wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordening 3.1 en 3.2

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding is een cel schematisch getekend.

Tot welk domein behoort het organisme waarvan deze cel afkomstig is?

a)

Eukaryoten

b)

Prokaryoten

c)

Planten

d)

Schimmels

2.

Eukaryoten hebben altijd een..

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Nooit een celkern

d)

Soms een celkern en soms niet

3.

Prokaryoten zijn altijd eencellig

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Paarden en ezels kunnen samen nakomelingen krijgen die we muilezels noemen, muilezels zijn onvruchtbaar


Behoren een ezel en een paard tot één soort?

a)

Nee, ze de nakomelingen zijn onvruchtbaar

b)

Ja, want ze komen uit hetzelfde geslacht

c)

Ja, want ze kunnen nakomelingen krijgen

5.

Organismen en hun DNA vertonen de meeste overeenkomst met elkaar wanneer ze tot dezelfde soort behoren

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Welke van onderstaande onderdelen komen in een schimmelcel NIET voor?

a)

Celwand

b)

Bladgroenkorrels

c)

Celkern

7.

Welke organismen behoren tot de prokaryoten?

a)

Bacteriën

b)

Dieren

c)

Schimmels

d)

Planten

e)

Archaea

8.

Een pekinees en een Deense dog zijn twee hondenrassen.


Mirjam zegt: Ze kunnen samen vruchtbare nakomelingen krijgen

Wim zegt: Ze behoren tot verschillende soorten


Wie heeft gelijk?

a)

Alleen Mirjam

b)

Alleen Wim

c)

Beiden hebben gelijk

d)

Beiden hebben géén gelijk

9.

Welk celkenmerk heeft het rijk van de bacteriën wel?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Vacuole

d)

Bladgroenkorrels

10.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

11.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

12.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

13.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

14.

Juist of onjuist?

Schimmels hebben cellen mét een celkern.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Zowel het ontstaan als het uitsterven van diersoorten zijn allebei onderdelen van evolutie.

a)

waar

b)

niet waar

16.

Een zezel is een kruising tussen een zebra en een ezel. Een zezel is niet vruchtbaar.


Zijn een ezel en een zebra dezelfde soort?

a)

Ja, want ze kunnen nakomelingen krijgen.

b)

Nee, want ze kunnen geen vruchtbare nakomelingen krijgen.

c)

Nee, want ze kunnen geen nakomelingen krijgen.

d)

Ja, want ze kunnen vruchtbare nakomelingen krijgen.

17.

Welke uitspraak of uitspraken is/zijn juist over de afbeelding?

a)

Deze honden behoren niet tot dezelfde soort.

b)

Deze honden behoren tot dezelfde soort.

c)

Deze honden behoren niet tot hetzelfde ras.

d)

Deze honden behoren tot hetzelfde ras.

18.

Wat stellen de groene bolletjes in het vertakkingsschema voor?

a)

Gemeenschappelijke voorouder

b)

Tussensoorten

c)

Tijdsindicatie

d)

Kruising van soorten waardoor er twee nieuwe ontstaan.

19.

Welke organimsen zijn meer aan elkaar verwant?

a)

Reptielen en amfibieën

b)

Reptielen en vogels

c)

Reptielen en vissen

d)

Reptielen en zoogdieren

20.

Een ijsgrizzly is een kruising tussen een grizzlybeer en een ijsbeer. Een ijsgrizzly is vruchtbaar.


Zijn een grizzlybeer en een ijsbeer dezelfde soort?

a)

Ja, want ze kunnen nakomelingen krijgen.

b)

Nee, want ze kunnen geen vruchtbare nakomelingen krijgen.

c)

Nee, want ze kunnen geen nakomelingen krijgen.

d)

Ja, want ze kunnen vruchtbare nakomelingen krijgen.