wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 havo Woordenschat H3 en 4

Total questions: 45

Worksheet time: 2hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

aan de hand van

a)

met

b)

over

c)

door

d)

na

2.

(het) district

a)

klusje

b)

werkgebied

c)

geldkist van de vereniging

d)

beeldmerk

3.

(de) etymologie

a)

activiteiten tot herstel

b)

gaat terug op; is ontleend aan

c)

oorsprong en geschiedenis van woorden

d)

in die tijd, toen

4.

gespekt

a)

voorzien van geld

b)

gestopt

c)

geleid

d)

was bestemd voor

5.

Vul aan:

met betrekking (...)

a)

tot

b)

van

c)

door

d)

na

6.

ontleend aan

a)

ingezet

b)

gestopt

c)

aangeboden, uitgereikt

d)

overgenomen van

7.

reputatie

a)

naam

b)

slogan, leus

c)

had succes

d)

werkgebied

8.

uit hoofde van

a)

door, wegens

b)

over, voor

c)

was bestemd voor

d)

gaat terug op; is ontleend aan

9.

ten gevolge van

a)

door

b)

vanwege

c)

na

d)

met

10.

Geld stinkt niet

a)

Alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.

b)

Heel rijk zijn

c)

Voor dat geld is hard gewerkt.

d)

De prijs van het product zegt vaak iets over de kwaliteit.

11.

Hij is erg rijk. Welk(e) spreekwoord/uitdrukking hoort niet bij deze betekenis?

a)

hij bulkt van het geld

b)

hij verdient geld als water

c)

hij zwemt in het geld

d)

geen rooie cent hebben

12.

Geld dat stom is, maakt recht wat krom is.

a)

Met geld kun je strafbare handelingen verdoezelen.

b)

Er is meer in het leven dan rijkdom.

c)

Alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.

d)

Voor iemand met geld is alles mogelijk.

13.

Voor geld gaan alle deuren open.

a)

gemakkelijk geld uitgeven

b)

voor iemand met geld is alles mogelijk

c)

alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan

d)

met geld kun je strafbare handelingen verdoezelen

14.

goed in de slappe was zitten

a)

heel rijk zijn

b)

failliet zijn

c)

blut zijn

d)

gemakkelijk geld uitgeven

15.

eieren voor je geld kiezen

a)

geen geld hebben om uit te geven

b)

met minder genoegen nemen dan je eigenlijk wilde

c)

als je tijd verprutst, verspil je ook geld

d)

geld in een hopeloze zaak steken

16.

decoraties

a)

versieringen

b)

kleine spijkertjes

c)

benodigdheden

d)

mode

17.

comfortabel

a)

officieel; deftig

b)

goed past

c)

verschil

d)

prettig

18.

formeel

a)

officieel; deftig

b)

mogelijke

c)

prettig

d)

iets wat voordeel oplevert

19.

logo

a)

figuur

b)

versiering

c)

slogan, leus

d)

beeldmerk

20.

monopolie

a)

mode

b)

alleenrecht; wettelijke bevoegdheid om als enige te handelen

c)

officieel, deftig

d)

voorzien van geld

21.

klinknageltjes

a)

versieringen

b)

kleine spijkertjes

c)

klusjes

d)

modern denkende mensen

22.

patent

a)

monopolie (alleenrecht) op de productie van iets

b)

alleenrecht; wettelijke bevoegdheid om als enige te handelen

23.

potentiële

a)

officieel; deftig

b)

had succes

c)

mogelijke

d)

prettig

24.

trend

a)

mode

b)

modern denkende mensen

c)

iets wat voordeel oplevert

d)

slogan; leus

25.

bezoek en vis blijven drie dagen fris

a)

een gast moet niet te lang blijven

b)

alleen mooie kleren maken een mens niet mooi

c)

als je te snel werkt, maak je fouten

d)

een gemengd huwelijk gaat bijna nooit goed

26.

boe noch bah

a)

tot allerlei kleuren

b)

heel erg

c)

veilig en wel

d)

helemaal niets, geen enkel woord

27.

Al draagt een ... een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding

a)

kat

b)

aap

c)

slang

d)

gorilla

28.

paal en perk

a)

grenzen

b)

advies en hulp

c)

veilig en wel

d)

meteen, onmiddellijk

29.

de tering naar de nering zetten

a)

je uitgaven aanpassen aan je inkomsten

b)

met grote tegenzin

c)

geen geld hebben om uit te geven

d)

alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan

30.

door weer en wind gaan

a)

door moeilijkheden gaan

b)

door slecht weer gaan

c)

door veel tegenslagen

d)

met grote tegenzin

31.

wijd en zijd

a)

helemaal, geheel en al

b)

volledig

c)

iedereen

d)

overal

32.

kind noch (...)

a)

papegaai

b)

kraai

c)

raaf

d)

steg

33.

willens en wetens

a)

de voors en tegens onderzoeken

b)

opzettelijk en bewust

c)

zonder schaamte

d)

veilig en wel

34.

was de kogel door de kerk

a)

langdurig en met veel lawaai

b)

zonder proberen kom je niet vooruit

c)

namen ze een beslissing

d)

goede daden worden altijd beloond

35.

hoteldebotel

a)

onbelangrijke dingen

b)

heel erg

c)

dol, stapelgek

d)

opzettelijk en bewust

36.

zonder blikken of (...)

a)

gloeien

b)

knikken

c)

kleuren

d)

blozen

37.

het reilen en zeilen

a)

alles wat gebeurt

b)

helemaal, geheel en al

c)

met alle opvarenden

d)

uitvoerig met alle bijzonderheden

38.

Al is de (...) nog zo snel, de (...) achterhaalt ze wel.

a)

leugen - waarheid

b)

ruzie - vriendschap

c)

leugen - eerlijkheid

d)

list - waarheid

39.

dubbel en dwars

a)

ruim

b)

tot allerlei kleuren

c)

met (veel) bagage

d)

helemaal, geheel en al

40.

in kannen en (...)

a)

pannen

b)

kruiken

c)

struiken

d)

potten

41.

bont en (...)

a)

paars

b)

blauw

c)

groen

d)

bruin

42.

kwam ten goede aan

a)

was bestemd voor

b)

zetten de eerste stap

c)

aangeboden, uitgereikt

d)

voorzien van geld

43.

slagzin

a)

slogan, leus

b)

naam

c)

beeldmerk

d)

klusje

44.

handel en wandel

a)

de leuke en minder leuke dingen

b)

de voors en tegens onderzoeken

c)

activiteiten tot herstel

d)

achtergronden, handelingen en gedrag

45.

op stel en (...)

a)

spel

b)

snel

c)

sprong

d)

steg