wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hart en bloedsomloop

Total questions: 26

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.
Hoe heet onderdeel 1
a)
Linkerboezem
b)
Llinkerkamer
c)
Rechterboezem
d)
Rechterkamer
2.
Hoe heet onderdeel 3
a)
aorta
b)
bovenste holle ader
c)
onderste holle ader
d)
kransslagader
3.
Met welke nummer wordt  linkerkamer aangeven?
a)
7
b)
9
c)
10
d)
12
4.
Met welke nummer word de longslagader aangeven?
a)
2
b)
4
c)
5
d)
6
5.
In de ......... stroomt het bloed dat rijk is  aan koolstofdioxide
a)
aorta
b)
Darmslagader
c)
longader
d)
poortader
6.
Welke kenmerk hoort niet bij slagaders?
a)
Liggen diep in het lichaam
b)
Hoge bloed druk
c)
Dikke elastische wand
d)
Bevat veel kleppen
7.
Welke onderstaande bloedvaten is zuurstofarm
a)
Aorta
b)
Kransslagader
c)
Longslagader
d)
Longader
8.
De stoffen zuurstof, voedingsstoffen, koolstofdioxide zitten in?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes 
d)
Bloedplasma
9.
Het hart heeft veel spierweefsel.
Welk deel van het hart is het meest gespierd?
a)
Linkerboezem
b)
Rechterboezem
c)
Linkerkamer
d)
Rechterkamer
10.

Hoe worden de grote en de kleine bloedsomloop genoemd?

a)

algemene bloedsomloop

b)

menselijke bloedsomloop

c)

dubbele bloedsomloop

11.

De dubbele bloedsomloop gaat bij een omloop 2 keer door ......

a)

de longen

b)

het hart

c)

de organen

d)

de hersenen

12.

De afbeelding geeft de doorsnede van een bloedvat uit het been van een mens weer.


Is dit een beenader of beenslagader?

Vervoert dit bloedvat zuurstofarm of zuurstofrijk bloed?

a)

beenader / zuurstofarm

b)

beenslagader / zuurstofarm

c)

beenader / zuurstofrijk

d)

beenslagader / zuurstofrijk

13.

Waar gaat de kleine bloedsomloop naar toe?

a)

de hersenen

b)

alle organen

c)

de longen

d)

de darmen

14.

Waar komt het bloed het hart binnen?

a)

in de boezems

b)

in de kamers

15.

Is de longslagader zuurstofrijk of zuurstofarm?

a)

zuurstofrijk

b)

zuurstofarm

16.

Hoe heet het bloedvat van de longen naar het hart?

a)

holle ader

b)

longslagader

c)

aorta

d)

longader

17.

Wat is de functie van hartkleppen?

a)

zorgen ervoor dat het bloed sneller stroomt

b)

zorgen ervoor dat het bloed niet terug kan stromen

c)

zorgt ervoor dat het bloed niet kan klonteren

18.

Waar zitten de halvemaansvormige kleppen?

a)

tussen boezem en kamer

b)

aan het begin van de aorta

c)

aan het begin van de longslagader

d)

aan het begin van de longader

19.

Hoe noemen we deze kleppen?

a)

hartkleppen

b)

halvemaanvormige kleppen

20.

Wat is dit voor een bloedvat?

a)

slagader

b)

ader

c)

haarvat

21.

In welk bloedvat is de bloeddruk hoog?

a)

slagader

b)

ader

c)

haarvat

22.

Welke wand is het dunst?

a)

slagader

b)

ader

c)

haarvat

23.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
24.
Bij bloedarmoede heb je..
a)
een te kort aan witte bloedcellen
b)
een te kort aan bloedplaatjes
c)
een te kort aan rode bloedcellen
d)
een te kort aan bloedplasma
25.
Hoe heet de rode kleurstof in de  rode bloedcel?
a)
Bloedplasma
b)
IJzer
c)
Hemoglobine
26.
Welk nummer geeft de poortader aan?
a)
6
b)
7
c)
16
d)
15