreekt van een vet als de stof bij kamertemperatuur ....C is.

a)

20

b)

30

c)

25

d)

27

3.

Verzadigde vetten

a)

Dit zijn vetten die je vooral in dierlijke producten vind

b)

Dit zijn vetten die je vooral in plantaardige producten vind

4.

Verzadigde vetten zorgen ervoor dat de cholesterolgehalte in het bloed stijgt?

a)

Ja

b)

Nee

5.

Verzadigde vetten zorgen ervoor dat de cholesterolgehalte in het bloed stijgt. Wat is het gevolg?

a)

Dat vet op de wanden van de bloedvaten wordt afgezet. Door het dichtslibben van de bloedvezels, heb je een grotere kans op hart- en vaatziekten.

b)

Dat vet op de wanden van de bloedvaten wordt afgezet. Door het dichtslibben van de bloedvaten, heb je een grotere kans op hart- en vaatziekten.

6.

Onverzadigde vetten

a)

Dit vind je vooral in plantaardige producten. BV; zonnebloemolie, sladressing, visproducten en noten. Dit zorgt ervoor dat je cholesterolgehalte daalt.

b)

Dit vind je vooral in dierlijke producten. BV; zonnebloemolie, sladressing, visproducten en rundvlees. Dit zorgt ervoor dat je cholesterolgehalte daalt.

7.

Transvetten

a)

Dit ontstaat voornamelijk tijdens de productie van eten, door het verharden van olie en vet.

b)

Dit ontstaat voornamelijk tijdens de productie van eten, door het verharden van Macro en Micronutrienten

8.

Vetten die je als voedingsstof gebruikt?

a)

spijsvetten of spijsoliën genoemd.

b)

spijsvetten of spijtoliën genoemd.

9.

Dierlijke vetten

a)

Ossewit

b)

Reuzel

10.

Onverzadigde vetten worden onderverdeeld in enkelvoudig en meervoudig onverzadigd vet

a)

Klopt wel

b)

Klopt niet

11.

Plantaardige enkelvoudige onverzadigde vetten zitten in?

a)

Koolzaadolie, Lijnzaadolie, Notenolie en Olijfolie

b)

Amandelen, Cashewnoten, Hazelnoten, Pinda’s en avocado’s

c)

Gevogelte, Wild, Rundvlees, Ei

12.

Plantaardige meervoudig onverzadigde vetten zitten in?

a)

Sojaolie, Maisolie, Zonnebloemolie, Sojamelk en andere producten op basis van Soja.

b)

Markreel, haring, zalm en forel.

13.

Onverzadigde vetten kunnen ook van dierlijke oorsprong zijn, dit zijn?

a)

Sojaolie, Maisolie, Zonnebloemolie, Sojamelk en andere producten op basis van Soja.

b)

Markreel, haring, zalm en forel.

14.

Vetten worden op de volgende manieren toegepast in de voedingsmiddelenbranche?

a)

Als grondstof, Als smaakstof en

hulpmiddel

b)

Als voedselbron,,Als vochtbindmiddel, Als schuimvormer, Als emulgator om water met olie te binden

15.

Mensen zijn niet in staat om vitamines zelf aan te maken, behalve ... en ..., deze kunnen wel zelf aangemaakt worden.

a)

D en K

b)

D en E

16.

RI

a)

Referentie aannames

b)

Referentie- innames

17.

Referentie- innames zijn wettelijk bepaald?

a)

Ja

b)

Nee

18.

De Referentie- inname geeft aan hoeveel.....

a)

Energie, voedingsstoffen, vitamines en mineralen een gemiddelde volwassene per dag nodig heeft of wat maximaal past binnen een gezond voedingspatroon.

b)

Van de dagelijkse inname van contaminanten waarbij er geen noemenswaarde gezondheidsrisico is bij levenslange blootstelling.

19.

ADH

a)

Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid

b)

Aanbevolen Dergelijke Hoeveelheid

20.

Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid

a)

Het geeft aan hoeveel een volwassene van een bepaalde vitamine of mineraal dagelijks minimaal zou moeten innemen. (vitamines, mineralen en spoorelementen)

b)

Het geeft aan hoeveel een volwassene van een bepaalde vitamine of mineraal dagelijks maximaal zou moeten innemen. (vitamines, mineralen en spoorelementen)

21.

De ADH wordt bepaald door?

a)

De leeftijd

b)

De groei

c)

De spierarbeid

d)

Vasthouden van warmte

22.

Pasgeboren hebben een vocht percentage van 75%, ouderen 50%.

a)

Ja

b)

Nee

23.

Leidingwater wordt gewonnen uit

a)

Grondwater en oppervlakte water

b)

Zeewater en regenwater

24.

Leidingwater is helder, kleurreuk-, en smaakloos

a)

Klopt wel

b)

Klopt niet

25.

Additieven

a)

Dit zijn toevoegingen die mensen bewust aan hun eten toevoegen om smaak, houdbaarheid, kleur en geur te beïnvloeden

b)

Dit zijn toevoegingen die mensen onbewust aan hun eten toevoegen waarbij de smaak, houdbaarheid, kleur en geur beïnvloedt worden

26.

E- nummer

a)

Europese goedgekeurde stoffen

b)

Europese negatief gekeurde stoffen

27.

Meest gebruikte zoetstoffen zijn

a)

Aspartaam, cyclamaat en sacharine

b)

Koolhydraten, snelle suikers, complexesuikers

28.

Conserveermiddelen

a)

Verlagen de houdbaarheidsdatum

b)

Verhogen de houdbaarheidsdatum

29.

Schadelijke conserveermiddelen

a)

Benzoëzuur

b)

Sorbinezuur

c)

Zuurgraad

30.

Antioxidanten

a)

Dit zijn stoffen die je toevoegt om verkleuring tijdelijk tegen te gaan in voedingsstoffen.

b)

Dit zijn stoffen die je toevoegt om schimmels tijdelijk tegen te gaan in voedingsstoffen.

31.

Oxidatie

a)

De voedingsproduct verkleurd doormiddel van gisten.

b)

De voedingsproduct verkleurd doormiddel van zuurstof.