Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten

Total questions: 33

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Dit is selderij. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet jij hier op?

a)

De wortels

b)

De stengel

c)

De bladeren

2.

Hoe noem je deel 2?

a)

Knoop

b)

Lid

c)

Okselknop

d)

Eindknop

3.

Hoe noem je de buisjes waarmee voedsel en water worden vervoerd?

a)

Bloedvaten

b)

Buizen

c)

Vaatbundels

d)

Gangen

4.

Met welk nummer wordt de okselknop aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

5.

Dit is een rode biet. Wat rood is, kan je opeten. Welk deel van de plant eet je?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

6.

Wat is de functie van de wortelharen?

a)

Water en voedingsstoffen opnemen uit de grond

b)

Water en zuurstof opnemen uit de grond

c)

Zuurstof en suikers maken

7.

Wat zie je bij nummer 1 tot 5?

a)

volwassen planten

b)

kieming

c)

fotosynthese

8.

Waar zie je een volwassen plant?

a)

nummer 4

b)

nummer 5

c)

nummer 6

d)

nummer 7

9.

Waar moet je mee oppassen als je een plant in een andere pot doet.

a)

Dat je de wortelharen niet beschadigt

b)

Dat de stengel niet scheurt

c)

Dat de blaadjes er niet afvallen

10.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

11.
Op welke manieren kunnen zaden / vruchten NIET worden verspreid?
a)
Door dieren
b)
Door de plant zelf
c)
Door de wind
d)
Door regen
12.
Een insectenbloem heeft in verhouding
a)
grote gekleurde kroonbaden
b)
grote groene kroonbladen
c)
kleine groene kroonbladen
d)
kleine gekleurde kroonbladen
13.
Een insectenbloem heeft meestal
a)
geen geur
b)
wel geur
14.

Een windbloem maakt

a)

geen nectar

b)

wel nectar

15.
Welk kenmerk zie je WEL bij een windbloem?
a)
Nectar
b)
Gele kleur
c)
Veel stuifmeelkorrels
d)
Lange meeldraden
16.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
17.
Een vruchtbeginsel groeit uit tot een..... en een zaadbeginsel groeit uit tot een...?
a)
Vrucht, bloem
b)
Zaad, bloem
c)
Vrucht, zaad
d)
Bloem, Zaad
18.
Wat heeft een plant nodig voor fotosynthese?
a)
Koolstofdioxide, licht en water
b)
Koolstofdioxide, licht en zuurstof
c)
Koolstofdioxide, water en zuurstof
d)
Licht, water en zuurstof
19.
Wat is een meeldraad??
a)
Vrouwelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
b)
Dit wordt later een zaad.
c)
Mannelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Bestuiving door insecten.
20.
Wat is een vruchtbeginsel?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Dit wordt later een vrucht.
c)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Hieruit groeit een nieuwe plant.
21.
Wat is een stamper?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan.
c)
Mannelijk voortplantingsorgaan.
d)
Bestuiving gebeurt door insecten.
22.

Aan een bonenplant groeien vijftig sperziebonen. In elke boon zitten vijf boontjes (zaden). Hoeveel stuifmeelkorrels zijn er minstens bij de bestuiving betrokken geweest?

a)

5

b)

50

c)

55

d)

250

23.
De bloemen van de plant zorgen voor
a)
stevigheid
b)
opname van water
c)
fotosynthese
d)
voortplanting
24.

Een stuifmeelkorrel van een roos valt op de stempel van de stamper van een andere roos.

a)

Wel bestuiving

b)

Geen bestuiving

25.

Kijk naar afbeelding hierboven. Bij het steeltje van de tomaat zie je vaak nog groene blaadjes zitten.

Van welk deel van de bloem zijn deze blaadjes de resten?

a)

Van de kroonbladeren.

b)

Van de kelkbladeren.

c)

Van de meeldraden.

d)

Van de stamper.

26.

Hoe worden de zaden van deze plant verspreid? dieren

a)

door de wind

b)

door de plant zelf

c)

door dieren

27.

Hoe worden de zaden van deze plant verspreid?

a)

door dieren

b)

door de wind

c)

door de plant zelf

28.

Hoe worden de zaden van deze plant verspreid?

a)

door dieren

b)

door de wind

c)

door de plant zelf

29.

Hoe worden de zaden van deze plant verspreid?

a)

door dieren

b)

door de wind

c)

door de plant zelf

30.

Hoe worden de zaden van deze plant verspreid?

a)

door dieren

b)

door de wind

c)

door de plant zelf

31.

Kijk naar de afbeelding. Eten we hiervan de vruchten of de zaden?

a)

de vruchten

b)

de zaden

c)

de vruchten en de zaden

32.

Kijk naar de afbeelding. Eten we hiervan de vruchten of de zaden?

a)

de vruchten

b)

de zaden

c)

de vruchten en de zaden

33.

Kijk naar de afbeelding. Eten we hiervan de vruchten of de zaden?

a)

de vruchten

b)

de zaden

c)

de vruchten en de zaden