Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SO T3 2B toets A

Total questions: 19

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Bestaat bloedplasma uit water en opgeloste stoffen?

a)

Ja

b)

Nee

2.

Vervoeren rode bloedcellen zuurstof?

a)

Ja

b)

Nee

3.

Is deel P een bloedplaatje?

a)

Ja

b)

Nee

4.

Is deel Q een rode bloedcel?

a)

Ja

b)

Nee

5.

Maken witte bloedcellen ziekteverwekkers onschadelijk?

a)

Ja

b)

Nee

6.

Gaat de grote bloedsomloop van het hart naar de longen en weer terug?

a)

Ja

b)

Nee

7.

Wordt in de longen koolstofdioxide opgenomen in het bloed?

a)

Ja

b)

Nee

8.

Stroomt in bloedvat 3 bloed met veel zuurstof?

a)

Ja

b)

Nee

9.

Stroomt in bloedvat 4 bloed met veel koolstofdioxide?

a)

Ja

b)

Nee

10.

Hoort bloedvat 1 bij de grote bloedsomloop?

a)

Ja

b)

Nee

11.

Met welk nummer is een slagader aangegeven?

a)

Met nummer Q

b)

Met nummer R

c)

Met nummer S

12.

Met welk nummer is een ader aangegeven?

a)

Met nummer Q

b)

Met nummer R

c)

Met nummer S

13.

Met welk nummer is een ader aangegeven?

a)

Van een ader

b)

Van een haarvat

c)

Van een slagader

14.

Welke bloedvaten liggen diep in het lichaam?

a)

Aders.

b)

Haarvaten

c)

Slagaders.

15.

Welke bloedvaten horen de bij de kleine bloedsomloop?

a)

Bloedvat 2 en 3.

b)

Bloedvat 3 en 4.

c)

Bloedvat 2 en 5.

16.

Hieronder staan de onderdelen van de grote bloedomloop.

1. Aorta.

2. De organen in de rest van het lichaam.

3. Holle ader.

4. Linkerkamer.

5. Rechterboezem.


In welke volgorde stroomt het bloed door de onderdelen? Begin bij de linkerkamer.

Schrijf op je antwoordblad de nummers in de juiste volgorde.

(a)  

17.

Wat is de naam van deel 1?

(a)  

18.

Wat is de functie van deel 3?

(a)  

19.

Hoe heet de grootste ader?

(a)