wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Afweer 13-06

Total questions: 12

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

............................. zijn herkenningspunten aan de buitenkant van een cel. Hieraan kun je een cel herkennen.

a)

Antistoffen

b)

Bacteriën

c)

Antigenen

d)

Vaccinatie

2.

Dit zijn stoffen, gemaakt door witte bloedcellen, die vast kunnen hechten aan de antigenen en zo de ziekteverwekker onschadelijk kunnen maken. Deze stoffen heten:

(a)  

3.

Elke ziekteverwekker heeft zijn eigen specifieke antigenen waar een antistof tegen wordt gemaakt.

Een antistof past dus maar op een soort antigeen.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Hier zie je een type witte bloedcel aan het werk. Welk type is dit?

a)

Geheugencel

b)

Witte bloedcel die antistoffen maakt

c)

Vreetcel

d)

Bloedplaatje

5.

Als er antistoffen zijn gemaakt, onthouden deze cellen de antistoffen, zodat als de ziekteverwekker nog eens binnendringt, deze meteen kan worden vernietigd.

a)

Geheugencel

b)

Rode bloedcel

c)

Vreetcel

d)

Bloedplaatje

6.

Door de geheugencellen word je niet meer ziek als je de ziekteverwekker nog eens binnen krijgt. Je lichaam heeft al antistoffen, doordat je ziek bent geweest. Je noemt dat ook wel dat je (a)   bent tegen de ziekte.

7.

Wat wordt er bij een inenting in je lichaam gespoten?

a)

Een sterke versie van de ziekteverwekker

b)

Een antistof tegen de ziekteverwekker

c)

Antigenen tegen de ziekteverwekker

d)

Een verzwakte versie van de ziekteverwekker

8.

Na een inenting(vaccin) gaat je lichaam....

a)

Antigenen maken

b)

Antistoffen maken

c)

Vreetcellen maken

9.

Als je na een inenting (vaccin) een keer het 'echte' virus binnenkrijgt, kan jouw immuunsysteem de ziekte herkennen en snel tegen het virus vechten. Daardoor word je niet/nauwelijks ziek als je het virus binnenkrijgt. Je bent immuun tegen de ziekte.

Welke cel is hiervoor verantwoordelijk?

a)

Geheugencel

b)

Rode bloedcel

c)

Vreetcel

d)

Bloedplaatje

10.

Natuurlijk immuniteit is...

a)

wanneer je natuurlijke antistoffen ingespoten krijgt

b)

wanneer je kunstmatige antistoffen ingespoten krijgt

c)

wanneer je zelf natuurlijke antistoffen maakt

d)

wanneer je zelf kunstmatige antistoffen maakt

11.

Kunstmatige immuniteit is...

a)

...als je een vaccin toegediend krijgt

b)

...als je witte bloedcellen ingespoten krijgt

c)

...als jouw lichaam zelf antistoffen aanmaakt na een vaccinatie

d)

... als jouw lichaam zelf antigenen aanmaakt na een vaccinatie

12.

Door een vaccin word je net zo ziek als door de echte ziekte

a)

Waar, je lichaam reageert hetzelfde als op de echte ziekte

b)

Niet waar, je wordt minder ziek