wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 7 Ademen en Eten

Total questions: 20

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.

De juiste definitie van een weefsel is

a)

Een groep cellen met verschillende functies.

b)

Meerdere groepen cellen bij elkaar die samen een functie uitoefenen.

c)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie.

d)

Een groep cellen binnen één orgaan.

2.

Wat is het kleinste?

a)

organisme

b)

organisme

c)

Weefsel

d)

cel

3.

Organen bestaan uit 1 soort weefsel.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Haaien halen adem met kieuwen. Water stroomt de bek in en langs de kieuwen er weer uit (zie de afbeelding). De letters P en Q geven twee plaatsen aan waar het water langs stroomt.


Op welke plaats bevat het water meer koolstofdioxide, bij P of bij Q? Leg je antwoord uit.

a)

P, omdat vissen koolstofdioxide uit het water halen dat in hun mond naar binnen stroomt. Daardoor bevat het water bij Q aanzienlijk minder koolstofdioxide.

b)

Q, omdat bij verbranding in de haai koolstofdioxide ontstaat die bij de kieuwen in bloedvaten wordt afgegeven aan het water die de kieuw verlaat.

5.

Wat is de scheikundige formule van verbranding?

a)

CO2 + H2O > C6H12O6 + O2 + energie

b)

C6H12O6 + H2O > CO2 + O2 + energie

c)

energie + C6H12 + O2 > CO2 + H2O

d)

C6H12O6 + O2 > CO2 +H2O + energie

6.

Hoe raak je de 'afvalstof' water kwijt? meerder antwoorden mogelijk!

a)

via de huid (zweten)

b)

via speeksel

c)

via het bloed

d)

via de nieren (urine)

e)

via de longen (uitademen)

7.

Bilirubine is een afvalstof die in de lever ontstaat bij de afbraak van rode bloedcellen. Bilirubine wordt samen met gal afgevoerd naar het verteringskanaal. Een deel van de bilirubine komt uiteindelijk in de ontlasting terecht.


Drie delen van het verteringskanaal zijn:

1 dikke darm

2 dunne darm

3 endeldarm


In welke volgorde passeert bilirubine deze delen op weg naar de anus?

a)

1-2-3

b)

1-3-2

c)

2-1-3

d)

2-3-1

e)

3-1-2

8.

welk orgaan maakt 2 belangrijke hormonen voor de suikerspiegel?

a)

Lever

b)

milt

c)

dikke darm

d)

alvleesklier

9.

Wanneer er teveel glucose in het bloed is zorgt het hormoon ……… dat dit wordt opgeslagen in de vorm van glycogeen.

a)

adrenaline

b)

insuline

c)

glucagon

10.

Romy en Ari spreken met elkaar over het onderzoek met gevoelige bosratten. Romy zegt dat dit onderzoek geen ongevoelige bosratten zal opleveren. Ze heeft geleerd dat bij mensen bacteriën in het voedsel niet levend in de dunne darm aankomen.


Na welk onderdeel in het verteringsstelsel zullen de bacteriën niet meer levend zijn?

a)

De mond

b)

De slokdarm

c)

De maag

11.

Er zijn twee typen diabetes, het type die aangeboren is en dus niet wordt veroorzaakt door overgewicht is type …...

a)

1

b)

2

12.

inademen door middel van buikademhaling wordt veroorzaakt door het samentrekken van:

a)

tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

borstspieren

d)

rugspieren

13.

Waarom is het slimmer om door je neus te ademhalen, tik de functies aan die het neusslijmvlies heeft.

a)

schoonmaken lucht

b)

opwarmen lucht

c)

vochtig maken lucht

14.

Als er geen gal in het verteringskanaal terechtkomt, wordt vet niet goed verteerd. Welke stelling over gal is juist?


Stellingen:

  1. Gal bevat enzymen voor de vertering van vet.
  2. Gal verdeelt vet in kleine druppels.
a)

Stelling 1

b)

Stelling 2

c)

Stelling 1 en stelling 2

d)

allebei niet

15.

Welk verteringssap bevat enzymen die zorgen voor de vertering van zetmeel?

a)

maagsap

b)

alvleessap

c)

dunne darmsap

d)

speeksel

16.

Darmvlokken spelen een rol bij de opname van het grootste deel van de verteerde voedingsstoffen. In welk deel van het verteringsstelsel bevinden zich darmvlokken?

a)

In de slokdarm

b)

In de maag

c)

In de dunne darm

d)

In de dikke darm

17.

Er bestaat maar 1 soort enzym voor alle voedingsstoffen: koolhydraten, eiwitten en vetten.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Deze kiezen zijn waarschijnlijk afkomstig van een

a)

Alleseter (knobbelkiezen)

b)

Planteneter (plooikiezen)

c)

vleeseter (knipkiezen)

19.

Speeksel bevat een enzym voor het afbreken van zetmeel. Mees doet een onderzoek naar de activiteit van dit enzym. Hij vraagt zich af of het enzym nog werkt na verhitting tot 100 °C. Hij verhit wat speeksel tot 100 °C, laat dit enkele minuten koken en daarna weer afkoelen.


Zullen de enzymen in het speeksel na deze verhitting nog zetmeel afbreken? Wat zal voor dit enzym waarschijnlijk de optimumtemperatuur zijn?

a)

Nee, 37 graden

b)

Ja, 75 graden

c)

Nee, 75 graden

d)

ja, 37 graden

20.

Hoe heet de eerste maag van de koe?

a)

Lebmaag

b)

Boekmaag

c)

pens

d)

netmaag