wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

§ 6.1 - Ecologie m2

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Tot welk niveau van de ecologie behoren alle organismen in een bos samen?

a)

ecosysteem

b)

individu

c)

levensgemeenschap

d)

biotoop

2.

Tot welk niveau van de ecologie behoort een hert in een bos?

a)

individu

b)

populatie

c)

ecosysteem

d)

levensgemeenschap

3.

In de afbeelding zijn enkele voedselrelaties in een levensgemeenschap in zoetwater schematisch weergegeven. Drie schakels, aangeduid met 1, 2 en 3, zijn niet ingevuld.

Bij welk nummer moet een plantensoort worden ingevuld?

a)

1

b)

2

c)

3

4.

Een regenbui is een abiotische factor

a)

juist

b)

onjuist

5.

Een roodborstje bouwt een nest in een boom. Voor een roodborstje is

nestgelegenheid een biotische factor.

a)

juist

b)

onjuist

6.

In afbeelding 1 zijn enkele voedselrelaties schematisch weergegeven. Drie

schakels, 1, 2 en 3, zijn in afbeelding 2 niet ingevuld.

Welke van de volgende dieren kan in schakel 3 thuishoren?

a)

garnaal

b)

kever

c)

kikker

d)

krokodil

7.

Kikkervisjes eten alleen de organismen die in schakel 1 thuishoren.

Tot welke groep behoren kikkervisjes?

a)

planteneters

b)

vleeseters

c)

alleseters

8.

In afbeelding 4 zijn voedselrelaties tussen een aantal organismen in zee

weergegeven.

Hoeveel voedselketens zijn in de afbeelding weergegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

9.

Populaties maken deel uit van een ecosysteem.

a)

juist

b)

onjuist

10.

Op de stam van een beuk groeien algen. Onder deze beuk groeien paddenstoelen

op de afgevallen beukenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven

bladluizen. Lieveheersbeestjes eten de bladluizen.

Welke van deze organismen zijn reducenten?

a)

Algen

b)

Bladluizen

c)

Lieveheersbeestje

d)

Paddenstoel (Schimmel)

11.

Op de stam van een beuk groeien algen. Onder deze beuk groeien paddenstoelen

op de afgevallen beukenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven

bladluizen. Lieveheersbeestjes eten de bladluizen.

Welke van deze organismen zijn consumenten?

a)

Algen

b)

Lieveheersbeestjes

c)

Paddenstoel (schimmel)