wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bacteriën

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Juist of onjuist?
Bacteriën kunnen ééncellig of meercellig zijn.
a)
Juist
b)
Onjuist
2.
Juist of onjuist?
Bacteriën hebben een celkern.
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
Kies het juiste antwoord.
Welke onderdelen bezitten de cellen van bacteriën wel?
a)
Celwand, celkern, bladgroenkorrels
b)
Celwand
c)
Bladgroenkorrels
d)
Celkern
4.
Hoe planten bacteriën zich voort?
a)
Sporen
b)
Deling
c)
Zaadcel en eicel
d)
Sporen en deling
5.
Bacteriën planten zich voort door deling.
Elk uur vindt er deling plaats. Je start met één bacteriecel. Hoeveel bacteriecellen zijn er na 4 uur?
a)
2
b)
6
c)
8
d)
12
6.
Worden dode resten van organismen door bacteriën opgeruimd?
a)
Ja
b)
Nee
7.
Maken reducenten (afvaleters) voedingsstoffen voor planten?
a)
Ja
b)
Nee
8.
Wat moet je doen om ervoor te zorgen dat voedsel minder snel bederft?
a)
Destilleren
b)
Controleren
c)
Conserveren
d)
Extraheren
9.
Kun je met behulp van antibiotica een ziekte door bacteriën verhelpen?
a)
Ja
b)
Nee
10.
Wat wordt er gemaakt met behulp van bacteriën?
a)
Zuurkool, kaas en worst
b)
Yoghurt en wijn
c)
Bier, wijn en brood
d)
Yoghurt, zuurkool en medicijnen
11.
Een bacterie die eten bederft is een onschadelijke bacterie.
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
Juist of onjuist?
Door goede hygiëne kun je voorkomen dat er bacteriën in je lichaam komen waar je ziek van wordt.
a)
Juist 
b)
Onjuist
13.
Reducenten zijn afvaleters. Welk rijk behoort nog meer tot de reducenten?
a)
Planten
b)
Dieren
c)
Schimmels