wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leesvaardigheid

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Waar of niet waar? Het onderwerp van een tekst is de kortst mogelijke samenvatting (één zin) van de tekst.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Vul in: ... van een tekst beschrijft in één woord of een paar woorden waar de tekst over gaat.

a)

De hoofdgedachte

b)

Het onderwerp

c)

De samenvatting

3.

Wat zijn de drie belangrijkste doelen van een schrijver?

a)

Informeren, amuseren en overtuigen

b)

Instructie geven, informeren en bekritiseren

c)

Reclame maken, informeren en betogen

d)

Informeren, overhalen, instructie geven

4.

Wat is een voorbeeld van informeren?

a)

Een recept

b)

Een ingezonden brief

c)

Een brochure

d)

Een roman

5.

Waaruit bestaat betrouwbare informatie?

a)

Feiten

b)

Feiten en meningen

c)

Meningen

6.

Waar of niet waar? In een objectieve tekst staan geen meningen.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

"Je vindt de hoofdzaak door de inleiding, tussenkoppen en kernzinnen te lezen." Welk soort lezen is dit?

a)

Intensief lezen

b)

Zoekend lezen

c)

Globaal lezen

d)

Studerend lezen

8.

De drie belangrijkste manieren van lezen zijn?

a)

Intensief lezen, globaal lezen en zoekend lezen

b)

Intensief lezen, globaal lezen en verkennend lezen

c)

Intensief lezen, globaal lezen en studerend lezen

9.

Wat zijn deelonderwerpen?

a)

Dat er altijd twee onderwerpen in een tekst zijn

b)

Verschillende kanten van het onderwerp komen aan bod

c)

Dat je het onderwerp van twee kanten moet bekijken

10.

Welk verband en signaalwoorden horen bij elkaar?

a)

Middel-doel: waarmee, daardoor, met dat doel

b)

Oorzaak-gevolg: daardoor, hierdoor, doordat

c)

Uitspraak-vergelijking: zoals, met dat doel, dezelfde

d)

Uitspraak-reden: daarom, daardoor, met dat doel

11.

"Je hebt niet geleerd, waardoor je een 1 hebt voor je toets." Welk verband geeft het woord 'waardoor' aan?

a)

Middel-doel

b)

Uitspraak-vergelijk

c)

Oorzaak-gevolg

d)

Uitspraak-reden

12.

Wat zijn voorbeelden van informatieve teksten?

a)

Nieuwsberichten, betogen en reclameteksten

b)

Achtergrondartikelen, interviews, voorlichtingsfolders

c)

Voorlichtingsfolders, korte verhalen en zakelijke brieven

13.

Wat doe je als eerste om een hoofdzaak uit een studietekst te halen?

a)

De titel lezen

b)

De tussenkopjes lezen

c)

De tekst zoekend lezen

d)

Vaststellen wat je moet weten

14.

Wat zijn voorbeelden van een informatieve tekst?

a)

Interview met de minister-president en een studietekst economie

b)

Advertentie Avans Hogeschool en een recept voor tomatensoep

c)

Een technische handleiding en een folder van de HEMA

15.

Wat is het doel van een foto van een hamburger bij een McDonald's reclame?

a)

Verduidelijken

b)

Aantrekkelijker maken

c)

Aanvullende informatie over de calorieën geven

16.

Wanneer weet je bijna zeker dat een tekst betrouwbaar is?

a)

Als je de bronnen kunt controleren

b)

Dat weet je bijna nooit zeker

c)

Als de schrijver bekend is