wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Verlichting en Revolutie

Total questions: 17

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welke omschrijving van het absolutisme is juist?

a)

Manier van regeren waarbij de president alle macht van God heeft gekregen en daardoor het alleenrecht heeft

b)

Manier van regeren waarbij de ministers niets tegen de vorst kunnen inbrengen, omdat zo moet van de kerk

c)

Manier van regeren waarbij de vorst alle macht in handen heeft omdat God hem al die macht gegeven zou hebben

d)

Manier van regeren waarbij het parlement alle macht heeft en de koning niets te zeggen heeft

2.

Waar waren de inwoners van Frankrijk vooral ontevreden over tijdens de regeerperiodes van Lodewijk XIV, XV en XVI?

a)

Het vele geld wat de koningen uitgaven aan hun dure hofhouding en vele oorlogen

b)

Dat de koningen teveel met andere landen bezig waren, i.p.v. Frankrijk zelf

c)

Dat de koningen alles zelf kon bepalen en geen toestemming nodig had van een parlement

d)

De koningen waren teveel bezig met hun vrouwen, die allemaal dure kleding kochten

3.

Montesquieu was de bedenker van de...

a)

Natuurwetten

b)

Staten-Generaal

c)

Trias politica

d)

Verlichting

4.

Wat is de juiste omschrijving van het begrip Verlichting?

a)

Denkstroming in de 18e eeuw die het gebruiken van het eigen verstand centraal stelde. Hierdoor kon een betere samenleving worden gemaakt.

b)

Denkstroming in de 19e eeuw die het gebruiken van van het eigen verstand centraal stelde. Hierdoor kon een betere samenleving worden gemaakt.

c)

Een nieuwe uitvinding in de 18e eeuw waarbij mensen niet meer kaarsen als verlichting hoefden te gebruiken, maar nu lampen konden gebruiken.

d)

Denkstroming waarbij mensen op een bepaalde manier gingen denken dat ze zich erg verlicht voelden.

5.

Uit welke drie machten bestaat de Trias Politica?

a)

Uitvoerlijke macht, wettelijke macht en de rechterlijke macht

b)

Wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtgevende macht

c)

Wetgevende macht, beslissings- macht en rechtsprekende macht

d)

de hoogste macht, wetgevende macht en rechtelijke macht

6.

Volgens welke verlichtingsdenken mocht het volk de koning afzetten als die niet rekening hield met de belangen van het volk

a)

John Locke

b)

Montesquieu

c)

Rousseau

d)

Voltaire

7.

Welk verschijnsel in de 18e eeuw in Frankrijk past bij deze afbeelding?

a)

De verlichting

b)

Ancien Régime

c)

Standenmaatschappij

d)

Franse Revolutie

8.

Wat is de juiste volgorde van de standen in de standenmaatschappij in Frankrijk in de 18e eeuw?

a)

1e stand adel, 2e stand geestelijkheid, 3e stand de burgers

b)

1e stand geestelijkheid, 2e stand adel, 3e stand boeren

c)

1e stand de burgers, 2e stand adel, 3e stand geestelijkheid

d)

1e stand geestelijkheid, 2e stand adel, 3e stand de burgers

9.

Welke privileges hadden de 1e en 2e stand?

a)

Zij hoefden geen belasting te betalen en alleen mensen uit de 2e stand konden hoge functies in het leger krijgen

b)

Zij hoefden niet mee te regeren in het bestuur

c)

Zij hoefden geen belasting te betalen

d)

Zij konden meebeslissen met de koning en dat mocht de 3e stand niet

10.

Welke Franse koning zie je op deze afbeelding?

a)

Lodewijk XIV

b)

Lodewijk XV

c)

Lodewijk XVI

d)

Frederick van Pruisen

11.

Waarom was het Franse volk ontevreden eind 18e eeuw? Er zijn drie antwoorden juist.

a)

Er was hongersnood door een vele mislukte oogsten

b)

De schatkist was leeg, Frankrijk was failliet

c)

Het volk wilde een grondwet

d)

Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antionette gaven veel geld uit en hadden een uitbundig luxe leven

12.

Verloop Franse revolutie: Welke van de onderstaande beschrijving is in de juiste volgorde vermeldt?

a)

Bijeenkomst Staten-Generaal --> mislukt --> 3e stand roept nationale vergadering uit --> beginnen met schrijven grondwet --> koning omsingeld Parijs met zijn leger --> 1789 bestorming van de Bastille --> overal in Frankrijk breken opstanden uit --> afschaffing standenmaatschappij --> verklaring van de rechten van de mens en burger --> 1791 grondwet af

b)

Bijeenkomst Staten-Generaal --> mislukt --> 1789 bestorming van de Bastille --> overal in Frankrijk breken opstanden uit --> de koning omsingeld Parijs met zijn leger --> Lodewijk XVI wordt onthoofd --> afschaffing standenmaatschappij --> 3e stand roept de nationale vergadering uit --> 1791 grondwet af

c)

Overal in Frankrijk breken opstanden uit --> de koning omsingeld Parijs --> bijeenkomst Staten-Generaal --> mislukt --> 3e stand roept nationale vergadering uit --> beginnen met schrijven grondwet --> verklaring van de rechten van de mens en burger --> afschaffing standenmaatschappij --> 1791 grondwet af

13.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

14.

Wie zie je op deze afbeelding?

a)

Napoleon Bonaparte

b)

Lodewijk XVI

c)

Lodewijk XIV

d)

John Locke

15.

Welk van de volgende vernieuwingen heeft Napoleon ingevoerd?

a)

Rechts rijden

b)

Achternamen en huisnummers invoeren

c)

Met de euro betalen

d)

Een wetboek voor iedereen

e)

De pond, inch en yard ingevoerd

16.

Napoleon voerde het continentaal stelsel in om...

a)

Engeland te verzwakken om ze daarna te kunnen verslaan

b)

Rusland te verzwakken om ze daarne te kunnen verslaan

c)

Zodat overal dezelfde wetten, regels en straffen golden

d)

Zodat in het hele land dezelfde maatvoering was en dat was handig

17.

Napoleon werd definitief verslagen bij...

a)

De slag bij Waterloo

b)

De slag bij Leipzig

c)

De slag bij Austerlitz

d)

De slag bij Heiligerlee