NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsErfelijkheid basisstof 1 en 2
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
In de afbeelding zie je een jonge Maleise tapir. Twee jaar later is hij volwassen geworden. Juist of onjuist: Het jonge dier heeft hetzelfde fenotype als het volwassen dier.
a)
juist
b)
onjuist
2.
Pim heeft een broertje Thijs en een zusje Anna. Hebben Pim, Thijs en Anna hetzelfde DNA?
a)
Ja
b)
Nee
3.
Heeft een lichaamscel van een mens 46 chromosomen?
a)
Ja
b)
Nee
4.
Verandert bij celdeling de informatie voor erfelijke eigenschappen?
a)
Ja
b)
Nee
5.
John heeft veel getraind. Zijn spieren zijn hierdoor dik geworden. Is er bij John het fenotype veranderd?
a)
Ja
b)
Nee
6.
Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?
a)
Bij de vorming van de eicel
b)
Bij de bevruchting
c)
Bij de geboorte
7.
Is de persoon van het karyogram een jongen of een meisje?
a)
Jongen
b)
Meisje
8.
Het fenotype kan veranderen na mate je ouder word.
a)
Waar
b)
Niet waar
9.
Jesse's haar heeft zwart haar. Dit heeft hij blauw geverfd. Uit welke kleur bestaat zijn genotype?
a)
Zwart
b)
Blauw
c)
Zwart en blauw
d)
Beide kleuren niet
10.
Een zaadcel met in de kern een geslachtchomosoom x versmelt met een eicel. Ontstaat er een jongen of een meisje?
a)
Jongen
b)
Meisje
11.
Het genotype kan veranderen na mate je ouder word.
a)
Waar
b)
Niet waar
12.
Hoeveel chromosomen heeft een eicel?
a)
46
b)
88
c)
45
d)
23
Reset
