wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Schooltaalwoorden

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Hij ............................. de films volgens genre.

a)

categoriseerde

b)

proportioneerde

2.

De leerkracht ..................... over het onderwerp.

a)

weidde uit

b)

bemiddelde

3.

Door een .................... probleem in het bedrijf werd de bestelling niet op tijd geleverd.

a)

relatief

b)

intern

4.

Het ................... stripalbum werd voor 2000 euro geveild.

a)

absolute

b)

authentieke

5.

De chauffeur reageerde .............. op het wangedrag van de passagier.

a)

adequaat

b)

zorgvuldig

6.

Ik wil mijn kabels ......., zodat er geen discussie kan ontstaan van wie een bepaalde kabel is.

a)

labelen

b)

ordenen

7.

Een perfect ....... voor paneermeel is een fijngestampte beschuit.

a)

alternatief

b)

middel

8.

Ik heb de ............ morgen weer naar huis te gaan.

a)

intentie

b)

intensiteit

9.

Jij bent ............. groot genoeg om je eigen verantwoordelijkheid te dragen.

a)

tenslotte

b)

ten slotte

10.

Om uitstel voor je toets te krijgen, moet je je ........... tot de directie.

a)

wentelen

b)

wenden

11.

Voor de bespreking van het boek .......... ze zich op een internetartikel.

a)

baseerde

b)

introduceerde

12.

Voor een .............. beschrijving van het recept kijk je beter in het kookboek.

a)

gedetailleerde

b)

geprofileerde

13.

De kleur groen staat ................ voor jaloezie.

a)

paraat

b)

symbool

14.

Als je haar in .............. bekijkt, lijkt ze erg op haar broer.

a)

profiel

b)

parallel

15.

De groep was zeer ........., waardoor het moeilijk was iets te doen wat iedereen leuk vond.

a)

verscheiden

b)

genuanceerd

16.

Die wiskundige .......... was heel moeilijk om te onthouden.

a)

wending

b)

formule

17.

De man werd veroordeeld voor ................ dronkenschap.

a)

openbare

b)

lokale

18.

Welke keuze je ook maakt, je moet je steeds kunnen ............... .

a)

veroorzaken

b)

verantwoorden

19.

Het .................. om het uniform af te schaffen, werd goedgekeurd.

a)

verschijnsel

b)

voorstel

20.

De .................. van het bedrijf krijgt het hoogste loon.

a)

figurant

b)

ondernemer

21.

Een melding zal op je scherm ................ .

a)

verschijnen

b)

verzoeken