wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geschiedenis 1AB H5

Total questions: 41

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Geleerden uit Constantinopel hadden veel kennis van de oudheid

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

In Venetië en Florence werden mooie kunstwerken gemaakt.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

In Italië bevonden zich veel resten van het Romeinse Rijk.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Turken hadden een grote interesse voor de oudheid.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

De Portugezen gingen in de 15e eeuw zelf specerijen uit Azië halen. Wat waren hier belangrijke voorwaarden voor?

a)

De Arabieren hadden het alleenrecht op de handel in specerijen verloren.

b)

Door conflicten met de Arabieren hadden de Portugezen geen andere keuze.

c)

Schepen en zeiltechnieken waren verbeterd.

d)

Schepen waren inmiddels gemotoriseerd, waardoor de reis naar Azië korter was.

e)

Uitvindingen, zoals het kompas, maakten de reis naar Azië gemakkelijker.

6.

Waarom was de komst van de Europese ontdekkingsreizigers niet positief voor de inwoners van Amerika, Azië en Afrika.

a)

De inwoners moesten de gebruiken overnemen van de aangekomen reizigers

b)

Ze dwongen met geweld lage prijzen af voor producten.

c)

Ze brachten dodelijke ziektes mee.

d)

Ze brachten nieuwe handelswaar mee.

7.

Mensen als Luther en Calvijn wilden een hervorming van de kerk. Wat voor kritiek hadden zij op de kerk. 2 antwoorden goed.

a)

De mensen werden afgeleid door de mooi aangeklede kerk.

b)

De kerk kreeg veel geld terwijl de meeste mensen arm bleven.

c)

De kerk hielp mensen wie het niet verdienden.

d)

De kerk nam geld aan in ruil voor belangrijke banen in de kerk.

8.

Wat past bij Katholieken?

a)

Alleen de Bjibel legt uit wat God bedoelt.

b)

Alleen dienaren van de kerk lezen in de bijbel.

c)

De bijbel moet ook in andere talen dan Latijn te lezen zijn.

d)

Het pausschap staat niet in de bijbel en moet dus afgeschaft worden.

9.

Wat past bij Protestanten?

a)

Alleen de Bjibel legt uit wat God bedoelt.

b)

Alleen dienaren van de kerk lezen in de bijbel.

c)

De bijbel moet ook in andere talen dan Latijn te lezen zijn.

d)

Het pausschap staat niet in de bijbel en moet dus afgeschaft worden.

10.

Rond 1200 was de oplossing van critici van de kerk om...

a)

kloosterorden (Franciscanen, dominicanen) te stichten, waarbij ze in armoede gingen leven.

b)

de kerk te hervormen en te proberen de mensen weer volgens de woorden in de Bijbel te laten leven.

11.

Rond 1520 was de oplossing van critici van de kerk om...

a)

kloosterorden (Franciscanen, dominicanen) te stichten, waarbij ze in armoede gingen leven.

b)

de kerk te hervormen en te proberen de mensen weer volgens de woorden in de Bijbel te laten leven.

12.

Wat is waar over de zeventien Nederlanden in 1550?

a)

De zeventien Nederlanden hadden gelijke wetten en rechten.

b)

De zeventien Nederlanden werden centraal bestuurd.

c)

Een landvoogd bestuurde de zeventien Nederlanden.

d)

Willem van Oranje bestuurde de zeventien Nederlanden.

13.

Welke gebeurtenis past bij het einde van de opstand tegen Spanje?

a)

De noordelijke gewesten besluiten dat Filips hun koning niet meer is.

b)

De Republiek der Zeven Nederlanden wordt uitgeroepen.

c)

Spanje en de Republiek tekenen de vrede.

d)

Willem van Oranje wordt vermoord.

14.

Welke manier van besturen past bij de Republiek der Zeven Nederlanden?

a)

De koning beslist over het bestuur met behulp van ministers.

b)

De president van de Republiek beslist met zijn regering over het bestuur.

c)

Vertegenwoordigers van Gewesten beslissen samen in de Staten - Generaal

d)

De koning legt verantwoording af aan de Staten-Generaal

15.

Is het een feit of een mening: De watergeuzen veroverden Den Briel in 1572

a)

Feit

b)

Mening

16.

Is het een feit of een mening: Filips II was koning over de zeventien gewesten van de Nederlanden.

a)

Feit

b)

Mening

17.

Is het een feit of een mening: Het was dom van Filips II om de protestanten in de Nederlanden zo streng te vervolgen.

a)

Feit

b)

Mening

18.

Is het een feit of een mening: Mensen werden gelukkiger door de bekering naar het protestantse geloof.

a)

Feit

b)

Mening

19.

Waar hoort het bij: Langere tijd in het nieuw ontdekte land wonen.

a)

handelspost

b)

kolonie

20.

