wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 5 Stevigheid en beweging

Total questions: 19

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Juist of onjuist: een ander woord voor botten is beenderen

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Welke persoon breekt sneller een bot als hij valt?

a)

Een baby

b)

Een kind

c)

Een volwassene

d)

Een oudere

3.

Als je een spier aanspant wordt de spier:

a)

Langer en dikker

b)

Langer en dunner

c)

Korter en dikker

d)

Korter en dunner

4.

Wat is een ander woord voor ruggengraat?

a)

Wervelkolom

b)

Lendenwervel

c)

Halswervel

d)

Borstwervel

5.

Aan welke kant bij de hand zit de ellepijp vast?

a)

De duim

b)

De pink

6.

Welke functie van het skelet zorgt ervoor dat je niet in elkaar zakt?

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Vorm

7.

Welke stof verdwijnt als je een bot in zoutzuur legt?

a)

Kalk

b)

Lijmstof

8.

Welk deel van het gewricht zorgt ervoor dat deze goed op zijn plek blijft?

a)

Laagje kraakbeen

b)

Kapselbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Gewrichtskogel

9.

Waarmee zit een spier vast aan het bot?

a)

Kapselband

b)

Aanhechtingsplaats

c)

Spier

d)

Pees

10.

Botten die verbonden zijn met kraakbeen kunnen ...

a)

Niet bewegen ten opzichte van elkaar.

b)

Een beetje bewegen ten opzichte van elkaar.

c)

Veel bewegen ten opzichte van elkaar.

11.

Hoe heet bot nummer 12?

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Kuitbeen

d)

Opperarmbeen

12.

Hoe heet bot nummer 5?

a)

Spaakbeen

b)

Kuitbeen

c)

Sleutelbeen

d)

Schouderblad

13.
Wat is GEEN functie van het skelet?
a)
Bescherming
b)
Vorm
c)
Beweging
d)
Verteren
14.

Welk onderdeel hoort niet bij de romp?

a)

Sleutelbeen

b)

Borstbeen

c)

Rib

d)

Spaakbeen

15.

Om de botten van het skelet te kunnen zien, laten specialiste in ziekenhuizen vaak een röntgenfoto maken. Noteer de namen van de genummerde botten 1 en 4 in de afbeelding.

(a)  

16.

Waaruit bestaan botten van pasgeboren baby's voornamelijk?

(a)  

17.

Welk been/bot is gebroken?

(a)  

18.

Welke letter geeft de biceps/armbuigspier aan?

a)

A

b)

B

c)

C

19.

Welke uitspraken zijn juist?


Lees goed en probeer het uit met je been, helpt echt!

a)

Als spier 2 samentrekt gaat het onderbeen omhoog

b)

Als spier 1 samentrekt gaat het onderbeen omhoog

c)

Als spier 1 en 2 samen samentrekken gaat het onderbeen omhoog