NEW
Font size
WorksheetsSpelling
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Niet dag maar ....
naacht
nacht
nagt
naagt
Hij is ouder dan zijn ....
broertju
broertjuh
broertje
broertjeh
Tekenen doe je met een ...
potloot
pootlod
potloodt
potlood
Ik ... het gras
sproeij
sproei
sproej
sproeje
Als het warm is, koop ik een ...
ijsje
eisje
ijsju
eisju
Vlees koop ik bij de ...
slaager
slagger
slager
slaagger
Op staan er heeft veel stoelen en ...
taafels
tafels
tafols
tavels
Niet het voorjaar maar het ...
naajaar
naajar
najaar
Op school zijn er 5 ...
lookaalen
lookalen
lokaalen
lokalen
Ik hang mijn ... op in de kast
kliren
kleeren
kleren
klieren
Iemand op een schip noem ik een ...
schiper
schieper
schipper
schepper
In het bos bouwen we altijd ...
hutten
huten
hutun
huttun
In een hotel staan veel ...
bedun
beddun
beden
bedden
Op een telefoon toets in een ... in
numer
numur
nummur
nummer
Varkens rollen altijd in de ...
moder
modder
moddur
modur
Als je dorst hebt, ... je veel water
dringk
drink
dring
Een stomme e ... als u
klingkt
klinkt
klingt
Er heerst een goede ... in de klas
sfir
sfer
sfeer
sfier
Blauw is een hele mooie ...
klur
kleur
kleuur
kluur
Er staan rare zinnen in de ...
tekts
tekst
teks
teskt
