wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

STEMolympiade: Lichaam

Total questions: 22

Worksheet time: 44mins

Name
Class
Date
1.

Mensen en apen lijken wel een beetje op elkaar ...

Dit kan je bijvoorbeeld zien wanneer je het gebit en de schedel vergelijkt.

We hebben fossielen van de Neanderthaler gevonden (beenderen, tanden, schedels, …).

De Neanderthaler lijkt meer op de mens dan op een aap.

Kan jij zeggen welke schedel van een chimpansee is?

a)

De schedel van de chimpansee is te zien op figuur A. correct.

b)

De schedel van de chimpansee is te zien op figuur B.

c)

De schedel van de chimpansee is te zien op figuur C.

2.

Zoals je al hebt gemerkt zijn alle mensen verschillend.

We noemen dit variatie of diversiteit.

Denk maar aan bruin, zwart, rood of blond haar.

Hoe we eruit zien wordt bepaald door ons DNA, dat van persoon tot persoon verschilt.

Soms gaat er iets fout met dat DNA, wat kan leiden tot afwijkingen.

Zo hebben we normaal gezien 10 vingers en 10 tenen.

Hiernaast zie je een aantal afwijkingen:

• Syndactylie: Vergroeiingen van tenen/vingers

• Oligodactylie: Minder dan 5 tenen/vingers per ledemaat

• Polydactylie: Meer dan 5 tenen/vingers per ledemaat

Met welke foto komt welke afwijking overeen?

a)

A = Syndactylie, B = Polydactylie, C = Oligodactylie.

b)

A = Polydactylie, B = Oligodactylie, C = Syndactylie.

c)

A = Oligodactylie, B = Polydactylie, C = Syndactylie.

d)

A = Oligodactylie, B = Syndactilie, C = Polydactylie.

3.

Planten zijn speciale organismen.

Denken we maar eens de reuzensequoia …

Een boom van meer dan 100 m hoog!

Planten kunnen niet bewegen en staan met de wortels verankerd in de bodem.

Ze halen op die manier voedsel (water en mineralen) uit de grond.

Dit voedsel wordt dan in de plant getransporteerd.

Hiervoor heeft de plant een soort van buizensysteem in de stengels. We spreken van de vaatbundels.

De onderstaande foto toont een stengel met daarin cellen en ook dat buizensysteem.

Waarmee zou men dit transportsysteem van water en voedingsstoffen kunnen vergelijken bij de mens?

a)

Met het zenuwstelsel.

b)

Met het bloedvatenstelsel.

c)

Met het ademhalingsstelsel.

4.

Mijn opa moet volgende week geopereerd worden omdat zijn hart niet zo goed meer werkt.

Zijn hart kan het bloed niet meer goed rondpompen in zijn lichaam.

Daarom gaan ze een pompje in opa zijn hart plaatsen.

Hoe moet dit pompje het bloed kunnen rondsturen doorheen het lichaam van mijn opa?

a)

Schema A is correct.

b)

Schema B is correct.

c)

Schema C is correct.

5.

Fien heeft astma.

Dit is een aandoening die inwerkt op het ademhalingsstelsel.

Hieronder zie je een foto van het menselijk ademhalingssysteem.

De lucht wordt via de luchtpijp naar de longen gebracht en dringt diep in de longen door via kleine kanaaltjes, die bronchiolen genoemd worden.

Wat gebeurt er als de bronchiolen vernauwen (smaller worden)?

a)

Ademen gaat gemakkelijker.

b)

Ademen gaat moeilijker.

c)

Ademen gaat even goed als anders.

6.

Het menselijk hart bestaat uit 4 ruimtes: de linker- en rechterboezem (bovenaan) en de linker- en rechterkamer (onderaan).