Waar hoort het bij: plantages stichten

a)

handelspost

b)

kolonie

21.

Waar hoort het bij: forten en havens bouwen aan de kust

a)

handelspost

b)

kolonie

22.

Waar hoort het bij: het ontdekte land veroveren

a)

handelspost

b)

kolonie

23.

Waar hoort het bij: het ontdekte land besturen

a)

handelspost

b)

kolonie

24.

Waar hoort het bij: geen pakhuizen of woningen in het binnenland.

a)

handelspost

b)

kolonie

25.

Wat was het belangrijkste doel van de ontdekkingsreizen?

a)

Mensen tot slaaf maken

b)

Nieuwe gebieden ontdekken

c)

Het eigen land uitbreiden, koloniseren.

d)

Geld verdienen door handel.

26.

Welke regels horen bij Katholieken?

a)

Zelf de bijbel lezen

b)

Alleen priesters mogen de Bijbel lezen

c)

Een plekje in de hemel kun je krijgen door echt te geloven en te bidden

d)

een plekje in de hemel kon je krijgen door een brief (aflaat) te kopen.

e)

Contact met god kan alleen via een priester.

27.

Welke regels horen bij Protestanten?

a)

Zelf de bijbel lezen

b)

Alleen priesters mogen de Bijbel lezen

c)

Een plekje in de hemel kun je krijgen door echt te geloven en te bidden

d)

een plekje in de hemel kon je krijgen door een brief (aflaat) te kopen.

e)

Eenvoudige kerken zonder beelden

28.

Welke 2 zinnen horen bij een centraal bestuur?

a)

Wetten die in het hele land gelden

b)

De adel wordt belangrijker in het bestuur

c)

De koning krijgt meer macht

29.

Om welke reden was Filip II ontevreden met het bestuur in de Nederlanden?

a)

Hij moest de gewesten steeds om toestemming vragen

b)

Hij vond dat de stadhouders meer macht moesten krijgen

c)

Hij vond dat de gewesten meer macht moesten krijgen

d)

Hij wilde zijn macht niet afstaan aan een landvoogd.

30.

Wat voor soort verandering wilde Filips de II? (van het gewesten bestuur naar een centraal bestuur.)

a)

Politieke

b)

Economische

c)

Religieuze

31.

Wat waren de 2 voordelen van centraal bestuur voor Filips II?

a)

Hij hoefde niet meer elk gewest om toestemming te vragen, als hij belasting wilde innen.

b)

De adel in de Nederlanden zou meer macht krijgen.

c)

De stadhouders waren dan niet meer nodig.

d)

Het bestuur zou makkelijker worden en de koning kreeg meer macht.

32.

Waarom waren veel mensen in de Nederlanden ontevreden over het bestuur van Filips II?

a)

Ze wilden geen centraal bestuur

b)

De koning vroeg steeds om meer belastingen

c)

De koning vond het protestantse geloof helemaal niks

d)

Filips II was Protestants en het grootste gedeelte van de bevolking was Katholiek

33.

Dit gebeurt voor de belangrijke gebeurtenis, maar is geen reden waarom het gebeurd is.

a)

aanleiding

b)

oorzaak

c)

gevolg

34.

Dit gebeurt voor de belangrijke gebeurtenis en is ook één van de redenen waarom dat is gebeurd.

a)

aanleiding

b)

oorzaak

c)

gevolg

35.

Dit gebeurt er omdat de belangrijke gebeurtenis heeft plaats gevonden.

a)

aanleiding

b)

oorzaak

c)

gevolg

36.

Gaat het om een aanleiding, oorzaak of gevolg van de Beeldenstorm: Protestanten vluchtten naar het buitenland.

a)

Aanleiding

b)

Oorzaak

c)

Gevolg

37.

Gaat het om een aanleiding, oorzaak of gevolg van de Beeldenstorm: Alva werd bestuurder in de Nederlanden.

a)

Aanleiding

b)

Oorzaak

c)

Gevolg

38.

Gaat het om een aanleiding, oorzaak of gevolg van de Beeldenstorm: Filips II wilde de Nederlanden centraal besturen.

a)

Aanleiding

b)

Oorzaak

c)

Gevolg

39.

Gaat het om een aanleiding, oorzaak of gevolg van de Beeldenstorm: Filips II wilde belastingen heffen

a)

Aanleiding

b)

Oorzaak

c)

Gevolg

40.

Gaat het om een aanleiding, oorzaak of gevolg van de Beeldenstorm: Filips II gaf de protestanten geen godsdienstvrijheid

a)

Aanleiding

b)

Oorzaak

c)

Gevolg

41.

Gaat het om een aanleiding, oorzaak of gevolg van de Beeldenstorm: Preek over heiligbeelden in de kerk.

a)

Aanleiding

b)

Oorzaak

c)

Gevolg