wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

stevigheid en beweging

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welke beenverbinding zit tussen de schedelbeenderen

a)

Naadverbinding

b)

vergroeid

c)

kraakbeen

d)

gewricht

2.

een ander woord voor armbuigspier is (a)  

3.
Wat gebeurt er met een spier als hij zich aanspant?
a)
Wordt kort en dun
b)
Wordt lang en dun
c)
Wordt kort en dik
d)
Wordt lang en dik
4.

Wat geeft nummer 2 aan?

a)

Pees

b)

Spier

c)

Spiervezel

d)

Spierbundel

5.

Waarvoor is de geleiachtige kern in een tussenwervelschijf?

a)

Stevigheid

b)

Veerkracht

c)

Beweging

d)

Verbinding

6.

Gewricht B is een

a)

Scharniergewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Zadelgewricht

d)

Kraakbeengewricht

e)

Rolgewricht

7.

Gewricht E is een

a)

Scharniergewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Zadelgewricht

d)

Kraakbeengewricht

e)

Rolgewricht

8.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Topganger

b)

Zoolganger

c)

teenganger

9.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Slingeraar

b)

Kronkelaar

c)

Graver

d)

Vlieger

10.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Slingeraar

b)

Kronkelaar

c)

Graver

d)

Vlieger

11.

Dit is een voorbeeld van een

a)

teenganger

b)

topganger

c)

zoolganger

12.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Springer

b)

Viervoeter

c)

Graver

d)

Trappelaar

13.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Springer

b)

Viervoeter

c)

Graver

d)

Trappelaar

14.

Dit is een voorbeeld van een

a)

Zoolganger

b)

Topganger

c)

Teenganger

15.

1,2 en 3 zijn, op volgorde

a)

zool-, top- en teengangers

b)

teen-, top- en zoolgangers

c)

top, zool en teengangers

d)

zool, teen en topgangers

16.

Bij een Hernia worden de

a)

Kraakbeenschijven afgekneld

b)

Zenuwen afgekneld

c)

Wervels afgekneld

17.

Wat is een ontwrichting?

a)

Bij een ontwrichting zijn de gewrichtsbanden uitgerekt.

b)

Bij een ontwrichting is de gewrichtsknobbel uit de gewrichtskom geschoten.

c)

Bij een ontwrichting heb je spierpijn.

18.

Wat zijn de eigenschappen van een pees?

a)

taai en elastisch

b)

hard en niet buigzaam

c)

taai en niet elastisch

d)

zacht en soepel

e)

zacht en buigzaam

19.

Wat is de goede volgorde van groot naar klein?

a)

spiervezel - spier - spierbundel

b)

spier - spierbundel - spiervezel

c)

spiervezel - spierbundel - spier

d)

spierbundel - spier - spiervezel

20.

Welke persoon breekt sneller een bot als hij valt?

a)

Een baby

b)

Een kind

c)

Een volwassene

d)

Een oudere

21.

Aan welke kant bij de hand zit de ellepijp vast?

a)

De duim

b)

De pink

22.

Welke beenverbinding zit er tussen de ribben en de borstkas?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

23.

Welk deel van het gewricht zorgt ervoor dat deze goed op zijn plek blijft?

a)

Laagje kraakbeen

b)

Kapselbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Gewrichtskogel

24.

Wat zijn de functies van dit type weefsel?

(meerdere antwoorden goed)

a)

Bescherming

b)

Beweging

c)

Buigzaamheid

d)

Stevigheid

25.

Vul de goede woorden in:

Het beenweefsel van deze meneer bevat meer van dit type beenweefsel: (1)

De tussencelstof van dit type beenweefsel bevat meer (2) dan (3).

a)

1: kraakbeenweefsel

2: lijmstof

3: kalkzouten

b)

1: kraakbeenweefsel

2: kalkzouten

3: lijmstof

c)

1: botweefsel

2: lijmstof

3: kalkzouten

d)

1: botweefsel

2: kalkzouten

3: lijmstof

26.

In de afbeelding staat het heupgewricht. Wat geeft nummer 4 aan?

a)

Kraakbeen

b)

Gewrichtssmeer

c)

Kapselbanden

d)

Gewrichtskom

27.

Hoe heet bot nummer 18?

a)

Handwortelbeentje

b)

Middenhandsbeentje

c)

Vingerkootje

d)

Spaakbeen

28.

Deze test was

a)

Makkelijk

b)

wel te doen

c)

lastig

d)

niet te doen