De weg die het bloed volgt bestaat uit vier stappen:

1. Het propere, zuurstofrijke (= met veel zuurstof) bloed wordt naar onze organen gestuurd.

2. Vuil, zuurstofarm (= met weinig zuurstof) bloed komt terug in het hart terecht.

3. Dat vuile bloed wordt naar de longen gestuurd waar het terug zuurstof kan opnemen.

4. Het terug zuurstofrijke bloed stroomt naar het hart terug waar-na stap 1 opnieuw begint.

Welke van de ruimtes moet eerst samentrekken om het bloed in de juiste richting te duwen en de volgorde, die hierboven beschreven wordt, te respecteren?

a)

De linkerboezem.

b)

De rechterboezem.

c)

De rechterkamer.

7.

Het bloed van een mens is opgebouwd uit 3 belangrijke onderdelen:

• de rode bloedlichaampjes (transport van zuurstof, 41 %)

• de witte bloedcellen (bescherming tegen ziektes, 4 %)

• en het bloedplasma (waterachtige vloeistof, 55 %)

Na een bloedafname wordt het buisje met bloed heel snel rondgedraaid (= gecentrifugeerd).

Dan krijg je een ophoping van de verschillende onderdelen waarbij de zwaarste deeltjes onderaan zitten en de lichtste bovenaan.

Waaruit bestaat de onderste laag?

a)

Witte bloedcellen.

b)

Rode bloedlichaampjes.

c)

Bloedplasma.

8.

Annemieke en Rozemieke zijn tweelingszusjes.

Er bestaan twee types tweelingen: één-eiige, en twee-eiige. Ééneiige tweelingen ontstaan door een splitsing van één bevruchte eicel die bevrucht werd door 1 zaadcel, terwijl er bij een twee-eiige tweeling twee verschillende eicellen bevrucht werden, door 2 zaadcellen.

Van welke tweeling kun je met zekerheid zeggen dat het een twee-eiige tweeling is?

a)
b)
c)
9.

Margaux is enorm geïnteresseerd in het menselijk lichaam en de manier waarop dat lichaam functioneert.

Ze stelt zich de vraag hoe de kleur van ogen tot stand komt.

Zelf heeft ze blauwe ogen.

Margaux weet dat kenmerken worden overgeërfd van de ouders.

Als je weet dat ouders met bruine ogen maximum 1 kans op 4 hebben om kinderen te krijgen met blauwe ogen, welke familiestamboom is dan juist?

a)
b)
c)
10.

Erfelijke eigenschappen worden van ouders op kinderen doorgegeven.

Zo is de kans dat je een zwart kindje krijgt onbestaande als de twee ouders blank zijn en omgekeerd.

We kijken nu naar de eigenschap 'bruine ogen hebben'.

Je ziet op het schema telkens de eigenschap van de mama boven-aan (blauwe eicel = blauwe ogen, bruine eicel = bruine ogen) en de eigenschap van de papa daaronder (blauwe zaadcel = blauwe ogen, bruine zaadcel = bruine ogen).

Daaronder zie je de kleur van de ogen van het kindje.

Welke zin is juist?

a)

De eigenschap wordt doorgegeven zodra 1 van de 2 ouders bruine ogen heeft (= dominant).

b)

Beide ouders moeten bruine ogen hebben om die eigenschap door te geven (= recessief).

c)

Het is toeval of het kindje de eigenschap al of niet heeft.

11.

Misschien zagen jullie de voorbije maanden op Karrewiet dat voedingsexperten een nieuwe voedingsdriehoek opgesteld hebben.

Daar staat welk voedsel je best veel eet en welke stoffen je best zo weinig mogelijk eet of drinkt.

Waar eet je best meest van?

a)

Vis.

b)

Biefstuk.

c)

Frietjes.

12.

Matthis is een geoefend sporter en gebruikt een hartslagmeter om zijn trainingen in te delen.

Hij kan de gegevens die gemeten worden door de hartslagmeter op zijn gsm zien, want die worden via het internet doorgestuurd.

