wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Schuldig of onschuldig

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een dagvaarding?

a)

één dag in de cel zitten

b)

een taakstraf die maar één dag duurt

c)

oproep om voor de rechter te verschijnen

2.

Wie zijn de belangrijkste personen bij een rechtzaak?

a)

de pers, de getuigen, de verdachte, de officier van justitie en de rechter

b)

de publieke tribune, de advocaten, de verdachte, de officier van justitie en de rechter

c)

de pers, de publieke tribune, de verdachte, de officier van justitie en de rechter.

d)

de verdachte, de pers, de advocaat, de officier van justitie en de rechter

e)

de verdachte, de advocaat, de officier van justitie en de rechter

3.

Wie kunnen er in Hoger beroep gaan?

a)

de veroordeelde

b)

de advocaat

c)

de rechter

d)

de officier van justitie

e)

de getuigen

4.

Bij wie ga je in Hoger beroep?

a)

de rechter

b)

de advocaat

c)

het gerechtshof

d)

de officier van justitie

e)

de politie

5.

wat betekent in Hoger beroep gaan?

a)

de hele zaak wordt opnieuw gedaan

b)

alleen de rechter doet opnieuw een uitspraak

c)

alleen de getuige moet opnieuw vertellen wat er gebeurd is

d)

alleen de verdachte moet opnieuw vertellen wat er gebeurd is

e)

er wordt alleen gekeken of er geen fouten gemaakt zijn in de zaak

6.

Bij wie ga je in cassatie?

a)

bij de rechter

b)

bij het Gerechtshof

c)

bij de Hoge Raad

d)

bij de officier van justitie

e)

bij de advocaat

7.

Wat betekent in cassatie gaan?

a)

alleen de rechter doet opnieuw uitspraak

b)

alleen de getuige moet opnieuw vertellen wat er gebeurd is

c)

de gehele zaak wordt opnieuw gedaan

d)

er wordt alleen gekeken of er geen fouten zijn gemaakt

e)

alleen de verdachte moet opnieuw vertellen wat er gebeurd is

8.

De rechter beantwoord 3 vragen om te kijken of een verdachte schuldig of onschuldig is. Selecteer de juiste antwoorden.

a)

gaat het om een strafbaar feit

b)

heeft de verdachte een strafblad

c)

heeft de verdachte het gedaan

d)

is de verdachte vaker opgepakt

e)

is de verdachte strafbaar