WorksheetsMicrobiologie (LVA2 2017)
Total questions: 26
Worksheet time: 13mins
Name
Class
Date
1.
Waar kun je bier van maken?
a)
Escherichia
b)
Saccharomyces cerevisae
c)
Bacardi
d)
Staphylococus aureus
2.
Wat is de bouw van E. coli
a)
Grampositieve staaf
b)
Gramnegatieve coc
c)
Grampositieve coc
d)
Gramnegatieve staaf
3.
Wat is de optimum van een mesofiel?
a)
-200 ⁰C
b)
0 ⁰C
c)
20 ⁰C
d)
50 ⁰C
4.
Welke organismen zijn in staat om zonder zuurstof te leven?
a)
Facultatief aeroob microorganismen
b)
Strikt anaeeroob micro organismen
c)
Microaerofiele micro organismen
d)
Obligaat aeroob organismen
5.
Wat is de afkorting van een polyribosoom?
a)
m-RNA-molecule
b)
t-RNA-molecule
c)
r-DNA-molecule
6.
Wat is een endospore?
a)
een structuur in het cytoplasma
b)
een structuur in de celwand
7.
Wat gebeurt er in de lagfase van een micro-organisme?
a)
De organismen groeien goed
b)
De organismen sterven af
c)
De organismen groeien erg traag
d)
De organismen beïnvloeden een voedingsmiddel
8.
Welke van de onderstaande stoffen is geen macro nutriënt?
a)
Koolstof
b)
Zuurstof
c)
Fosfor
d)
Zwavel
9.
Wat heeft een gram-positieve bacterie tegenover een gram-negatieve bacterie?
a)
Een zeer dikke celwand
b)
Een dunne celwand
c)
Peptiodglycaan
d)
Een celmembraan
10.
Wat voor vorm heeft een vibrioon?
a)
Bolvorming
b)
Langwerpig
c)
Spiraalvormig
d)
Commavormig
11.
Als bacterie gramnegatief is bij gramkleuring? Welke kleur?
a)
Rood
b)
Blauw
c)
Geel
d)
Groen
12.
Hoe noem je de bacteriën die bolvorming zijn?
a)
Vibrionen
b)
Spirillen
c)
Cokken
d)
Bacillen
13.
In welke rijk zijn de gisten en schimmels ingedeeld?
a)
Fungi
b)
Protisten
c)
Moneren
d)
Bacillen
14.
Met kiemgetalbepaling bepaal je het aantal schimmels per ml?
a)
Waar
b)
Niet waar
15.
Wat is een amoebe?
a)
Bacterie
b)
Schimmel
c)
Protozoën
d)
Alg
16.
Wanneer ontstaat een endospore?
a)
Wanneer er genoeg voedsel aanwezig is
b)
Wanneer de cel gaat delen
c)
Wanneer de omstandigheden ongunstig zijn
17.
Wat is een bacteriofaag?
a)
Schimmel
b)
Gist
c)
Virus dat alleen één specifieke bacterie infecteert
d)
Bacterie
18.
Waarmee beweegt een bacterie zich voort?
a)
Flagel
b)
Pilli
c)
Celwand
d)
Celkern
19.
Wat wordt er bedoeld met binaire deling?
a)
Dwarswand --> gestrekte cel --> 2 dochtercellen
b)
Gestrekte cel --> dwarswand --> 2 dochtercellen
c)
ik heb echt geen idee
d)
Gestrekte cel --> 2 dochtercellen --> dwarswand
20.
Hoe heet de wetenschap die zich bezig houdt met schimmels?
a)
paarsetologie
b)
meegroeiologie
c)
piratologie
d)
mycologie
21.
Door welk micro organisme kun je een allergie krijgen?
a)
bacteriën
b)
algen
c)
gisten
d)
schimmels
22.
Welke vorm hebben vibrionen?
a)
bolvormig
b)
staafvormig
c)
kommavormig
d)
spriaalvormig
23.
Wat doen schadelijke bacteriën?
a)
ziekten veroorzaken, voedsel bederven, voedsel infectie, algenbloei
b)
ziek maken, bacteriën maken, virussen maken, algen doden
c)
voedsel maken, voedselinfectie, ziek maken, voedsel bederven
d)
muziek maken, ziekten veroorzaken, bacteriën aanvallen, paddenstoelen kweken
24.
Wat doen nuttige bacteriën?
a)
mineralen eten, bacteriën activeren, levensmiddelen besmetten, ziektes genezen
b)
mineralisatie, symbionten, levensmiddelen, enzymen
25.
Zijn er bacteriën die in (de buurt van) een vulkaan leven?
a)
ja
b)
nee
26.
Wat is de bacterie in de afbeelding?
a)
duplocok
b)
tetracok
c)
streptocok
d)
tetrabacil
100 %
