wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Immuniteit

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Lichaamsvreemde stoffen noem je ook wel..

a)

antibiotica

b)

antigenen

c)

antistoffen

d)

anticonceptie

e)

antigif

2.

Maarten heeft als klein kind de bof gehad, waardoor hij deze ziekte niet nog een keer zal oplopen.

===> Dit is een kunstmatige vorm van immuniteit.

a)

Waar

b)

Nietwaar

3.

Als je naar Afrika op vakantie gaat laat je je inenten tegen Hepatis A.

===> Dit is een kunstmatige vorm van immuniteit.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Sinds 1987 worden kinderen in Nederland ingeënt tegen bof, mazelen en rode hond. Het vaccin wordt het BMR-vaccin genoemd. Bevat het BMR-vaccin antigenen? En bevat het antistoffen?

a)

Alleen antigenen

b)

Alleen antistoffen

c)

zowel antistoffen als antigenen

d)

geen van beide

5.


Wat is een ander woord voor een injectie met verzwakte ziekteverwekkers.

a)

fascinatie

b)

serum

c)

entering

d)

vaccinatie

6.

Verschillende ziekteverwekkers bevatten dezelfde lichaamsvreemde stoffen.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Bekijk de afbeelding rechts. Wat wordt er aangegeven met nr 3?

a)

Ziekteverwekker

b)

Antigeen

c)

antistof

8.

Gele koorts is een ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Na een infectie met het gele koortsvirus duurt het ongeveer een week voordat het lichaam een antistof tegen het virus gaat maken. Als de patiënt geneest, levert dat een levenslange immuniteit op. In het diagram van de afbeelding geeft grafieklijn Q de vorming van antistof tegen het virus weer na een allereerste infectie van een bepaalde persoon. Deze persoon geneest en wordt een jaar later opnieuw besmet.

Welke grafieklijn geeft de vorming van antistof weer na deze tweede infectie?

a)

Grafiek P

b)

Grafiek Q

c)

Grafiek S

9.

Welke bloedcellen spelen een belangrijke rol binnen ons afweersysteem tegen ziekteverwekkers?

a)

Rode bloedcellen

b)

Witte bloedcellen

c)

bloedplaatjes

d)

bloedplasma

10.

Kunstmatige immuniteit is...

a)

...als je een vaccin toegediend krijgt

b)

...als je witte bloedcellen ingespoten krijgt

c)

...als jouw lichaam zelf antistoffen aanmaakt na een vaccinatie

d)

... als jouw lichaam zelf antigenen aanmaakt na een vaccinatie

11.
Welke bloedcellen zijn onderdeel van het immuunsysteem?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes
d)
Bloedplasma
12.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
13.

Een antistof kan zich hechten aan verschillende ziekteverwekkers

a)

Waar, antistoffen werken op verschillende antigenen

b)

Niet waar, antistoffen werken op slechts één type lichaamsvreemde stof

c)

Waar, antistoffen werken op een groep van dezelfde antigenen

d)

Niet waar, dit is niet de functie van antistoffen

14.

Wat wordt er bij een inenting in je lichaam gespoten?

a)

Een sterke versie van de ziekteverwekker

b)

Een antistof tegen de ziekteverwekker

c)

Antigenen tegen de ziekteverwekker

d)

Een verzwakte versie van de ziekteverwekker