Bij een communicatiesysteem zijn er 3 onderdelen:

1) De zender: hier wordt de informatie verstuurd.

2) De ontvanger: hier komt de informatie toe.

3) Het medium: hier wordt de informatie getransporteerd.

Welke rij hieronder is juist?

a)

ZENDER = gsm & ONTVANGER = internet & MEDIUM = hartslagmeter

b)

ZENDER = hartslagmeter & ONTVANGER = gsm & MEDIUM = internet

c)

ZENDER = hartslagmeter & ONTVANGER = internet & MEDIUM = gsm

13.

In de krant leest Louise een artikel over geneesmiddelen.

Het blijkt dat steeds meer mensen resistent zijn tegen antibiotica.

Wat betekent ‘resistent tegen antibiotica’?

a)

Deze mensen kunnen niet zo snel meer ziek worden en hebben geen medicatie nodig.

b)

Deze mensen hebben al te vaak antibiotica genomen, waardoor de geneesmiddelen niet meer werken.

c)

Sommige mensen willen geen antibiotica meer nemen omdat ze er tegen zijn.

14.

Angie, een Nederlandse wetenschapster, heeft in een onderzoek vastgesteld dat sommige van de Nederlandse topatleten een tekort aan vitamine D in hun lichaam hebben.

Zo’n vitaminen zijn belangrijk om goed te kunnen functioneren.

Vitamine D komt in je lichaam terecht door bijvoorbeeld vette vis, zoals zalm, te eten of veel melkproducten te eten/drinken (zoals kaas en melk).

Vitamine D wordt ook in je lichaam opgebouwd als je vaak in de zon zit.

Van vitamine D is geweten dat het opgeslagen wordt in ons vetweefsel.

Een tekort aan vitamine leidt op lange termijn tot breekbare botten en een verhoogde bloeddruk.

Hoe komt het dat topsporters soms een vitamine D-tekort ontwikkelen?

a)

Ze hebben een te laag vetpercentage.

b)

Ze hebben een te hoog vetpercentage.

c)

Ze trainen teveel buiten.

15.

Je bent ziek en je moet een spuitje krijgen.

Voor de dokter je inspuit, spuit de dokter eerst een beetje vloeistof uit de spuit en kijkt de dokter goed naar de spuit.

Waarom doet de dokter dit?

a)

Om te kijken of de naald niet verstopt zit.

b)

Om de eventuele lucht die in de spuit kan zitten, te verwijderen.

c)

Om eerst alle bacteriën er uit te spuiten.

16.

Om je lichaam gezond te houden moet je voldoende vitamines in je lichaam hebben:

• Vitamine A zorgt ervoor dat je goed kunt zien.

• Vitamine B zorgt ervoor dat je nieuwe cellen aanmaakt.

• Vitamine C levert energie om je spieren te laten werken.

• Vitamine D zorgt dat je sterke beenderen hebt.

• Vitamine E zorgt dat je niet ziek wordt.

• Vitamine K zorgt ervoor dat je bloed stolt.

Je kunt die vitamines met je voeding opnemen, maar ook in de zon lopen zorgt voor aanmaak van vitamines.

In de donkere winter slikken vooral oude mensen pilletjes om het vitaminetekort tegen te gaan.

Welke vitaminepilletjes slikken ze vooral?

a)

Vitamine B.

b)

Vitamine D.

c)

Vitamine C.

17.

Mensen en dieren kunnen om verschillende redenen ziek worden.

Soms spreekt men van een bacteriële infectie (= veroorzaakt door een bacterie).

Andere infecties zijn viraal (= veroorzaakt door een virus) of soms is een parasiet de aanleiding voor een zwakke gezondheid.

Virussen, bacteriën en parasieten zijn 3 heel verschillende dingen:

• Een virus is een klein micro-deeltje dat in een menselijke cel binnendringt, zich daar vermenigvuldigt en die cel beschadigt.

