wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

genderkoek

Total questions: 16

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Ik weet wat de LHBTIQ+ Community is.

a)

Ja

b)

Nee

c)

Wel eens van gehoord

2.

Wat is een transgender?

a)

Iemand die zich alleen voelt.

b)

Iemand die in het verkeerde lichaam is geboren en dus van geslacht verandert.

c)

Iemand die op hetzelfde geslacht verliefd kan worden.

3.

Wat vind jij van mensen die homoseksueel zijn?

4 lines
4.

wanneer is iemand intersekse?

a)

Als iemand geboren wordt met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken.

b)

Als iemand het gevoel heeft in het verkeerde lichaam te zitten en dit wilt veranderen.

5.

wanneer noemt men iemand panseksueel

a)

als iemand verliefd wordt op pannen.

b)

als iemand verliefd wordt op alles. Dus bijvoorbeeld op planten, dieren en voorwerpen.

c)

als iemand die verliefd wordt op zowel mannen, vrouwen, interseksen en transseksuelen.

6.

Wat is volgens jou een genderkind

a)

Een kind dat zich graag verkleed.

b)

Een jongen dat op ballet zit en lang haar heeft

c)

Een kind dat zich niet gedraagt naar het geslacht waar het mee is geboren.

d)

Een meisje dat op voetbal zit en kort haar heeft.

7.

wanneer is iemand a-seksueel?

a)

Als iemand geen seks heeft.

b)

Als iemand zich niet seksueel voelt aangetrokken tot mannen/vrouwen/interseksen

c)

Als iemand die constant seks wilt hebben

d)

Als iemand zich voelt aangetrokken tot mannen of vrouwen

8.

Iemand voelt zich aangetrokken tot mensen van hetzelfde geslacht. Wat is de seksuele oriëntatie van deze persoon

a)

homoseksueel

b)

heteroseksueel

c)

bi- seksueel

d)

panseksueel

9.

Iemand voelt zich aangetrokken tot mensen van het andere geslacht. Wat is de seksuele oriëntatie van deze persoon?

a)

homoseksueel

b)

heteroseksueel

c)

bi- seksueel

d)

panseksueel

10.

Iemand voelt zich aangetrokken tot mannen en tot vrouwen. Wat is de seksuele oriëntatie van deze persoon

a)

homoseksueel

b)

heteroseksueel

c)

bi- seksueel

d)

panseksueel

11.

Iemand voelt zich aangetrokken tot allerlei verschillende personen van verschillend geslacht. Wat is de seksuele oriëntatie van deze persoon?

a)

homoseksueel

b)

bi-seksueel

c)

panseksueel

d)

a-seksueel

12.

Iemand voelt zich niet seksueel aangetrokken tot andere mensen Wat is de seksuele oriëntatie van deze persoon

a)

biseksueel

b)

a seksueel

c)

panseksueel

d)

heteroseksueel

13.

Een kind is als jongen geboren, maar voelt zich een meisje. Wat is de genderidentiteit van dit kind?

a)

jongen

b)

meisje

c)

transgender

d)

intersekse

14.

bij de geboorte van een kind kunnen artsen niet duidelijk zien of het er een jongen of meisje is geboren. Het kind is intersekse. Wat vind jij dat de ouders en artsen moeten doen.

a)

Het kind opereren naar een meisje of jongen, en daarna hopen dat het kind zich ook prettig voelt bij dat geslacht

b)

Het kind opvoeden en kleden als jongen.

c)

Het kind opvoeden en kleden als meisje.

d)

Wachten totdat het kind zelf laat zien of het zich een jongen of meisje voelt. Een geslachtsoperatie kan altijd nog.

15.

Jack is 12 en voelt zich een jongen. Jack is geboren als meisje. Waar zou Jack zich moeten omkleden tijdens de gymles?

a)

in de meisjeskleedkamer!

b)

in de jongenskleedkamer!

c)

laat Jack zelf kiezen!

16.

wat zijn puberteit remmers?

a)

hormonen die de groeispurt remmen.

b)

hormonen die de ontwikkeling van de secundaire geslachtsorganen remmen.

c)

hormonen die ervoor zorgen dat je nooit volwassen wordt.