wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Dieselsystemen les 1-7

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer werkt je gloeisysteem?

a)

Bij hoge toeren.

b)

Bij lage toeren.

c)

Wanneer er veel diesel ingespoten wordt.

d)

Wanneer de motor koud is.

2.

Op een pompverstuiver staat constant een hoge brandstofdruk.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Een drukregelaar...

a)

opent bij een te hoge druk.

b)

sluit bij een te hoge druk.

c)

doet niets, het is een sensor.

d)

zit in je lagedruksysteem.

4.

Welke is niet juist? Het retourcircuit heeft als functie het afvoeren van...

a)

brandstof voor koeling en smering van de hogedrukpomp.

b)

brandstof die niet volledig verbrand is.

c)

brandstof voor het bedienen van de injectornaald.

d)

brandstof die door de hogedrukpomp te veel is verpompt.

5.

De verstuiver van een Common Rail Diesel-systeem wordt bediend door...

a)

de brandstofdruk.

b)

een elektrisch signaal.

c)

de opvoerpomp.

6.

De brandstofopvoerpomp is...

a)

mechanisch.

b)

elektrisch.

c)

mechanisch of elektrisch.

7.

Welk elektrische component zit er op de verdelerpomp (EDC)?

a)

Inspuitmomentversteller (timing)

b)

opbrengstregelaar (hoeveelheid)

c)

Rotatiesnelheid (toerental)

8.

Bij dieselklop is het cetaangetal...

a)

goed.

b)

te hoog.

c)

te laag.

d)

Heeft er niets mee te maken.

9.

Welk onderdeel is de elektrische opvoerpomp?

a)
b)
c)
d)
10.

Welk nummer geeft de inlaatklep aan?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

e)

6

11.

Deze injector is een...

a)

solenoïde-injector.

b)

piëzo-injector.

c)

spoel-injector.

12.

Vink aan wat juist is; de inspuithoeveelheid wordt bepaald door:

a)

de druk in de common rail.

b)

de openingsduur van de injector.

c)

de grote van de injector.

d)

de stand van het gaspedaal.

13.

De pompverstuiver heeft een pompgedeelte dat aangestuurd wordt door...

a)

een nokkenas.

b)

een elektrisch signaal.

c)

een drukpuls van de brandstof.

d)

een gloeibougie.

14.

Een gloeistift heeft ... aansluiting(en).

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5