wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ecologie - basisstof 1

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welke factor is biotisch?

a)

Wind

b)

Temperatuur

c)

Predatie

d)

Stromingen in het water

2.

Wat leer je in de ecologie?

a)

Hoeveel vogels er op een weiland kunnen leven?

b)

Wat plaagdieren zijn?

c)

Waarom er een bepaald aantal vogels in een weiland leven.

d)

Alle hierboven beschreven

3.
Hoe noem je alle biotische factoren samen.
a)
ecosysteem
b)
biotoop
c)
levensgemeenschap
d)
niche
4.
Hoe noem je alle biotische en abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
5.

Aan vier leerlingen wordt gevraagd een voorbeeld te noemen van een ecosysteem. Zij geven de volgende voorbeelden.

Leerling 1: alle abiotische factoren in een bepaald heidegebied.

Leerling 2: alle dieren die in Nederland leven, in samenhang met de plantengroei.

Leerling 3: alle eekhoorns in een loofbos, in samenhang met de bomen.

Leerling 4: alle organismen die in een bepaald meertje leven, in samenhang met de abiotische factoren.

a)

leerling 1

b)

leerling 2

c)

leerling 3

d)

leerling 4

6.

Biotische factoren zijn

a)

invloeden afkomstig van de levenloze natuur

b)

invloeden afkomstig van de levende natuur

c)

invloeden afkomstig van zon, wind, water

7.

Wat is de definitie van een populatie

a)

een groep individuen van verschillende soorten in een bepaald gebied

b)

een groep organismen in een bepaald gebied

c)

een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied , die zich onderling voortplanten

d)

een groep individuen die veel op elkaar lijken

8.

Waar of niet waar.

Binnen een bepaald gebied leven populaties van verschillende soorten. Deze populaties vormen samen een levensgemeenschap.

a)

waar

b)

niet waar

9.

Wat is een biotoop?

a)

Alle biotische factoren bij elkaar in een bepaald gebied

b)

Alle abiotische factoren bij elkaar in een bepaald gebied

c)

Alle biotische en abiotische factoren in een bepaald gebied

10.

Een bos bestaat uit populaties van eiken, beuken, adelaarsvaren, regenwormen, spitsmuizen, koolmezen, vossen en nog veel meer soorten.

Is hier sprake van een levensgemeenschap?

a)

ja

b)

nee

11.

Wat is een ecosysteem?

a)

Een bepaald gebied waar biotische factoren een eenheid vormen

b)

Een bepaald gebied waar populaties en biotische factoren een eenheid vormen

c)

Een bepaald gebied waar biotische en abiotische factoren een eenheid vormen

d)

een bepaald gebied waar alle abiotische factoren een eenheid vormen

12.

Welke onderstaande factor is abiotisch?

a)

predator

b)

parasiet

c)

zuurgraad

d)

prooidier

13.

wat is biodiversiteit?

a)

Het aantal verschillende soorten

b)

dieren in een gebied

c)

het aantal verschillende soorten in een gebied

d)

een gebied met dieren

14.

Wat is het verschil tussen biotische en a-biotische factoren?

a)

geen verschil

b)

Biotisch=levend, a-biotisch=niet levend

c)

biotisch=dood, a-biotisch is levenloos

d)

biotisch=niet levend, a-biotisch is levend

15.

behoort een individu tot...?

a)

levensgemeenschap

b)

populatie

c)

ecosysteem

d)

allemaal

16.
Je ziet hier een voorbeeld van:
a)
een populatie.
b)
een ecosysteem.
c)
een lage biodiversiteit.
d)
een hoge biodiversiteit
17.
Een soortgenoot is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
18.
Een prooidier is een abiotische factor.
a)
Juist
b)
Onjuist
19.
De zon is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
20.
In deze afbeelding zie je een:
a)
levensgemeenschap
b)
individu
c)
biotoop
d)
populatie
21.
Hoe noemen we de dunne laag om de aarde waar leven op kan voorkomen?
a)
bioom
b)
ecosysteem
c)
bioom
d)
biosfeer