WorksheetsWerkwoorden fase 1
Total questions: 15
Worksheet time: 13mins
Name
Class
Date
1.
(a) (hebben) je broertjes of zusjes?
2.
Ik (a) (wonen) in Nederland.
3.
Ik (a) (vinden) wiskunde makkelijk.
4.
Nederlands (a) (zijn) heel leuk.
5.
Hoe (a) (gaan) het met u?
6.
Ik (a) (gaan) op de fiets naar school.
7.
Het (a) (zijn) twee uur 's middags.
8.
Ik (a) (zitten) in groep 7.
9.
's Middags (a) (doen) ik mijn huiswerk.
10.
Ik (a) (hebben) geen huisdier.
11.
De man en de vrouw ..................... (luisteren) naar muziek van de Rolling Stones.
a)
luisteren
b)
luister
c)
luisterenen
d)
luistert
12.
............ (eten) de hond een bot?
a)
Eet
b)
Eten
c)
Eett
d)
Etent
13.
................... (spreken) jij Nederlands?
a)
Spreken
b)
Spreekt
c)
Spreek
d)
Sprek
14.
............... (praten) de jongen met het meisje?
a)
Praat
b)
Praten
c)
Praatt
d)
Prat
15.
(a) (beloven) jij dat je jouw huiswerk vanavond doet?
100 %
