wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bloed & bloedsomloop

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat zakt in bloed na enkele dagen naar beneden als je het bewaard in een buisje?

a)

Bloedplasma en rode bloedcellen

b)

Rode bloedcellen en bloedplaatjes

c)

Bloedplaatjes en bloedplasma

d)

Alle antwoorden zijn juist

2.

Is een rode bloedcel onderdeel van bloedplasma?

a)

Ja

b)

Nee

3.

Hoe heet onderdeel nummer 3?

a)

Rode bloedcel

b)

Bloedplaatje

c)

Witte bloedcel

d)

bloedplasma

4.

Hoe heet onderdeel nummer 1?

a)

Witte bloedcel

b)

Rode bloedcel

c)

Bloedplasma

d)

Bloedplaatje

5.

Wat is de functie van onderdeel 3?

a)

Bacteriën & ziekteverwekkers doden

b)

Bacteriën & ziekteverwekkers aanmaken

c)

Zuurstof vervoeren

d)

Voedingsstoffen vervoeren

6.

Kan bloedplasma koolstofdioxide vervoeren?

a)

Ja

b)

nee

7.

Marie zegt dat rode- en witte bloedcellen een celkern hebben.

Albert zegt dat alleen witte bloedcellen een celkern hebben.

Wie heeft er gelijk?

a)

Marie heeft gelijk.

Albert heeft ongelijk.

b)

Albert heeft gelijk.

Marie heeft ongelijk.

c)

Beide hebben gelijk

d)

Beide hebben ongelijk

8.

Bestaat etter uit dode rode bloedcellen?

a)

Ja

b)

Nee

9.

Trombose is een .............. binnen een bloedvat. Het bloedvat kan hierdoor afgesloten worden.

Welk woord hoort op de puntjes te staan?

a)

Bloedstolsel

b)

Rode bloedcel

c)

stukje eten

d)

alles is onjuist

10.

Josien voelt zich niet zo goed. Ze is snel moe en heeft geen energie.

Wat kan hiervan de oorzaak zijn?

a)

Een tekort aan hemoglobine

b)

Een tekort aan witte bloedcellen

c)

Een tekort aan bloedplasma

d)

Een tekort aan bloedplaatjes

11.

In de afbeelding zie je een meisje op de fiets. Zij heeft veel zuurstof nodig voor haar beenspieren.

Hoe zorgt haar lichaam ervoor dat de beenspieren veel zuurstof krijgen?

a)

Het hart gaat sneller pompen en de ademhaling gaat sneller

b)

Bloedplasma gaat ook zuurstof vervoeren

c)

De witte bloedcellen gaat extra zuurstof vervoeren

12.

Stroomt het bloed door het hele lichaam?

a)

Ja

b)

Nee

13.

Koolstofdioxide wordt afgegeven aan de longen.

Gebeurt dit in de grote bloedsomloop?

a)

Ja

b)

Nee

14.

Stroomt het bloed in de kleine bloedsomloop via de longen?

a)

Ja

b)

Nee

15.

Krijgt het bloed in de grote bloedsomloop koolstofdioxide van de cellen?

a)

Ja

b)

Nee

16.

Is de kleine bloedsomloop een deel van de dubbele bloedsomloop?

a)

Ja

b)

Nee

17.

Zuurstof wordt afgegeven aan de cellen.

Gebeurt dit bij de kleine bloedsomloop?

a)

Ja

b)

Nee