• Een bacterie is een heel klein eencellig levend organisme dat onder andere in het menselijk lichaam kan voorkomen.

• Een parasiet is een iets groter levend organisme dat in of op het menselijke lichaam leeft en profiteert van het lichaam.

Als je je poes een pilletje moet geven om hem/haar te ontwormen, waar heeft de poes dan last van?

a)

Een virale infectie.

b)

Een bacteriële infectie.

c)

Een parasitaire infectie

18.

Als een zaadcel een eicel bevrucht in de baarmoeder van een vrouw, ontstaat er een gemeenschappelijke embryo-cel.

In de loop van de tijd groeit en splitst de cel zich verder tot uiteindelijk een baby ontstaat.

Op de schematische voorstelling hierboven zie je hoe zo’n cel splitst in 2 cellen.

Dat gebeurt bij een menselijk embryo in ongeveer 12 tot 24 uren.

Hoelang duurt het voor je embryo bestaat uit 32 cellen zoals op dit microscoopbeeld?

a)

Minder dan 5 dagen.

b)

Tussen de 5 en de 10 dagen.

c)

Tussen de 10 en de 30 dagen.

19.

Sommige mensen kunnen moeilijk kinderen krijgen.

Ze kunnen geholpen worden in een laboratorium.

De procedure heet IVF of ‘in vitro fertilisatie’.

Het proces verloopt in 4 stappen die hiernaast allemaal schematisch voorgesteld worden.

• Stimulatie = een duwtje helpen bij het rijpen van eicellen in het lichaam van de vrouw.

• Fertilisatie = bevruchting van eicellen met zaadcellen in het labo.

• Collectie = verzamelen van eicellen en zaadcellen uit vrouw en man.

• Transfer = de bevruchte eicel plaatsen in de baarmoeder.

Kun jij de correcte volgorde bepalen van de stappen?

a)
b)
c)
20.

Elk levend wezen heeft zijn eigen erfelijke eigenschappen.

Zo heeft een mens 23 chromosoomparen, die heel hard lijken op die van een chimpansee (die 24 zo’n paren heeft).

Een hond heeft 39 zo’n paren en wijkt dus meer af van de mens dan een chimpansee.

Een kikker heeft bijvoorbeeld maar 13 chromosoomparen.

Zo’n chromosomen bevatten DNA-sequenties die opgebouwd zijn uit 4 soorten nucleobasen, met de namen A, C, T en G.

Ziekten of mutaties komen voor als er in zo’n DNA-structuur iets misgaat …

Dat kan op verschillende manieren, waarvan hiernaast de puntmutatie getoond is.

Het T-blokje wordt vervangen door een C-blokje.

Hieronder zie je nog een puntmutatie optreden.

Welke nucleobase werd door een andere vervangen?

a)

C door T.

b)

G door A.

c)

A door G.

21.

Tot enkele jaren geleden moest je om een GSM of een smartphone te ontgrendelen een code intikken.

Dat kan nu nog altijd, maar er bestaan ook slimmere tools, zoals vingerafdrukherkenning.

Dat is veiliger, omdat iedereen een andere vingerafdruk heeft.

Hiernaast zie je 4 vingerafdrukken, waarvan 1 als herkenning opgeslagen is in de gsm van Jorre.

Jorre probeert zijn gsm te ontgrendelen en duwt daarom zijn vinger tegen de sensor van de gsm.

Die sensor kan maar een klein stukje van zijn vinger tegelijkertijd detecteren.

Welke vingerafdruk is er van Jorre?

a)
b)
c)
d)
22.

Anatool heeft goud gestolen.

Op de plaats van de misdaad werd een stukje van zijn vingerafdruk teruggevonden.

In het politiebureau wordt die vingerafdruk vergeleken met de vingerafdrukken van Anatool, Kwak en Boemel.

Welke vingerafdruk hieronder is die van Anatool?

a)
b)
c)