NEW
Font size
Worksheetserfelijkheid BS 1 en 2
Total questions: 16
Worksheet time: 16mins
Onderdelen in een organisme zijn: celkern, DNA, chromosoom, gen en cel. Zet deze organismen in de goede volgorde, het kleinste eerst, het grootste als laatste.
DNA - Gen - Cel - Chromosoom - Celkern
Gen - DNA - Chromosoom - Celkern - Cel
Gen - Chromosoom - DNA - Celkern - Cel
Chromosoom - DNA - Celkern - Gen - Cel
Waar in je lichaam komen genen voor?
Niet in geslachtscellen en niet in lichaamscellen
Alleen in geslachtscellen
Alleen in lichaamscellen
In alle lichaamscellen en geslachtscellen
Waar zijn genen van gemaakt?
Ze zijn gemaakt van chromatiden
Ze zijn gemaakt van chromosomen
Ze zijn gemaakt van DNA
Waarom zijn genen belangrijk?
Genen bevatten informatie over je erfelijke eigenschappen.
Genen zorgen ervoor dat alle processen in de cel goed verlopen.
Genen bepalen hoe je eruit ziet.
Wat zit er in de celkern?
cytoplasma
water
Chromosomen
bladgroenkorrels
Een vrouw heeft
XX chromosomen
XY chromosomen
YY chromosomen
Dit plaatje is een voorbeeld van verandering in
Genotype
Fenotype
Dna
Milieu
Je genotype ontstaat bij de bevruchting van een eicel door een zaadcel
waar
niet waar
Je genotype kun je veranderen
waar
niet waar
Hoeveel chromosomen zitten er in een lichaamscel van de mens?
23
46
32
64
Hoeveel chromosoomparen zitten er in een geslachtscel van de mens?
23
46
zitten geen paren in, zijn enkel
In een eicel zit erfelijk materiaal van vader en moeder
waar
niet waar
Als je een bruin kleurtje hebt gekregen van de zon, dan is je ............veranderd.
fenotype
genotype
Waardoor ontstaat het fenotype?
genotype
invloeden uit het milieu
geen van beiden
zowel genotype als invloeden vanuit het milieu
Bij het zetten van een tattoo verander je het fenotype
waar
niet waar
