wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordening

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welk kenmerk hebben gewervelden allemaal?

a)

Een inwendig skelet van kalk

b)

Leggen eieren met een schaal

c)

Hebben een huid met een vacht

d)

Hebben allemaal een skelet van alleen maar botweefsel

2.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

3.

Welk dier hoort bij de geleedpotigen?

a)
b)
c)
d)
4.

Met welk nummer is het DNA weergegeven?

a)

4

b)

8

c)

5

d)

3

5.

Een bacterie deelt zich iedere 20 minuten. Ik begin met 20 bacteriën. Hoeveel heb ik er na een uur?

a)

100

b)

80

c)

120

d)

160

6.

Hoe heten de schimmeldraden van een meercellige schimmel?

a)

Hyfen

b)

Mycelium

c)

Spore

7.

Is dit een parasiet of een saprofyt?

a)

Parasiet

b)

Saprofyt

8.

Welke stoffen zijn er nodig voor fotosynthese?

a)

(Zon)licht

b)

Bladgroenkorrels

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstof

e)

Water

9.

Welke afdeling heeft geen wortels, geen bladeren en geen stengels?

a)

Sporenplanten

b)

Bedektzadigen

c)

Mossen

d)

Wieren (algen)

10.

Er is een groep planten met vaatbundels en waar de sporen in sporenvormende orgaantjes liggen. Welke?

a)

Mossen

b)

Varens

c)

Paardenstaarten

d)

Naaktzadigen

e)

Bedektzadigen

11.

Waar kan bij deze tulp glucose worden gemaakt?

a)

In de bladeren

b)

In de bloemen

c)

In de wortels

d)

In de stengel

12.

Bij welke afdeling hoort deze plant?

a)

Naaktzadigen

b)

Bedektzadigen

c)

Planten

d)

Zaadplanten

13.

Wat is stap 3 van het ordenen van dieren?

a)

Heeft het dier organen?

b)

Is het dier radiaal symmetrisch?

c)

Is het dier eencellig of meercellig?

d)

Wordt de oermond van het dier uiteindelijk de anus of de mond?

14.

Wat is de goede betekenis van taxonomie/systematiek?

a)

Het onderzoeken van een organisme op kenmerken en het opzoeken van zijn naam.

b)

Het indelen van een organisme bij andere organismen met de zelfde karakteristieke kenmerken.

c)

Het deel van de biologie dat zich bezighoudt met het ordenen van organismen.

15.

Bij welke afdeling hoort een kikker?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Gewervelden

d)

Dieren

16.

Welke groepen horen bij de weekdieren?

a)

Kwallen

b)

Intvissen

c)

Octopussen

d)

Slakken

e)

Schelpdieren

17.

Welke van onderstaande dieren zijn skeletloos?

a)

Slakken

b)

Regenwormen

c)

Octopussen

d)

Kwallen

e)

Zee-egels

18.

Hoe komen sponzen aan hun voedsel?

a)

Filteren ze uit het water

b)

Hebben een holte in het lichaam waar het voedsel wordt verteerd

c)

Met kleine orgaantjes die lijken op een mond

d)

Ze krijgen voedsel uit de bodem waar ze op staan

19.

Bij welke geleedpotige bestaat het gehele lichaam uit segmenten?

a)

Kreeftachtigen

b)

Spinachtigen

c)

Insecten

d)

Duizendpoten

20.

Welke gewervelden zijn over het algemeen niet afhankelijk van water bij het leggen van de eieren?

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

21.

Welke afdelingen leven allemaal in het water?

a)

Amfibieën, Vissen, Holtedieren, Sponzen

b)

Eencellige dieren, Holtedieren, Stekelhuidigen, Schelpdieren

c)

Holtedieren, Stekelhuidigen, Kreeftachtigen, Schelpdieren

d)

Holtedieren, Stekelhuidigen, Sponzen en Eencellige dieren

22.

Bij welke klasse hoort dit dier?

a)

Kreeftachtigen

b)

Spinachtigen

c)

Geleedpotigen

d)

Reptielen