Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Onderzoeken 1.1 formatieve toets

Total questions: 21

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

LD1. Hoe heet het orgaan dat is aangegeven met nummer 5?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Lever

d)

Maag

2.

Hoe wordt dit plastic model genoemd?

a)

Een model

b)

Een torso

c)

Een romp

d)

Geen idee

3.

LD3. Bij welk orgaanstelsel past de volgende omschrijving?


Heeft als functie (taak) het voedsel kleiner maken.

a)

Het ademhalingsstelsel

b)

Het bloedvatenstelsel

c)

Het beenderstelsel

d)

Het verteringsstelsel

4.

LD1. Hoe heet het orgaan aangegeven met nummer 3?

a)

Luchtpijp

b)

Long

c)

Hart

d)

Darmen

5.

LD 3. De neusholte, de mondholte, de luchtpijp en de longen vormen samen het: ?

a)

ademhalingsstelsel

b)

beenderstelsel

c)

verteringsstelsel

d)

spierstelsel

6.

LD1. van groot naar klein...

a)

Orgaanstelsel - orgaan - weefsel - organisme - cel

b)

Organisme - orgaanstelsel - orgaan - weefsel - cel

c)

cel - weefsel - orgaan - orgaanstelsel - organisme

d)

organisme - orgaan - orgaanstelsel - weefsel - cel

7.

LD6. Een groep van dezelfde cellen met dezelfde vorm en functie (taak) noem je een?

a)

orgaan

b)

weefsel

c)

organisme

d)

cellen

8.

LD1./LD6. Hoe noem je de bouwsteentjes van het lichaam?

a)

Organen

b)

Orgaanstelsels

c)

Cellen

d)

Weefsels

9.

LD5. bekijk het plaatje. Welke weefsel denk je dat dit is?

a)

spierweefsel

b)

luchtpijpweefsel

c)

longweefsel

d)

hersenweefsel

10.

LD6. In de afbeelding zie je een tekening van een cel. Met welk nummer is cytoplasma aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

11.

LD6. bekijk de afbeelding van de cel. Met welk nummer is het celmembraan aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

12.

LD3. Welke taak behoort heeft het bloedvatenstelsel?

a)

Stevigheid geven aan het lichaam

b)

vervoeren van zuurstof en voedingsstoffen

c)

het voedsel kleiner maken

d)

geen van de genoemde functies

13.

LD3. Schrijf 5 orgaanstelsels op die je kent. Eerst alles opschrijven voordat je het opstuurt.

4 lines
14.

LD1. bekijk het plaatjes. Met welk nummer is de dikke darm aangegeven?

a)

4

b)

5

c)

6

d)

7

15.

LD3. Wat is een andere naam voor het beenderstelsel?​ ​ ​ (a)  

16.

LD2. Je leest hier een definitie (een omschrijving). Welk antwoord past bij deze definitie?

De definitie: Een deel van een organisme met één of meerdere functies (taken).

a)

Een weefsel

b)

Een orgaanstelsel

c)

Een orgaan

d)

Een cel

17.

LD4b. je leest een omschrijving van een functie (taak) van een orgaanstelsel. Geef aan bij welk orgaanstelsel deze omschrijving hoort.

omschrijving: Het vervoeren van zuurstof naar al de organen van het lichaam.

a)

Het ademhalingsstelsel

b)

Het beenderstelsel

c)

Het bloedvatenstelsel

d)

Het spierstelsel

18.

Wat is biologie?

a)

De leer van het leven.

b)

De leer van de natuur.

c)

Alles wat leeft.

d)

Een organisme.

19.

LD4b. je leest een omschrijving van een functie (taak) van een orgaanstelsel. Geef aan bij welk orgaanstelsel deze omschrijving hoort.

Omschrijving: dit stelsel geeft het lichaam onder andere stevigheid en vorm.

a)

Het ademhalingsstelsel

b)

Het beenderstelsel

c)

Het bloedvatenstelsel

d)

Het spierstelsel

20.

LD4a. Bij welk orgaanstelsel hoort het orgaan: slokdarm?

a)

Het ademhalingsstelsel

b)

Het bloedvatenstelsel

c)

Het verteringsstelsel

d)

Het spierstelsel

21.

LD4a. Pak je boek. Open die op blz. 13. Je hebt daar een opdracht gemaakt. Bekijk kaartje F. Bij welk orgaanstelsel hoort het onderdeel dat is aangegeven met de letter a?

a)

Het voortplantingsstelsel

b)

Het beenderstelsel

c)

Het verteringsstelsel

d)

Het bloedvatenstelsel