wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K3 Thema 1 BS 5

Total questions: 16

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Een vrouw heeft

a)

XX chromosomen

b)

XY chromosomen

c)

YY chromosomen

2.

Hoeveel chromosomen zitten er in een lichaamscel van de mens?

a)

23

b)

46

c)

32

d)

64

3.

Hoeveel chromosomen heeft een cel van de maagwand?

a)

2

b)

23

c)

46

d)

Dat kun je niet weten

4.

Wat is het nut van mitose?

a)

Het maken van (nieuwe) geslachtscellen

b)

Het maken van (nieuwe) lichaamscellen

c)

Het vernietigen van oude en beschadigde cellen

d)

Het verdelen van cellen door je lichaam

5.

Een ander woord voor mitose =

a)

Reductiedeling

b)

gewone celdeling

c)

speciale celdeling

d)

celdeling

6.

Een celdeling gaat altijd op een vergelijkbare manier. Wat is de juiste volgorde?

a)

Plasmagroei - Celdeling - Kerndeling

b)

Kerndeling - Celdeling - Plasmagroei

c)

Kerndeling - Plasmagroei - Celdeling

d)

Celdeling - Plasmagroei - Kerndeling

7.

In welke fase kopieert het DNA zich?

a)

fase 1

b)

fase 2

c)

fase 3

d)

fase 4

8.

In welke fase ontstaan er tussen de kernen van beide dochtercellen twee celmembranen?

Het cytoplasma van beide dochtercellen wordt hierdoor gescheiden.

a)

Fase 1

b)

Fase 2

c)

Fase 3

d)

Fase 4

e)

Fase 5

9.

Bij een mitose bevat een dochtercel.........?...............chromosomen vergeleken met de moedercel.

a)

evenveel

b)

Het dubbele aantal

c)

De helft van het aantal

d)

een willekeurig aantal

10.

Na een gewone celdeling bij een mens bevat elke dochtercel...

a)

23 chromosomen

b)

46 chromosomen

c)

48 chromosomen

d)

24 chromosomen

11.

Waardoor wordt een dochtercel na de mitose net zo groot als de moedercel?

a)

Doordat elke chromosoom een kopie maakt van zichzelf.

b)

Doordat het cytoplasma in de dochtercel toeneemt.

c)

Doordat scheiding van het cytoplasma plaatsvindt.

d)

Doordat de chromosomen in het midden van de cel gaan liggen.

12.

Vinden in het lichaam van een jonger persoon celdelingen plaats?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Dat kun je niet weten

13.

Vinden in het lichaam van een ouder persoon celdelingen plaats?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Dat kun je niet weten

14.

Waar precies bevinden zich de chromosomen in het lichaam van een mens?

a)

In het lichaam

b)

In de spieren

c)

In de cel

d)

In de celkern

15.

Een mens heeft 46 chromosomen in de kern van een levercel.

Hoeveel chromosomenPAREN komen dan voor in een spiercel van deze persoon?

a)

46 chromosomenparen

b)

23 chromosomenparen

c)

92 chromosomenparen

d)

2 chromosomenparen

16.
Beantwoord de volgende vragen met behulp van deze gegevens:
een bladcel van een erwtenplant bevat 14 chromosomen;
een pootcel van een kater bevat 38 chromosomen;
een niercel van een mens bevat 46 chromosomen.
Hoeveel chromosomen bevat een staartcel van een kater?
a)
14
b)
38
c)
72
d)
46