wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bloedgroepen (klas 2 vmbo / havo)

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat bepaalt een bloedgroep?

a)

De antigenen op de witte bloedcellen

b)

De antigenen op de rode bloedcellen

c)

De antistoffen die je aanmaakt

d)

De antistoffen op de rode bloedcellen

2.

Wat gebeurt er als je de verkeerde bloedgroep krijgt bij een transfusie?

a)

Niks

b)

Rode bloedcellen klonteren

c)

Rode bloedcellen barsten

d)

Witte bloedcellen klonteren

3.

Welke bloedgroepen kan je toedienen bij iemand met bloedgroep A (meerdere juiste antwoorden!)

a)

B

b)

AB

c)

A

d)

O

4.

Bloed bestaat uit:

a)

Bloedplasma en water

b)

Bloedplasma en eiwitten

c)

Bloedplasma en bloedcellen

d)

Bloedplasma en afvalstoffen

5.

Welke soort bloedcel zie je hier en welke functie heeft deze cel?

a)

Witte bloedcel, speelt een rol bij zuurstoftransport

b)

Rode bloedcel, speelt een rol bij de afweer

c)

Witte bloedcel, speelt een rol bij de afweer

d)

Rode bloedcel, speelt een rol bij zuurstoftransport

6.

Welke antigenen heeft iemand met bloedgroep AB op zijn cellen?

a)

geen antigenen

b)

antigeen a

c)

antigeen a en antigeen b

d)

antigeen b

7.

Welke bloedgroep is de algemene donor?

a)

A

b)

B

c)

AB

d)

O

8.

Welke bloedgroep is de algemene ontvanger?

a)

A

b)

B

c)

AB

d)

O

9.

Welke antigenen en antistoffen heeft een persoon met bloedgroep A in zijn of haar bloed zitten?

a)

Antigeen A en antistof B

b)

Antigeen B en antistof A

c)

Geen antigenen en geen antistoffen

d)

Antigeen A en antistof A

10.

Waarom kan bloedgroep O aan iedereen doneren?

a)

Dat kan niet

b)

De antistoffen worden uit het donorbloed gehaald en O heeft geen antigenen

c)

De antistoffen in bloedgroep O zijn minder dan in andere bloedgroepen en kunnen daarom worden genegeerd

d)

De antigenen van bloedgroep O kunnen tegen de antigenen van de andere bloedgroepen

11.

Wat vindt je niet in het lymfesysteem?

a)

Lymfe

b)

Rode bloedccellen

c)

Witte bloecellen

d)

Voedingsstoffen

12.
Welke bloeddeeltjes zitten er in lymfe?
a)
Rode bloedcellen.
b)
Witte bloedcellen.
c)
Bloedplaatjes.
d)
Bloedplasma.
13.

Een slachtoffer heeft bloedgroep A. Wat voor donorbloed kan deze persoon ontvangen?

a)
Bloedgroep 0
b)
Bloedgroep B
c)
Bloedgroep AB
14.
Bij welk type bloedvaten kunnen witte bloedcellen door de wand heen?
a)
Slagaders
b)
Aders
c)
Haarvaten
d)
Poortader
15.
Op deze rode bloedcel zitten twee verschillende antigenen. Welke bloedgroep is dit?
a)
A
b)
B
c)
AB
d)
O
16.
Op het celmembraan van de rode bloedcel van iemand met bloedgroep A bevindt zich: 
a)
Antistof A
b)
Antistof B
c)
Antigeen A
d)
Antigeen B
17.

Waar of niet waar?

Kan iemand met bloedgroep A antigenen B hebben?

a)

waar

b)

niet waar