wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

herhaling zinsleer

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welk zinsdeel is het lijdend voorwerp?

Elke zondag zijn de spelersvrouwen een koffie aan het drinken.

a)

elke zondag

b)

de spelersvrouwen

c)

een koffie

d)

aan het drinken

2.

Welk zinsdeel is de niet-werkwoordelijke uitdrukking?

Carmen is niet op haar mondje gevallen.

a)

Carmen

b)

is

c)

niet

d)

op haar mondje.

3.

Welk zinsdeel is het lijdend voorwerp?

Xavier schijnt een beroepsmilitair te zijn.

a)

Xavier

b)

een beroepsmilitair

c)

schijnt

d)

Er is geen lijdend voorwerp.

4.

Welk zinsdeel is het naamwoordelijk deel?

Mark zal altijd het kieken van de ploeg blijven.

a)

Mark

b)

Er is geen naamwoordelijk deel.

c)

het kieken

d)

het kieken van de ploeg

5.

Welk zinsdeel is het lijdend voorwerp?

De voetballers stampen regelmatig de ruiten van de garage van DDT in.

a)

de voetballers

b)

regelmatig

c)

de ruiten van de garage

d)

de ruiten van de garage van DDT

6.

Welk zinsdeel is 'vaak'?

Vaak verenigen de Kampioenen zich tegen DDT als hij pesterijen uithaalt.

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

bepaling

7.

Welk zinsdeel is 'een schooldirectrice'?

De mama van DDT is vroeger een schooldirectrice geweest.

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

naamwoordelijk deel

8.

Welk zinsdeel is 'anderen'?

Anderen kunnen nog steeds lachen om de grapjes van deze ploeg.

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

bepaling

d)

meewerkend voorwerp

9.

Welk zinsdeel is ' vader'?

Voor zijn verjaardag gaf ik vader een radio cadeau.

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

meewerkend voorwerp

d)

bepaling

10.

Welk zinsdeel is 'in 1492'?

Columbus ontdekte Amerika in 1492.

a)

onderwerp

b)

infinitief

c)

bepaling

d)

naamwoordelijk deel

11.

Welk zinsdeel is het lijdend voorwerp?

Gisteren heeft hij alles aan de directeur verklikt.

a)

gisteren

b)

alles

c)

aan de directeur

d)

hij

12.

Welk zinsdeel is een meewerkend voorwerp?

Mieke zond mij een boek over leeuwen.

a)

Mieke

b)

mij

c)

een boek

d)

over leeuwen

13.

Welk zinsdeel is ' omdat ze niet akkoord waren met de eisen van de directie'?

Vlak voor de fabriek hielden de demonstranten een protestmars omdat ze niet akkoord waren met de eisen van de directie.

a)

bepaling

b)

onderwerp

c)

naamwoordelijk deel

d)

lijdend voorwerp

14.

Welk zinsdeel is 'een echte snob'?

Met die nieuwe jas die je in Parijs hebt gekocht, lijk je een echte snob.

a)

bepaling

b)

onderwerp

c)

naamwoordelijk deel

d)

lijdend voorwerp

15.

Welk zinsdeel is het lijdend voorwerp?

Jonas leerde Frans toen hij drie jaar oud was.

a)

Jonas

b)

Frans

c)

drie jaar

d)

leerde

16.

Welk zinsdeel is het meewerkend voorwerp?

Toen hij spijt had, heeft hij alles aan de directeur verklikt.

a)

toen hij spijt had

b)

hij

c)

alles

d)

aan de directeur

17.

Welke zinsdelen zijn bepalingen?

Met Billie zou ik tot het einde van mijn leven ruzie hebben.

a)

Met Billie

+

ruzie

b)

met Billie

+

tot het einde van mijn leven

c)

ruzie

+

ik

d)

tot het einde van mijn leven

+

ik

18.

Welk zinsdeel is een bepaling?

Vanuit het vakantiedorp stuurde Erik kaartjes naar iedereen die thuis was achtergebleven om voor de dieren te zorgen.

a)

iedereen

b)

naar iedereen die thuis was

c)

naar iedereen die thuis was achtergebleven

d)

naar iedereen die thuis was om voor de dieren te zorgen

19.

Welk zinsdeel is het voltooid deelwoord?

Wie goed gestudeerd heeft voor deze toets, is een echte krak in zinsleer geworden.

a)

gestudeerd

b)

heeft

c)

is

d)

geworden

20.

Welk zinsdeel is 'vandaag'?

Hieperdepiep hoera, ik ben vandaag jarig.

a)

onderwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

bepaling

d)

naamwoordelijk deel