wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wetenschappelijk onderzoek (havo-4)

Total questions: 16

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Er zijn drie typen verontreiniging van voedsel. Van welk type verontreiniging spreken we als voedsel stukjes glas bevat?

a)

Fysische verontreiniging

b)

Chemische verontreiniging

c)

Biologische verontreiniging

2.

Wanneer spreek je van een kolonie bacterien?

a)

Als het een groep bacterien is

b)

Als het een groep bacterien is met hetzelfde DNA

c)

Als de bacterien sporen maken

3.

Hoe verteren schimmels hun eten? Hoe heten de pluizige draden van de schimmel?

a)

Extracellulair; Mycelium

b)

Extracellulair; Sporen

c)

Intracellulair'; Mycelium

d)

Intracellulair; Sporen

4.

Wat is een voedselinfectie en wat is een voedselvergiftiging?

a)

Een voedselinfectie is het gevolg van het eten van met micro-organismen besmet voedsel, terwijl het bij voedselvergiftiging gaat om de toxinen van bacterien die je ziek maken.

b)

Een voedselvergiftiging is het gevolg van het eten van met micro-organismen besmet voedsel, terwijl het bij voedselinfectie gaat om de toxinen van bacterien die je ziek maken.

c)

Beide zijn hetzelfde

5.

Virussen kun je zien met:

a)

je blote oog

b)

een lichtmicroscoop

c)

een elektronenmicroscoop

d)

virussen kan je niet zichtbaar maken

6.

Wat is pasteuriseren? Wat is steriliseren?

a)

Bij pasteuriseren wordt het voedsel verhit bij 70 graden; sporen van bacterien kunnen dit overleven. Bij steriliseren wordt het bij 120 graden verhit, sporen van bacterien overleven dit niet.

b)

Bij steriliseren wordt het voedsel verhit bij 70 graden; sporen van bacterien kunnen dit overleven. Bij pasteuriseren wordt het bij 120 graden verhit, sporen van bacterien overleven dit niet.

c)

Bij pasteuriseren wordt het voedsel verhit bij 70 graden; sporen van bacterien kunnen dit niet overleven. Bij steriliseren wordt het bij 120 graden verhit, sporen van bacterien overleven dit wel.

d)

Bij steriliseren wordt het voedsel verhit bij 70 graden; sporen van bacterien kunnen dit niet overleven. Bij pasteuriseren wordt het bij 120 graden verhit, sporen van bacterien overleven dit wel.

7.

Onderzoek doen begint altijd met …..

a)

Waarnemingen

b)

Achtergrondinformatie

c)

Onderzoeksvraag

d)

Conclusie

8.

Wat is een werkplan?

a)

Hier wordt beschreven waar het onderzoek over gaat en waarom het belangrijk is om uit te voeren

b)

Hier wordt het lijstje met materialen weergegeven

c)

Hier wordt de methode van het onderzoek beschreven

d)

Dit geeft in het kort alle stappen van de natuurwetenschappelijke methode weer

9.

Wat staat er in de discussie? LET OP: meerdere antwoorden mogelijk!

a)

Het antwoord op de onderzoeksvraag

b)

Bevestigen of verwerpen van hypothese

c)

Verklaring voor gevonden resultaten

d)

Tabellen en grafieken

e)

Het voorlopige antwoord op de onderzoeksvraag

10.

Welk van volgende processen is of zijn vormen van actief transport?

a)

Diffusie en osmose

b)

Osmose en exocytose

c)

Endocytose, diffusie en osmose

d)

Diffusie en endocytose

e)

Endocytose en exocytose

11.

Hoe heet de druk op de celwand van plantencellen?

a)

Turgor

b)

Plasmolyse

c)

Grensplasmolyse

d)

Netto watertransport

12.

Een plant verwelkt. De turgor ….. De osmotische waarde in de cellen ….

a)

Daalt; Daalt

b)

Daalt; Stijgt

c)

Stijgt; Daalt

d)

Stijgt; Stijgt

13.

Als een rode bloedcel (0,9% NaCl) in een 2,0% NaCl oplossing ligt, dan is de osmotische waarde van de rode bloedcel …… ten opzichte van de omliggende vloeistof.

a)

Hypertonisch

b)

Hypotonisch

c)

Isotonisch

d)

Grensplasmolyse

14.

De variabele die je in een experiment onder controle hebt (en dus zelf varieert) is de ...

a)

Onafhankelijke variabele

b)

Afhankelijke variabele

c)

Controle variabele

d)

Placebo

15.

Een onderzoek naar de verschillende soorten en aantallen paddenstoelen in het bos is een ….. onderzoek.

Een onderzoek naar de effectiviteit van een mogelijk vaccin tegen corona is een ….. onderzoek.

a)

Beschrijvend; Experimenteel

b)

Beschrijvend; Beschrijvend

c)

Experimenteel; Beschrijvend

d)

Experimenteel; Experimenteel

16.

De afhankelijke variabele staat in een grafiek altijd op de …..as.

a)

X

b)

Y