wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Waarnemen & gedrag

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een zintuig: Het is een orgaan dat reageert op prikkels

a)

waar

b)

niet waar

2.

1. Prikkel: Invloed uit de omgeving op een organisme.

2. Impuls: een elektrisch signaal dat van de zintuigcellen door zenuwen naar de hersenen wordt geleid.

a)

1 = waar, 2 = niet waar

b)

1 = niet waar, 2 = waar

c)

beide niet waar

d)

beide waar

3.

Wat hoort niet bij de (centrale)zenuwstelsel?

a)

hersenen

b)

zenuwen

c)

ruggenmerg

d)

zintuigen

4.

Waar ontstaan een impuls?

a)

in de zintuigcellen

b)

in het zintuig

c)

in de klas

d)

in de prikkel

5.

Honger is een:

a)

Prikkel binnen je lichaam

b)

Prikkel buiten je lichaam

c)

geen prikkel

6.

De adequate prikkel van de huid is:

a)

geurstoffen

b)

geluid

c)

aanraking

d)

smaakstoffen

7.

Zijn je oren via de zenuwen aan je hersenen verbonden?

a)

Ja

b)

Nee

8.

De buis van Eustachius verbindt

a)

de trommelholte met het middenoor

b)

de oorschelp met de keelholte

c)

het slakkenhuis met de trommelholte

d)

de trommelholte met de keelholte

9.

Daar liggen de gehoorzintuigcellen die geprikkeld worden door geluiden

a)

De gehoorgang

b)

de gehoorbeentjes

c)

het slakkenhuis

d)

de gehoorzenuw

10.

In volgorde nummer 4 - 6 - 8

a)

4 = trommelvlies, 6 = buis van Eustachius, 8 = gehoorzenuw

b)

4 = gehoorgang, 6 = evenwichtsorgaan, 8 = oorschelp

c)

4 = slakkenhuis, 6 = aambeeld, 8 = hamer

d)

4 = evenwichtsorgaan, 6 = stijgbeugel, 8 = trommelgang

11.

Welke zintuig reageert op de adequate prikkel 'licht'?

a)

Oor

b)

Oog

c)

neus

d)

huid

12.

Wat zorgt er voor dat zweet niet in onze oog kan lopen?

a)

Wimpers

b)

Wenkbrauwen

c)

Oogleden

13.

Niet alle mensen hebben dezelfde oogkleur, welk deel van het oog bepaald de kleur

a)

Netvlies

b)

pupil

c)

lens

d)

iris

14.

Wat is de functie van de harde oogvlies?

a)

Waarnemen van lichtprikkels

b)

Zuurstof afgeven aan het oog

c)

Bescherming van het oog

d)

Al deze functies

15.

Ben je bijziend dan kan je alleen...

a)

dichtbij scherp zien.

b)

in de verte scherp zien.

16.

Een holle lens (bril ) (- sterkte) kan jou helpen om...

a)

dichtbij scherp te zien

b)

in de verte scherp te zien.

17.

In het midden van het oog zie je een zwarte vlek, welk deel van het oog is dit?

a)

Lens

b)

Hoornvlies

c)

Pupil

d)

Vaatvlies

18.

Waardoor zien we op de blinde vlek niets?

a)

Omdat die plek blind is.

b)

Omdat daar geen zintuigcellen zitten

19.

Benoem de nummers 1,2 en 10

a)

1=vaatvlies, 2=netvlies, 10=hoornvlies

b)

1=hoornvlies, 2=vaatvlies, 10=netvlies

c)

1=netvlies, 2=vaatvlies, 10=hoornvlies

d)

1= vaatvlies, 2=hoornvlies. 10=netvlies

20.

Welk nummer op de afbeelding zorgt er voor dat impulsen vanuit het oog naar de hersenen worden geleidt.

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3