NEW
Font size
WorksheetsVoorzetsel
Total questions: 14
Worksheet time: 7mins
Geef aan wat de voorzetsels zijn. Verlangen jullie ook zo naar het weekend?
ook
zo
naar
Geef aan wat de voorzetsels zijn. Tijdens zijn eerste bezoek schaamde Johan zich voor zijn kleding.
tijdens
voor
tijdens & voor
Geef aan wat de voorzetsels zijn. Die man kijkt je tijdens het praten nooit aan.
tijdens
aan
tijdens & aan
Geef aan wat de voorzetsels zijn. Waarom knap jij dat klusje in het weekend niet op?
in
in & op
op
Geef aan wat de voorzetsels zijn. Heb je een verklaring voor je gedrag in de klas?
voor
voor & in
in
Geef aan wat de voorzetsels zijn. De bakker op de hoek verkoopt broodjes met beleg.
op
op & met
met
Geef aan wat de voorzetsels zijn. Met de trein uit Zutphen kom je om drie uur aan.
uit & aan
om & aan
uit & om
Geef aan wat de voorzetsels zijn. Doe jij morgen mee met die sponsorloop?
mee
mee & met
met
Geef aan wat de voorzetsels zijn. De spits van Ajax lag er gisteren weer uit.
van
van & uit
uit
Geef aan wat de voorzetsels zijn. Die verdediger van het andere team was al eerder uit de wedstrijd gehaald.
van
van & uit
uit
Voorzetsel of bijwoord? Op het circusterrein zitten leeuwen in veel te kleine kooitjes.
bijwoord
voorzetsel
Voorzetsel of bijwoord? Wil je die rommel alsjeblieft niet naast de prullenbak gooien?
bijwoord
voorzetsel
Voorzetsel of bijwoord? Vanmiddag ga ik eindelijk naar de kapper!
bijwoord
voorzetsel
Voorzetsel of bijwoord? Zo kan ik echt niet langer met je werken!
bijwoord
voorzetsel
